woensdag 13 september 2017

De Wildenberg - Takkenhoogte - Meeuwenveen - Rabbinge

Op deze regenachtige ochtend, zaterdag 9 september, heet Joop ons welkom in wat hij zelf zijn favoriete natuurgebied noemt: De Wildenberg, Takkenhoogte, Meeuwenveen en Rabbinge. Het gebied is geliefd, omdat er zo veel verschillende biotopen voorkomen, met de flora en fauna die daarbij horen.

De groep wordt in tweeën gesplitst. Wij lopen met Joop mee. Al snel belanden wij op de heide. Op dit deel van De Wildenberg grenst de heide aan het beekdal van de Reest. Je kunt zien dat het beekdal een stuk lager ligt. Het is een van de weinige plekken in Nederland waar je van de heide zo het beekdal in kunt lopen. Alle levensgemeenschappen van droge heidevegetaties en kletsnatte
dotterhooilanden komen hier voor in een gebiedje van enkele tientallen hectares.

Dat is wel eens anders geweest:


Zelfs in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd in deze regio nog veen in cultuurgrond omgezet! En in 1969 volgde de genadeklap: de aanleg van de Reestvervangende Leiding. Deze afwateringssloot werd parallel aan het Reestdal gegraven om het Reestdal ten behoeve van de landbouw te ontwateren. Water werd afgevoerd naar de Hoogeveense  Vaart. Door verkavelingen werden de landbouwpercelen groter en arme grond werd door kunstbemesting geschikt gemaakt voor de landbouw Geen mens maakte zich in die tijd druk om weer een stukje verdwenen heide.

In 1992 kwam een 30 ha grote landbouwbedrijf, wat als een soort enclave tussen de drie natuurgebieden in lag, te koop. Het Drents Landschap zag een geweldige kans om Meeuwenveen, Takkenhoogte en De Wildenberg met elkaar te verbinden. Dankzij de hulp van andere organisaties lukte dit ook. Op 1 april 1992 was de aankoop een feit. De boerderij, met de naam De Hofstee verloor haar agrarische functie.

Samen met waterschap Riegmeer (inmiddels gefuseerd) werkte Het Drents Landschap een prachtig plan uit. Allereerst zou de rechte Reestvervangende Leiding een totale metamorfose ondergaan. De sloot moest gaan kronkelen, er moesten eilandjes komen, de oevers moesten natuurvriendelijk worden ingericht. De voedselrijke bouwvoor moest over het hele gebied worden afgevoerd, zodat de heide weer terug zou komen. Bovendien zouden een paar vennetjes die ooit bij de aanleg van de Reestvervangende Leiding waren verdwenen weer in ere worden hersteld. Er ontstond een groot
aaneensluitend natuurgebied van ongeveer 400 ha.


Flora en fauna 

Het effect op de planten- en dierenwereld was verbluffend. In 1999 werden al meer dan 200 soorten planten geteld. De bodem bleek nog vol van heidezaden, want al heel snel kwamen de eerste kiemplantjes van de struikhei te voorschijn en op vochtige plekken gebeurde dat ook met de dophei. (bron: internet) Door de weersomstandigheden en de tijd van het jaar zullen wij vandaag heel
veel dieren en planten die hier voorkomen niet zien, maar Joop vertelt enthousiast over de niet/minder alledaagse flora en fauna die hier te zien/horen zijn:
  • Kwartelkoning, Grauwe Klauwier, Blauwborst, Groene en Zwarte Specht. Tapuiten en Beflijsters tijdelijk op voorjaarstrek. De Klapekster in de wintermaanden. Zilveren Maan.
  • Gevlekte orchis, moeraskartelblad (halfparasiet), moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan) en Slangewortel.
We passeren een kleine zandvlakte: met zonnig weer een uitermate geschikte plek voor wilde bijen. Ook groeien hier in dit arme milieu Muizenoor (het blad lijkt ook op een muizenoortje) en Biggenkruid. Er komt ook Heidespurrie voor. Aangekomen bij het Meeuwenveen, wat tot nu is doorgegaan voor een pingoruïne, vertelt Joop dat dit ven geen pingoruïne blijkt te zijn. Door
onderzoek (grondboringen) is vast komen te staan dat het gaat om een stuifkom. Ook op het water is op dit moment niet zo veel te beleven. Wel zien we een paartje dodaars.

Verder vanochtend gehoord/gezien:
Vogels: Kuifeenden, Boomkruiper, Goudhaantje, Grote Bonte Specht, Buizerd en de nodige meesjes.

Planten: Kleine wolfsklauw, Slangenwortel, Biggenkruid en Muizenoor. We hebben ook een 'schuimbekkende' eik gezien. Lees het leuke verhaal op boswachtersblog.nl

Paddenstoelen: Gordijnzwam, Meststrovaria (blauwe plaatjes), Parelamaniet, Slanke Bruine Amaniet, Vaalhoed, Grote Parasolzwam, Zwavelkopjes, Waaierbuisjeszwam, Roestvlekkenzwam, Stinkzwam, Krulzwam.

Joop vertelt dat je paddenstoelen kunt onderverdelen in aanvallers, afbrekers en de mycorrhiza-soorten, die samenwerken met bomen via de wortels. De Aardappelbovist behoort tot de laatste. Het is een allemansvriend en werkt zowel samen met loof- als naaldbomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de vliegenzwam die in symbiose leeft met de berk.
Verder zien we nog een moerassprinkhaan (met rode dijen), een Kleine Vuurvlinder en een prachtige wespspin.


Verslag: Boukje Toussaint

donderdag 7 september 2017

Lesverslag cursusavond 6 september: Vogels

De les begint met een welkomstgroet (na de zomervakantie) en mededelingen.
Daarna volgt het Natuurmoment. Bakjes, manden en dienbladen gaan rond, gevuld met gelig gekleurde paddenstoelen van een soort. De paddenstoelen worden bekeken, aangeraakt en er wordt aan geroken, vanwege de vraag: "Waar doet de geur je aan denken?" Het zou namelijk naar abrikozen kunnen ruiken, maar dat is niet echt duidelijk. Op de dienbladen blijkt iets eetbaars te liggen, namelijk toastjes met diezelfde paddenstoel. Het blijkt cantharel te zijn. Andere namen zijn hanekam en dooierzwam (vanwege de kleur). Eetbaar, maar alleen na verhitten.

Cantharel is populair vanwege de smaak en de lange houdbaarheid. Er volgt een uitleg over de vorm en het uiterlijk. Cantharel groeit in de grond, nooit op dood hout. Het zoeken naar de paddenstoelen kan lastig zijn, omdat anderen ze al geplukt kunnen hebben langs de paden. Cantharel staat in Nederland op de rode lijst. De paddenstoel is niet wettelijk beschermd, maar "rood" heeft wel een signaalfunctie. Ze komen steeds minder vaak voor. (Logisch, als iedereen ze loopt te plukken...... gedachtekronkel van de notulist). In Zweden gelden geen regels. De natuur is er voor vrij gebruik, mits iedereen er bewust en verstandig mee omgaat. De cantharel kan verward worden met valse hanekam, die niet giftig is, maar deze soort is niet lekker van smaak.



In het feedback moment worden tips en tops gegeven, met name door een persoon. Voorbeeld van een top: Gebruikte materialen en lekkernijen om te proeven. Wel was er veel gespreksstof, waardoor het geheel meer weg had van een 5 - minutenpraatje, maar daar werd een reden voor aangegeven. Een tip die voor iedereen van belang zou kunnen zijn: Regelmatig informatie uitwisselen met de groep kan ontspannend werken (beter dan dat je in je eentje een voordracht staat te houden).

Dan volgt de presentatie met beeldmateriaal over vogels door vogelkenner Jörgen de Bruin, IVN medewerker in het noorden van het land (werkterrein Lauwersmeer en de Alde Feanen in Friesland). Presentatie in vogelvlucht, want de tijd is beperkt.



Uitgelegd waarom vogels interessant zijn: Ze zijn overal, goed waar te nemen, vertonen bewegelijk gedrag, de meesten vliegen. Daarna gaat het over de bouw. Ze hebben holle botten, maar wel stevig. De snavel is van hoorn (lichter dan bot). Ze zijn gestroomlijnd en hebben vederlichte vleugels met stevige pennen. Dan info over de rui. Dat vindt meestal twee keer per jaar plaats, wat nodig is vanwege slijtage en winter/zomerkleed. Bij veel vogels gaat het geleidelijk aan waardoor ze kunnen blijven vliegen. Bij eenden en ganzen verloopt de rui in een keer, waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Voor deze vogels zijn schuilplekken dan van groot belang, omdat ze dan niet kunnen vluchten bij gevaar. Een rommelig, kaal verenpak wordt eclipskleed genoemd. Ze vallen zo niet zo op, wat beter/veiliger is in deze periode.

Daarna gaat het over voedsel. De onderverdeling bestaat uit planten/graseters, zaadeters, besseneters, insecteneters, vleeseters en viseters. Er is een relatie tussen voedsel en de snavelvorm. Planteneters hebben een grote dikke snavel, zoals bijv. ganzen. Zaadeters hebben stevige, puntige snavels, zoals vink, geelgors, groenling, putter (distelvink). Besseneters hebben een spits snaveltje, zoals kramsvogel en koperwiek. (opm: Latere bessen gaan gisten, waardoor de vogels wat "dronken" kunnen lijken bij het eten ervan). Insecteneters hebben een fijn snaveltje, zoals de bonte vliegenvanger en de specht. De specht heeft wel een langere snavel (en tong), omdat deze insecten uit boomschors moet halen. Vleeseters hebben een haaksnavel (en speciale poten), zoals de torenvalk, en de kerkuil. Bij viseters zie je variatie in snavelvormen, zoals bijv. haaksnavels en de aparte snavel van de lepelaar.

Er wordt extra info gegeven over de aalscholver. Deze vogel heeft geen vet verenkleed, omdat dit het duiken naar voedsel zou bemoeilijken. Vandaar dat je ze vaak aantreft in de speciale houding, waarbij ze hun verenpak laten drogen, met de vleugels wijd uiteen. Wat zang en geluid betreft gaat het om territorium en voortplanting, contactroepjes en de alarmroep.

Bij het onderwerp voortplanting worden een aantal dingen genoemd, namelijk zang, een mooi verenpak, baltsgedrag, nestbouw, aantal eieren, of het om nestblijvers of nestvlieders gaat en het aantal nesten per jaar. Op afbeeldingen is baltsgedrag/uiterlijk vertoon te zien van watersnip, kemphaan en fuut. De fuuten maken samen een mooie dans en bieden elkaar nestmateriaal aan. Bij kemphanen is het een ingewikkeld gebeuren, waarbij de zwakkere mannetjes zich voor kunnen doen als vrouwtjes. (De kemphaan is als broedvogel verdwenen, maar het baltsgedrag begint al wel in Nederland, op doortrek naar Skandinavië en de Baltische Staten.)

Op afbeeldingen zien we verschillende nesten, bijv. van de buizerd en de gangen in wanden van de oeverzwaluwen. Ook zien we de uiterlijke verschillen tussen nestvlieders (die al stevig op de pootjes staan) en nestblijvers (de kwetsbare, kale jongen). Roofvogels beginnen na het leggen van het eerste ei meteen met broeden, zodat er leeftijdverschil ontstaat tussen de jongen. Wanneer de eerste jongen uit het ei zijn, kan er bijv. ook nog een zijn die nog niet uitgekomen is. Aanbod van voedsel kan het aantal jongen bepalen. Er is sprake van enige planning wat dat betreft.

Dan vogeltrek op een kaart in beeld. Trekvogels volgen met name de kustlijnen voor oriëntatie en veiligheid. Er komen veel vogels uit Alaska en Siberië terecht in het Waddenzeegebied. Velen trekken ook langs de kusten van Afrika. Bij het onderwerp trekvogel of standvogel wordt een onderverdeling gemaakt. De standvogels zie je het hele jaar door in ons land (bijv. koolmezen, mussen). Zomergasten komen vanuit het zuiden (vaak insecteneters zoals grauwe klauwier).. Wintergasten komen vanuit het noorden (bijv. ganzen, keep en klapekster en de pestvogel als er in het noorden niet voldoende bessen zijn). Doortrekkers zijn hier tijdelijk om bij te tanken (zoals de groenpootruiter en de Noordse stern, de "grootste reiziger", die enorm lange afstanden aflegt). En zo nu en dan kun je een dwaalgast tegenkomen die hier per ongeluk verzeild raakt.

Voor het leren herkennen van vogels worden tips gegeven: Beginnen in februari. Dan zijn er nog niet veel soorten en is er nog geen blad aan de bomen; Gebruik van vogelgidsen, verrekijker/telescoop, vogel apps (incl. geluiden); Meegaan met vogelexcursies; Lid worden van een vogelwerkgroep.  
Zo af en toe worden er vragen beantwoord tussendoor.


Twee 5 - minutenpraatjes. Bij de eerste presentatie kunnen we vleugels zien van een eend. Daarna wordt een verhaal voorgelezen over vogeltrek, waarbij verschillende vogels de revue passeren, van Jac Thijsse. Tevens feedback met tips en tops. Bij de tweede presentatie wordt ook voorgelezen uit een boek en het gaat over een favoriet "dier". Waar niemand echter aan dacht... het bleek over de mens te gaan, met al zijn grillen en kuren. En daarna feedback met tips en tops.
In groepjes van drie moeten we een aantal opgezette vogels benoemen en we mogen ook zelf een naam bedenken voor die vogels. Daarna volgt de bespreking en wordt er ook nog wat extra info gegeven.



Er volgt nog een opdracht. Joop laat vogelgeluiden horen. Op een stencil met kolommen kunnen we invullen wat we denken te horen. Daarna zien we de afbeelding van de vogel en dus het antwoord, wat in de tweede kolom ingevuld kan worden. Vogels die aan de orde zijn zijn goudvink, zwaluwen, havik, bosuil, steenuil, slobeend, wulp, scholekster, geelgors, koolmees, en tjiftjaf.
De cursusavond wordt afgesloten met mededelingen over komende excursieochtend za 9 september. De ontmoetingsplek is bij de parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, t.h.v. huisnr 26, gebied Takkenhoogte, ten zuiden van Zuidwolde.

We krijgen ook al wat info over de naderende mini-excursies (eind sept) die in de adoptieterreinen plaats zullen vinden. We worden ingedeeld in drie groepen. Elke groep bezoekt per keer drie adoptieterreinen, waarbij degene(n) die erover gaan een presentatie houden van een half uur op meerdere plekken. Dit vraagt om enig organisatietalent, want de cursisten zelf moeten met elkaar afspraken maken, telefonisch of via de mail etc., en ook zorgen voor de uitnodigingen. Meer info hierover tijdens de volgende cursusavond.

Verslag: Wilma

   



donderdag 1 juni 2017

Mini-excursies bij Oude Diep

We hebben ons op zaterdag 19 mei verzameld aan Vamweg in de buurt van het Oude Diep. We hadden twee weken geleden de opdracht gekregen een mini excursie voor te bereiden over een plant die we daar tegengekomen waren. Toen zijn er al groepjes gevormd en ieder van ons moest een presentatie over die ene plant geven aan de groepsgenoten.

Er waren 4 groepen en 3 begeleiders aanwezig vanochtend . Elk van de groepen gingen op pad om de betreffende plant weer te zoeken en om en om werd de informatie hierover gedeeld. Ik kan alleen maar verslag doen van mijn eigen groepje en we kwamen eerst de grote muur tegen , daar had Nelleke wat over opgezocht en ze had er een leuk en informatief verhaal over.

Ik was op zoek naar de egelboterbloem en al gauw had ik hem gevonden en mijn verhaaltje daarover gedaan . Ik vond het nog wel lastig om er informatie voor 10 minuten praten over te vinden. Ronnie had een informatief verhaal over de geknakte vossenstaart  en Tienes had een verhaal over de veldzuring. Ik vond het een leerzame ervaring en leuk om te doen.

Toen we ermee klaar waren hebben we nog een wandeling langs het oude diep gemaakt. Wat een mooi gebied en wat kwam alles mooi in bloei , veel diversiteit aan flora en fauna. Mooi gebied en een leerzame ochtend !

Carl Maurits.

vrijdag 19 mei 2017

Bodemleven

Verslag 17 mei 2017

Joop heet ons allen welkom en geeft aan dat de volgende mensen met kennisgeving afwezig zijn: Harmen, Bas, Ronny, Eddie en Ronald.

Hij geeft eerst het woord aan Guido, omdat er bij de laatste excursie mensen absent waren en voor aanstaande zaterdag instructie nodig hebben. In de pauze geeft hij informatie aan die mensen. Verder attendeert Guido ons op het symposium over bijen op 9 en 10 juni. Het is facultatief, maar sluit uitstekend aan op ons thema dieren en is dus een aanrader. Gelieve wel graag vooraf aan te melden i.v.m. de lunch. Je kunt ook voor één van beide dagen inschrijven, kosten vrijdag € 20,- en zaterdag € 15,- Aanmelden bij ivn-westerveld.nl

Joop neemt ons daarna mee in zijn enthousiaste verhaal over Bodem is de bron. Het gaat met name over de vulling van de bodem. Hij laat prachtige foto’s zien van de roodschildmestkever, de larve van de zwartkopvuurkever, die hij onder schors had gevonden. Ook over de pseudoschorpioen, die maar 3 mm groot is en leeft van dierlijk afval (zilvervisjes), vertelt hij boeiend hoe het paringsritueel verloopt. Het mannetje strekt zijn armen omhoog en knipt met zijn scharen. Als het vrouwtje terug knipt, vindt ze hem aantrekkelijk en danst het mannetje naar haar toe, pakt haar scharen met de zijne vast en verbind hun lijven met een draadje. Dan neemt hij afstand terwijl hij haar vasthoudt en ze dansen verder. Daarna brengt hij zaad aan op de buik van het vrouwtje, waar het in een zakje glijdt. Daar vindt de bevruchting plaats, als de eicellen rijp zijn. Het vrouwtje legt de eitjes onder de grond. Zeer boeiend.

Over teken komt het gevaar ervan aan de orde. Erg belangrijk voor ons is hier vooral tijdens een excursie aandacht voor te hebben en mensen erop te wijzen naderhand een tekencontrole te doen.
Bodem, waar bestaat het uit? Joop laat ons vertellen. Zand, afgebroken organisch materiaal, dieren, water, planten (ondergrondse delen), schimmels en bacteriën. De schimmels leven in symbiose met bomen en planten. Bij essen en fruitbomen zie je geen paddenstoelen, maar toch is hier ook sprake van zo’n symbiose. Schimmels nemen water en zouten voor de boom uit de grond op en krijgen via fotosynthese van de boom suikers ervoor terug.

Aan de hand van prachtige foto’s laat Joop zien hoe slijmzwammen veranderen van vorm, eerst een fijn netwerk dat als een landkaart op  een boom groeit, later lange draden en tenslotte zakjes onderaan de draden, die de sporen laten vallen.

Weetjes over wormen zijn: ze zijn eiwitrijk, eten organisch afval, verrijken de bodem met hun uitwerpselen, maken de bodem luchtiger, zijn tweeslachtig, bewegen zich voort met borsteltjes die aan hun segmenten zitten. Per hectare grond zit er aan regenwormen een koe aan gewicht in de grond.
Over de bodemdieren, die in de bodem leven laat Joop ons de onderverdeling zien. Deze staat ook in onze map. Er zijn een paar leuke toevoegingen. De slakkensmidse van de lijster, die de slakken op een steen kapot gooit, om ze zo te kunnen opeten en de slakkenaaskever, die een stofje in de slak laat druppelen, waardoor deze oplost en de kever hem zo kan opslurpen.

We worden getest op wat we nog weten van pissebedden. Ze houden van vocht, hebben een uitwendig skelet, 7 paar poten, kieuwen (ademhaling), eten organisch afval, plassen niet  meer transpireren via hun schild.

Bij de geleedpotigen komt de huiszebraspin prachtig in beeld. Prooien worden door spinnen heel divers gevangen. Het lijf is ingesnoerd tussen de kop en het achterlijf, heeft 8 poten en spinklieren onder het lijf.

Teken en mijten: De mijten laten zich vervoeren door bv. insecten. Dit is te zien aan de gele bolletjes op het schild van een kever. Varoa-mijten zijn schadelijk; zij leggen nl. eitjes in de larven van bijen, die bij uitkomst de larven opeten. Voor de mens is de schurftmijt en de huisstofmijt schadelijk.
Een bijzondere hooiwagen is de strekspin, die zich om een tak heen wikkelt en daardoor nauwelijks te zien is. Bij hooiwagens is het opmerkelijk hoe gemakkelijk de poten loslaten.

De insecten komen tenslotte aan bod, die belangrijk zijn

  • Bij de bestuiving.
  • Als voedselbron (egels, dassen, spitsmuizen, spinnen, insecten, kikkers.
  • Voor zijde- en honingproductie.
  • Bij bestrijding van schadelijke insecten.


Er zijn enorme aantallen wereldwijd: 170.000 vlindersoorten, 20.000 sprinkhanensoorten, 80.000 soorten wantsen.

De bodeminsecten zijn onmisbaar voor het hele ecosysteem. Na de pauze gaan we er zelf mee aan de slag. Maar eerst genieten we van een lekkere kop koffie of thee.

Marian heeft haar 5-minutenpraatje en introduceert dit met een heerlijk beschuitje aardbei; wat is er nou lekkerder dan dat! En het liefst uit eigen tuin. Maar er zijn kapers op de kust en die wil ze weghouden. SLAKKEN! Ze heeft een heuse hindernisbaan aangelegd met koffie in een geultje en stro. Aan de hand van mooie foto’s en filmpjes laat ze zien wat ze in haar tuin gevonden heeft over de slak.

Daarna mogen we zelf aan de slag gaan. In 5 groepjes gaan we voorzien van loepjes, plastikpotjes, determineerkaarten en een bak met aarde naar buiten waar we mogen kijken wat voor diertjes we tegenkomen. Is er iets bijzonders, dan kunnen we dat in een potje aan de anderen laten zien. De volgende dieren kwamen we tegen: duizendpoot, miljoenpoot, segrijnslak, boerenknoopslak, larven (o.a. van de boktor), pissebedden en een pad. Het is altijd verrassend, om te zien hoe leuk dit is. We ruimen met elkaar op en kunnen terugkijken op een leerzame en vooral ook leuke avond.

Verslag: Joke la Roi




vrijdag 12 mei 2017

Ecologische relaties 3 mei 2017

Gastspreker is Edwin Dijkhuis, die bereid is de presentatie met ons te delen. Dit verslag is aanvullend. Aan de planten kun je zien hoe het met de bodem gesteld is.
Edwin Dijkhuis is betrokken bij Floristisch onderzoek Nederland- FLORON. Hij heeft de begroeiíng bekeken in de Flora Atlas Nederland, die 17 jaar geleden uitkwam. Nu blijkt dat de soorten in Drenthe met 90% zijn toegenomen.

Deens lepelblad, groeit bij de zee, maar ook in de gepekelde (zoute) bermen..
Raapzaad zie je langs sloten en in bermen (koolzaad verspreidt zich niet).


  1. Stuifzand en heide
    Verzuring en vermesting maken dat planten verdwijnen. Heide kan stoffen uitruilen met bodemschimmels.
    Vermesting veroorzaakt vergrassing van de hei door een te veel aan stikstof.  Als de heide wordt afgeplagd, verdwijnen ook fosfaten en dat is niet gunstig voor de groei van nieuwe heide. Edwin pleit ervoor bij bekalking na het plaggen, iets fosfor mee te geven voor terugkeer van de struikheide.
  2. Bos
    Meer dan 100 jaar geleden werd de strooisellaag uit het bos gebruikt; onder andere varkens aten ervan. Schapen aten knoppen uit bomen, waardoor je soms erg vreemd gevormde bomen ziet. De planten die onder bomen groeien, moeten door de strooisellaag heen kunnen komen en lopen daarom puntig uit.
  3. Sloot en plas.
    Onder water hebben de planten slappe, holle stengels. De bladeren maken gebruik van het invallend licht en groeien bij veel planten tot boven het water uit. Er zijn ook planten met verschillende verschijningsvormen: ze passen zich aan in het water, en als ze droogvallen zien ze er anders uit. Voedselrijkdom, en ook zuurgraad bepaalt welke planten in het water kunnen leven. Bij erg zuur water wordt geworteld in de bodem en als het basisch is, kan de plant voldoende voeding uit het water opnemen.



  • Natuurmoment met Martine
    Voeldozen met allerlei materiaal en levende have.
    Advies: gevoel gebruiken als je buiten bent, net als kinderen doen!
  • 5 minutenpraatjes van Mandy en Jaobien over symbiotische relaties.
    Wederzijds voordeel: 
    • mutualisme - zoals bijen/bloemen; mierenbroodje
    • commensalisme- 1 partij heeft voordeel, de andere neutraal; 
    • parasitisme – 1 partij heeft voordeel, andere nadeel (vlooien, luizen etc.)
    • endosymbiose – beide voordeel (bacterie in de darmen) 



Nelleke Jintes

woensdag 10 mei 2017

Excursie Oude Diep

Het is tijdens deze excursie op zaterdag 6 mei de bedoeling om planten in te delen naar familie  en te benoemen. De leiding geeft aan dat, in verband met het late voorjaar, we geen keuzestress zullen ervaren. Er bloeit namelijk nog niet zoveel. In groepjes van drie gaan we op pad;

De eerste plant die opvalt, vooral vanwege de bloei is de pinksterbloem. Hij behoort tot de kruisbloemigen, bladeren verspreid en 4 kroonbladeren. Vervolgens gingen we verder met een boterbloem. Deze behoort tot de ranonkelfamilie.  5 Kroonbladeren, 2-zijdig symmetrisch. Veel meeldraden.


Om de moeilijkheidsgraad te verhogen keken we naar de grassen. Op het veld waar we  determineerden vonden we reukgras. Deze behoort tot de grassenfamilie. Heeft een holle stengel, behalve op de knopen. Enkelvormig blad met bladschede, aarpluim. Dit gras is, met de vossestaart, een van de vroegst bloeiende grassen. Omdat we hem niet snel konden determineren, raadden Guide en Joop ons aan om het gras te kauwen. Waarbij Joop bijna de hele graspol opat. Kenmerkend van het reukgras is de smaak.

We vonden nog een plant met viltig blad, geen bloemen. Met hulp kwamen we op knoopkruid. Een paars bloeiende plant die veel insecten aantrekt. Het is een plant uit de composietenfamilie.

In een droge sloot vonden we nog pitrus. Deze behoort tot de russenfamilie. Het heeft een bladloze stengel gevuld met merg. Hierover wist Bart nog te vertellen dat dit merg vroeger als lont voor olielampjes werd gebruikt. Russen zijn rolrond zonder knopen.


Na de determinatieronde gingen we even rondkijken in het gebied. We liepen een gebied in dat veel natter was en was geweest dan het eerste gebied. In een gedeelte dat vaak onder water staat (maar nu even niet, vanwege het droge voorjaar), vonden we egelsboterbloem. Dit is een moerasplantje. Kenmerkend is de bladstand. Het middelste blaadje heeft een eigen steeltje.

Ook zagen we hier bloeiende zegge. Onderaan is de bloei vrouwelijk, bovenaan zit het stuifmeel. Zeggen zijn driekantig. Als je de voet van de plant voelt, voel je duidelijk dat hij driekantig is.

Verder zagen we vossestaart. Deze heeft een echte aar en is evenals reukgras vroegbloeiend. Ook de kale jonker (een distel met een donker hart en ingesneden bladeren) en verschillende zuringsoorten.


De krulzuring en de ridderzuring. Helemaal enthousiast werden we van Veronica. De gewone veronica en veldereprijs.

Aan het eind van de excursie kregen we de opdracht in groepen van 5 of 6 per persoon een verschillende plant te bespreken. Hierover moet je een minuut of tien praten. De volgende excursie is in hetzelfde gebied.

Verslag: Hennie Kroes

zaterdag 22 april 2017

Plantensystematiek

Bouw van planten/plantensystematiek, inleiding door Joop Verburg op 19 april

Mededeling van Guido dat de Weerribben-commissie bestaat uit; Map, Joke, Henny Hauschild, Adrie, Geert en Guido zelf.

Mededeling van Joop: wie gaat er mee op vakantie naar Frankrijk? Nog 2 plaatsen vrij.

Natuurmoment van Marian. Marian heeft voor ons allemaal een cadeautje. Ze geeft iedereen een doosje met een bloem/ bloesem er in. Iedereen mag het uitpakken en bekijken. De vraag is of je weet wat je hebt gekregen en of het een bovenstandige bloem of een onderstandige bloem is? Zelf heb ik een Magnolia gekregen en mijn buurman heeft een Perenbloesem. De Magnolia is bovenstandig en de perenbloesem is onderstandig legt Marian uit. Gina geeft feedback: leuke presentatie, je had voor iedereen wat meegenomen. Tip is om misschien een assistent te vragen om de cadeautjes uit te delen, zodat je zelf je handen vrij hebt. Marian is zelf ook tevreden over het natuurmoment.
Grietje vertelt nogmaals dat een natuurmoment echt niet langer dan 5 minuten mag duren.

Presentatie Joop over het determineren van planten. Het duurt normaal gesproken jaren om dit enigszins onder de knie te krijgen, maar Joop gaat proberen ons in de komende uren iets wijzer te maken. De presentatie staat later weer op intranet. En dat is maar goed ook want in een sneltreinvaart dendert Joop door de materie. Er is natuurlijk ook een hoop te vertellen, en de tijd is beperkt. Ik sta af en toe met mijn oren te klapperen (hopelijk ben ik niet de enige) en ontdek dat er nog een hoop te ontdekken en te leren valt voor mij. Gelukkig heb ik de veldgids Nederlandse Flora net aangeschaft. Dus ik kan flink aan de slag! De plantenintercity komt even tot stilstand want het is tijd voor een korte pauze.


Na de pauze is er tijd voor het 5 minuten praatje van Carl. Het gaat over plantennamen. Dit doet hij op een uiterst originele en komische wijze. Als een soort cabaretier laat hij namen zien van planten en verteld hierbij over zijn associaties bij deze namen. Ook laat hij vervolgens foto’s van de plant zien. Hij verteld o.a. over de Paardenbloem, Boterbloem, Dotterbloem, Parnassia, Spaanse ruiter. Waterscheerling blijkt een van de meest giftige planten van onze omgeving te zijn. Als je zoiets tijdens een excursie verteld dan blijkt dat plantje bij de deelnemers vaak veel beter hangen, verteld Carl. Als feedback geeft Ester; leuke creatieve presentatie, persoonlijk, erg leuk gedaan!

Dan komt het 5 minuten praatje van Gina. Gina vertelt een oud volksverhaal van Drenthe. Het gaat over de Witte Wieven. Het is een spannend verhaal, bijna poëtisch. Witte nevels in het schemer…pas op voor de Wittie Wieven… Jacobien geeft feedback; mooi verhaal, je zag de verandering van sfeer, van lacherig van het verhaal van Carl tot muisstil tijdens jou verhaal. Je had een goede interactie met het publiek, je keek goed rond. Als top zou je misschien nog meer in kunnen zetten op de intonatie en klemtoon, en af en toe een korte stilte laten vallen.


Joop gaat verder met zijn presentatie over het determineren en van planten. Aan het einde krijgen we een aantal opdrachten van Joop o.a.: zoek een schermbloem van tafel, ruik en proef deze. Na een aantal opdrachten is het ook bijna 22:00 uur en is het tijd om af te ronden.

Joop vertelt waar we moeten zijn komende zaterdag; bij de vlindertuin in Zuidwolde en raad ons nog aan de materie nog even door te nemen voor zaterdag.


Verslag: Geert Huisman