woensdag 13 september 2017

De Wildenberg - Takkenhoogte - Meeuwenveen - Rabbinge

Op deze regenachtige ochtend, zaterdag 9 september, heet Joop ons welkom in wat hij zelf zijn favoriete natuurgebied noemt: De Wildenberg, Takkenhoogte, Meeuwenveen en Rabbinge. Het gebied is geliefd, omdat er zo veel verschillende biotopen voorkomen, met de flora en fauna die daarbij horen.

De groep wordt in tweeën gesplitst. Wij lopen met Joop mee. Al snel belanden wij op de heide. Op dit deel van De Wildenberg grenst de heide aan het beekdal van de Reest. Je kunt zien dat het beekdal een stuk lager ligt. Het is een van de weinige plekken in Nederland waar je van de heide zo het beekdal in kunt lopen. Alle levensgemeenschappen van droge heidevegetaties en kletsnatte
dotterhooilanden komen hier voor in een gebiedje van enkele tientallen hectares.

Dat is wel eens anders geweest:


Zelfs in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd in deze regio nog veen in cultuurgrond omgezet! En in 1969 volgde de genadeklap: de aanleg van de Reestvervangende Leiding. Deze afwateringssloot werd parallel aan het Reestdal gegraven om het Reestdal ten behoeve van de landbouw te ontwateren. Water werd afgevoerd naar de Hoogeveense  Vaart. Door verkavelingen werden de landbouwpercelen groter en arme grond werd door kunstbemesting geschikt gemaakt voor de landbouw Geen mens maakte zich in die tijd druk om weer een stukje verdwenen heide.

In 1992 kwam een 30 ha grote landbouwbedrijf, wat als een soort enclave tussen de drie natuurgebieden in lag, te koop. Het Drents Landschap zag een geweldige kans om Meeuwenveen, Takkenhoogte en De Wildenberg met elkaar te verbinden. Dankzij de hulp van andere organisaties lukte dit ook. Op 1 april 1992 was de aankoop een feit. De boerderij, met de naam De Hofstee verloor haar agrarische functie.

Samen met waterschap Riegmeer (inmiddels gefuseerd) werkte Het Drents Landschap een prachtig plan uit. Allereerst zou de rechte Reestvervangende Leiding een totale metamorfose ondergaan. De sloot moest gaan kronkelen, er moesten eilandjes komen, de oevers moesten natuurvriendelijk worden ingericht. De voedselrijke bouwvoor moest over het hele gebied worden afgevoerd, zodat de heide weer terug zou komen. Bovendien zouden een paar vennetjes die ooit bij de aanleg van de Reestvervangende Leiding waren verdwenen weer in ere worden hersteld. Er ontstond een groot
aaneensluitend natuurgebied van ongeveer 400 ha.


Flora en fauna 

Het effect op de planten- en dierenwereld was verbluffend. In 1999 werden al meer dan 200 soorten planten geteld. De bodem bleek nog vol van heidezaden, want al heel snel kwamen de eerste kiemplantjes van de struikhei te voorschijn en op vochtige plekken gebeurde dat ook met de dophei. (bron: internet) Door de weersomstandigheden en de tijd van het jaar zullen wij vandaag heel
veel dieren en planten die hier voorkomen niet zien, maar Joop vertelt enthousiast over de niet/minder alledaagse flora en fauna die hier te zien/horen zijn:
  • Kwartelkoning, Grauwe Klauwier, Blauwborst, Groene en Zwarte Specht. Tapuiten en Beflijsters tijdelijk op voorjaarstrek. De Klapekster in de wintermaanden. Zilveren Maan.
  • Gevlekte orchis, moeraskartelblad (halfparasiet), moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan) en Slangewortel.
We passeren een kleine zandvlakte: met zonnig weer een uitermate geschikte plek voor wilde bijen. Ook groeien hier in dit arme milieu Muizenoor (het blad lijkt ook op een muizenoortje) en Biggenkruid. Er komt ook Heidespurrie voor. Aangekomen bij het Meeuwenveen, wat tot nu is doorgegaan voor een pingoruïne, vertelt Joop dat dit ven geen pingoruïne blijkt te zijn. Door
onderzoek (grondboringen) is vast komen te staan dat het gaat om een stuifkom. Ook op het water is op dit moment niet zo veel te beleven. Wel zien we een paartje dodaars.

Verder vanochtend gehoord/gezien:
Vogels: Kuifeenden, Boomkruiper, Goudhaantje, Grote Bonte Specht, Buizerd en de nodige meesjes.

Planten: Kleine wolfsklauw, Slangenwortel, Biggenkruid en Muizenoor. We hebben ook een 'schuimbekkende' eik gezien. Lees het leuke verhaal op boswachtersblog.nl

Paddenstoelen: Gordijnzwam, Meststrovaria (blauwe plaatjes), Parelamaniet, Slanke Bruine Amaniet, Vaalhoed, Grote Parasolzwam, Zwavelkopjes, Waaierbuisjeszwam, Roestvlekkenzwam, Stinkzwam, Krulzwam.

Joop vertelt dat je paddenstoelen kunt onderverdelen in aanvallers, afbrekers en de mycorrhiza-soorten, die samenwerken met bomen via de wortels. De Aardappelbovist behoort tot de laatste. Het is een allemansvriend en werkt zowel samen met loof- als naaldbomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de vliegenzwam die in symbiose leeft met de berk.
Verder zien we nog een moerassprinkhaan (met rode dijen), een Kleine Vuurvlinder en een prachtige wespspin.


Verslag: Boukje Toussaint

donderdag 7 september 2017

Lesverslag cursusavond 6 september: Vogels

De les begint met een welkomstgroet (na de zomervakantie) en mededelingen.
Daarna volgt het Natuurmoment. Bakjes, manden en dienbladen gaan rond, gevuld met gelig gekleurde paddenstoelen van een soort. De paddenstoelen worden bekeken, aangeraakt en er wordt aan geroken, vanwege de vraag: "Waar doet de geur je aan denken?" Het zou namelijk naar abrikozen kunnen ruiken, maar dat is niet echt duidelijk. Op de dienbladen blijkt iets eetbaars te liggen, namelijk toastjes met diezelfde paddenstoel. Het blijkt cantharel te zijn. Andere namen zijn hanekam en dooierzwam (vanwege de kleur). Eetbaar, maar alleen na verhitten.

Cantharel is populair vanwege de smaak en de lange houdbaarheid. Er volgt een uitleg over de vorm en het uiterlijk. Cantharel groeit in de grond, nooit op dood hout. Het zoeken naar de paddenstoelen kan lastig zijn, omdat anderen ze al geplukt kunnen hebben langs de paden. Cantharel staat in Nederland op de rode lijst. De paddenstoel is niet wettelijk beschermd, maar "rood" heeft wel een signaalfunctie. Ze komen steeds minder vaak voor. (Logisch, als iedereen ze loopt te plukken...... gedachtekronkel van de notulist). In Zweden gelden geen regels. De natuur is er voor vrij gebruik, mits iedereen er bewust en verstandig mee omgaat. De cantharel kan verward worden met valse hanekam, die niet giftig is, maar deze soort is niet lekker van smaak.



In het feedback moment worden tips en tops gegeven, met name door een persoon. Voorbeeld van een top: Gebruikte materialen en lekkernijen om te proeven. Wel was er veel gespreksstof, waardoor het geheel meer weg had van een 5 - minutenpraatje, maar daar werd een reden voor aangegeven. Een tip die voor iedereen van belang zou kunnen zijn: Regelmatig informatie uitwisselen met de groep kan ontspannend werken (beter dan dat je in je eentje een voordracht staat te houden).

Dan volgt de presentatie met beeldmateriaal over vogels door vogelkenner Jörgen de Bruin, IVN medewerker in het noorden van het land (werkterrein Lauwersmeer en de Alde Feanen in Friesland). Presentatie in vogelvlucht, want de tijd is beperkt.



Uitgelegd waarom vogels interessant zijn: Ze zijn overal, goed waar te nemen, vertonen bewegelijk gedrag, de meesten vliegen. Daarna gaat het over de bouw. Ze hebben holle botten, maar wel stevig. De snavel is van hoorn (lichter dan bot). Ze zijn gestroomlijnd en hebben vederlichte vleugels met stevige pennen. Dan info over de rui. Dat vindt meestal twee keer per jaar plaats, wat nodig is vanwege slijtage en winter/zomerkleed. Bij veel vogels gaat het geleidelijk aan waardoor ze kunnen blijven vliegen. Bij eenden en ganzen verloopt de rui in een keer, waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Voor deze vogels zijn schuilplekken dan van groot belang, omdat ze dan niet kunnen vluchten bij gevaar. Een rommelig, kaal verenpak wordt eclipskleed genoemd. Ze vallen zo niet zo op, wat beter/veiliger is in deze periode.

Daarna gaat het over voedsel. De onderverdeling bestaat uit planten/graseters, zaadeters, besseneters, insecteneters, vleeseters en viseters. Er is een relatie tussen voedsel en de snavelvorm. Planteneters hebben een grote dikke snavel, zoals bijv. ganzen. Zaadeters hebben stevige, puntige snavels, zoals vink, geelgors, groenling, putter (distelvink). Besseneters hebben een spits snaveltje, zoals kramsvogel en koperwiek. (opm: Latere bessen gaan gisten, waardoor de vogels wat "dronken" kunnen lijken bij het eten ervan). Insecteneters hebben een fijn snaveltje, zoals de bonte vliegenvanger en de specht. De specht heeft wel een langere snavel (en tong), omdat deze insecten uit boomschors moet halen. Vleeseters hebben een haaksnavel (en speciale poten), zoals de torenvalk, en de kerkuil. Bij viseters zie je variatie in snavelvormen, zoals bijv. haaksnavels en de aparte snavel van de lepelaar.

Er wordt extra info gegeven over de aalscholver. Deze vogel heeft geen vet verenkleed, omdat dit het duiken naar voedsel zou bemoeilijken. Vandaar dat je ze vaak aantreft in de speciale houding, waarbij ze hun verenpak laten drogen, met de vleugels wijd uiteen. Wat zang en geluid betreft gaat het om territorium en voortplanting, contactroepjes en de alarmroep.

Bij het onderwerp voortplanting worden een aantal dingen genoemd, namelijk zang, een mooi verenpak, baltsgedrag, nestbouw, aantal eieren, of het om nestblijvers of nestvlieders gaat en het aantal nesten per jaar. Op afbeeldingen is baltsgedrag/uiterlijk vertoon te zien van watersnip, kemphaan en fuut. De fuuten maken samen een mooie dans en bieden elkaar nestmateriaal aan. Bij kemphanen is het een ingewikkeld gebeuren, waarbij de zwakkere mannetjes zich voor kunnen doen als vrouwtjes. (De kemphaan is als broedvogel verdwenen, maar het baltsgedrag begint al wel in Nederland, op doortrek naar Skandinavië en de Baltische Staten.)

Op afbeeldingen zien we verschillende nesten, bijv. van de buizerd en de gangen in wanden van de oeverzwaluwen. Ook zien we de uiterlijke verschillen tussen nestvlieders (die al stevig op de pootjes staan) en nestblijvers (de kwetsbare, kale jongen). Roofvogels beginnen na het leggen van het eerste ei meteen met broeden, zodat er leeftijdverschil ontstaat tussen de jongen. Wanneer de eerste jongen uit het ei zijn, kan er bijv. ook nog een zijn die nog niet uitgekomen is. Aanbod van voedsel kan het aantal jongen bepalen. Er is sprake van enige planning wat dat betreft.

Dan vogeltrek op een kaart in beeld. Trekvogels volgen met name de kustlijnen voor oriëntatie en veiligheid. Er komen veel vogels uit Alaska en Siberië terecht in het Waddenzeegebied. Velen trekken ook langs de kusten van Afrika. Bij het onderwerp trekvogel of standvogel wordt een onderverdeling gemaakt. De standvogels zie je het hele jaar door in ons land (bijv. koolmezen, mussen). Zomergasten komen vanuit het zuiden (vaak insecteneters zoals grauwe klauwier).. Wintergasten komen vanuit het noorden (bijv. ganzen, keep en klapekster en de pestvogel als er in het noorden niet voldoende bessen zijn). Doortrekkers zijn hier tijdelijk om bij te tanken (zoals de groenpootruiter en de Noordse stern, de "grootste reiziger", die enorm lange afstanden aflegt). En zo nu en dan kun je een dwaalgast tegenkomen die hier per ongeluk verzeild raakt.

Voor het leren herkennen van vogels worden tips gegeven: Beginnen in februari. Dan zijn er nog niet veel soorten en is er nog geen blad aan de bomen; Gebruik van vogelgidsen, verrekijker/telescoop, vogel apps (incl. geluiden); Meegaan met vogelexcursies; Lid worden van een vogelwerkgroep.  
Zo af en toe worden er vragen beantwoord tussendoor.


Twee 5 - minutenpraatjes. Bij de eerste presentatie kunnen we vleugels zien van een eend. Daarna wordt een verhaal voorgelezen over vogeltrek, waarbij verschillende vogels de revue passeren, van Jac Thijsse. Tevens feedback met tips en tops. Bij de tweede presentatie wordt ook voorgelezen uit een boek en het gaat over een favoriet "dier". Waar niemand echter aan dacht... het bleek over de mens te gaan, met al zijn grillen en kuren. En daarna feedback met tips en tops.
In groepjes van drie moeten we een aantal opgezette vogels benoemen en we mogen ook zelf een naam bedenken voor die vogels. Daarna volgt de bespreking en wordt er ook nog wat extra info gegeven.



Er volgt nog een opdracht. Joop laat vogelgeluiden horen. Op een stencil met kolommen kunnen we invullen wat we denken te horen. Daarna zien we de afbeelding van de vogel en dus het antwoord, wat in de tweede kolom ingevuld kan worden. Vogels die aan de orde zijn zijn goudvink, zwaluwen, havik, bosuil, steenuil, slobeend, wulp, scholekster, geelgors, koolmees, en tjiftjaf.
De cursusavond wordt afgesloten met mededelingen over komende excursieochtend za 9 september. De ontmoetingsplek is bij de parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, t.h.v. huisnr 26, gebied Takkenhoogte, ten zuiden van Zuidwolde.

We krijgen ook al wat info over de naderende mini-excursies (eind sept) die in de adoptieterreinen plaats zullen vinden. We worden ingedeeld in drie groepen. Elke groep bezoekt per keer drie adoptieterreinen, waarbij degene(n) die erover gaan een presentatie houden van een half uur op meerdere plekken. Dit vraagt om enig organisatietalent, want de cursisten zelf moeten met elkaar afspraken maken, telefonisch of via de mail etc., en ook zorgen voor de uitnodigingen. Meer info hierover tijdens de volgende cursusavond.

Verslag: Wilma

   



donderdag 1 juni 2017

Mini-excursies bij Oude Diep

We hebben ons op zaterdag 19 mei verzameld aan Vamweg in de buurt van het Oude Diep. We hadden twee weken geleden de opdracht gekregen een mini excursie voor te bereiden over een plant die we daar tegengekomen waren. Toen zijn er al groepjes gevormd en ieder van ons moest een presentatie over die ene plant geven aan de groepsgenoten.

Er waren 4 groepen en 3 begeleiders aanwezig vanochtend . Elk van de groepen gingen op pad om de betreffende plant weer te zoeken en om en om werd de informatie hierover gedeeld. Ik kan alleen maar verslag doen van mijn eigen groepje en we kwamen eerst de grote muur tegen , daar had Nelleke wat over opgezocht en ze had er een leuk en informatief verhaal over.

Ik was op zoek naar de egelboterbloem en al gauw had ik hem gevonden en mijn verhaaltje daarover gedaan . Ik vond het nog wel lastig om er informatie voor 10 minuten praten over te vinden. Ronnie had een informatief verhaal over de geknakte vossenstaart  en Tienes had een verhaal over de veldzuring. Ik vond het een leerzame ervaring en leuk om te doen.

Toen we ermee klaar waren hebben we nog een wandeling langs het oude diep gemaakt. Wat een mooi gebied en wat kwam alles mooi in bloei , veel diversiteit aan flora en fauna. Mooi gebied en een leerzame ochtend !

Carl Maurits.

vrijdag 19 mei 2017

Bodemleven

Verslag 17 mei 2017

Joop heet ons allen welkom en geeft aan dat de volgende mensen met kennisgeving afwezig zijn: Harmen, Bas, Ronny, Eddie en Ronald.

Hij geeft eerst het woord aan Guido, omdat er bij de laatste excursie mensen absent waren en voor aanstaande zaterdag instructie nodig hebben. In de pauze geeft hij informatie aan die mensen. Verder attendeert Guido ons op het symposium over bijen op 9 en 10 juni. Het is facultatief, maar sluit uitstekend aan op ons thema dieren en is dus een aanrader. Gelieve wel graag vooraf aan te melden i.v.m. de lunch. Je kunt ook voor één van beide dagen inschrijven, kosten vrijdag € 20,- en zaterdag € 15,- Aanmelden bij ivn-westerveld.nl

Joop neemt ons daarna mee in zijn enthousiaste verhaal over Bodem is de bron. Het gaat met name over de vulling van de bodem. Hij laat prachtige foto’s zien van de roodschildmestkever, de larve van de zwartkopvuurkever, die hij onder schors had gevonden. Ook over de pseudoschorpioen, die maar 3 mm groot is en leeft van dierlijk afval (zilvervisjes), vertelt hij boeiend hoe het paringsritueel verloopt. Het mannetje strekt zijn armen omhoog en knipt met zijn scharen. Als het vrouwtje terug knipt, vindt ze hem aantrekkelijk en danst het mannetje naar haar toe, pakt haar scharen met de zijne vast en verbind hun lijven met een draadje. Dan neemt hij afstand terwijl hij haar vasthoudt en ze dansen verder. Daarna brengt hij zaad aan op de buik van het vrouwtje, waar het in een zakje glijdt. Daar vindt de bevruchting plaats, als de eicellen rijp zijn. Het vrouwtje legt de eitjes onder de grond. Zeer boeiend.

Over teken komt het gevaar ervan aan de orde. Erg belangrijk voor ons is hier vooral tijdens een excursie aandacht voor te hebben en mensen erop te wijzen naderhand een tekencontrole te doen.
Bodem, waar bestaat het uit? Joop laat ons vertellen. Zand, afgebroken organisch materiaal, dieren, water, planten (ondergrondse delen), schimmels en bacteriën. De schimmels leven in symbiose met bomen en planten. Bij essen en fruitbomen zie je geen paddenstoelen, maar toch is hier ook sprake van zo’n symbiose. Schimmels nemen water en zouten voor de boom uit de grond op en krijgen via fotosynthese van de boom suikers ervoor terug.

Aan de hand van prachtige foto’s laat Joop zien hoe slijmzwammen veranderen van vorm, eerst een fijn netwerk dat als een landkaart op  een boom groeit, later lange draden en tenslotte zakjes onderaan de draden, die de sporen laten vallen.

Weetjes over wormen zijn: ze zijn eiwitrijk, eten organisch afval, verrijken de bodem met hun uitwerpselen, maken de bodem luchtiger, zijn tweeslachtig, bewegen zich voort met borsteltjes die aan hun segmenten zitten. Per hectare grond zit er aan regenwormen een koe aan gewicht in de grond.
Over de bodemdieren, die in de bodem leven laat Joop ons de onderverdeling zien. Deze staat ook in onze map. Er zijn een paar leuke toevoegingen. De slakkensmidse van de lijster, die de slakken op een steen kapot gooit, om ze zo te kunnen opeten en de slakkenaaskever, die een stofje in de slak laat druppelen, waardoor deze oplost en de kever hem zo kan opslurpen.

We worden getest op wat we nog weten van pissebedden. Ze houden van vocht, hebben een uitwendig skelet, 7 paar poten, kieuwen (ademhaling), eten organisch afval, plassen niet  meer transpireren via hun schild.

Bij de geleedpotigen komt de huiszebraspin prachtig in beeld. Prooien worden door spinnen heel divers gevangen. Het lijf is ingesnoerd tussen de kop en het achterlijf, heeft 8 poten en spinklieren onder het lijf.

Teken en mijten: De mijten laten zich vervoeren door bv. insecten. Dit is te zien aan de gele bolletjes op het schild van een kever. Varoa-mijten zijn schadelijk; zij leggen nl. eitjes in de larven van bijen, die bij uitkomst de larven opeten. Voor de mens is de schurftmijt en de huisstofmijt schadelijk.
Een bijzondere hooiwagen is de strekspin, die zich om een tak heen wikkelt en daardoor nauwelijks te zien is. Bij hooiwagens is het opmerkelijk hoe gemakkelijk de poten loslaten.

De insecten komen tenslotte aan bod, die belangrijk zijn

  • Bij de bestuiving.
  • Als voedselbron (egels, dassen, spitsmuizen, spinnen, insecten, kikkers.
  • Voor zijde- en honingproductie.
  • Bij bestrijding van schadelijke insecten.


Er zijn enorme aantallen wereldwijd: 170.000 vlindersoorten, 20.000 sprinkhanensoorten, 80.000 soorten wantsen.

De bodeminsecten zijn onmisbaar voor het hele ecosysteem. Na de pauze gaan we er zelf mee aan de slag. Maar eerst genieten we van een lekkere kop koffie of thee.

Marian heeft haar 5-minutenpraatje en introduceert dit met een heerlijk beschuitje aardbei; wat is er nou lekkerder dan dat! En het liefst uit eigen tuin. Maar er zijn kapers op de kust en die wil ze weghouden. SLAKKEN! Ze heeft een heuse hindernisbaan aangelegd met koffie in een geultje en stro. Aan de hand van mooie foto’s en filmpjes laat ze zien wat ze in haar tuin gevonden heeft over de slak.

Daarna mogen we zelf aan de slag gaan. In 5 groepjes gaan we voorzien van loepjes, plastikpotjes, determineerkaarten en een bak met aarde naar buiten waar we mogen kijken wat voor diertjes we tegenkomen. Is er iets bijzonders, dan kunnen we dat in een potje aan de anderen laten zien. De volgende dieren kwamen we tegen: duizendpoot, miljoenpoot, segrijnslak, boerenknoopslak, larven (o.a. van de boktor), pissebedden en een pad. Het is altijd verrassend, om te zien hoe leuk dit is. We ruimen met elkaar op en kunnen terugkijken op een leerzame en vooral ook leuke avond.

Verslag: Joke la Roi




vrijdag 12 mei 2017

Ecologische relaties 3 mei 2017

Gastspreker is Edwin Dijkhuis, die bereid is de presentatie met ons te delen. Dit verslag is aanvullend. Aan de planten kun je zien hoe het met de bodem gesteld is.
Edwin Dijkhuis is betrokken bij Floristisch onderzoek Nederland- FLORON. Hij heeft de begroeiíng bekeken in de Flora Atlas Nederland, die 17 jaar geleden uitkwam. Nu blijkt dat de soorten in Drenthe met 90% zijn toegenomen.

Deens lepelblad, groeit bij de zee, maar ook in de gepekelde (zoute) bermen..
Raapzaad zie je langs sloten en in bermen (koolzaad verspreidt zich niet).


  1. Stuifzand en heide
    Verzuring en vermesting maken dat planten verdwijnen. Heide kan stoffen uitruilen met bodemschimmels.
    Vermesting veroorzaakt vergrassing van de hei door een te veel aan stikstof.  Als de heide wordt afgeplagd, verdwijnen ook fosfaten en dat is niet gunstig voor de groei van nieuwe heide. Edwin pleit ervoor bij bekalking na het plaggen, iets fosfor mee te geven voor terugkeer van de struikheide.
  2. Bos
    Meer dan 100 jaar geleden werd de strooisellaag uit het bos gebruikt; onder andere varkens aten ervan. Schapen aten knoppen uit bomen, waardoor je soms erg vreemd gevormde bomen ziet. De planten die onder bomen groeien, moeten door de strooisellaag heen kunnen komen en lopen daarom puntig uit.
  3. Sloot en plas.
    Onder water hebben de planten slappe, holle stengels. De bladeren maken gebruik van het invallend licht en groeien bij veel planten tot boven het water uit. Er zijn ook planten met verschillende verschijningsvormen: ze passen zich aan in het water, en als ze droogvallen zien ze er anders uit. Voedselrijkdom, en ook zuurgraad bepaalt welke planten in het water kunnen leven. Bij erg zuur water wordt geworteld in de bodem en als het basisch is, kan de plant voldoende voeding uit het water opnemen.



  • Natuurmoment met Martine
    Voeldozen met allerlei materiaal en levende have.
    Advies: gevoel gebruiken als je buiten bent, net als kinderen doen!
  • 5 minutenpraatjes van Mandy en Jaobien over symbiotische relaties.
    Wederzijds voordeel: 
    • mutualisme - zoals bijen/bloemen; mierenbroodje
    • commensalisme- 1 partij heeft voordeel, de andere neutraal; 
    • parasitisme – 1 partij heeft voordeel, andere nadeel (vlooien, luizen etc.)
    • endosymbiose – beide voordeel (bacterie in de darmen) 



Nelleke Jintes

woensdag 10 mei 2017

Excursie Oude Diep

Het is tijdens deze excursie op zaterdag 6 mei de bedoeling om planten in te delen naar familie  en te benoemen. De leiding geeft aan dat, in verband met het late voorjaar, we geen keuzestress zullen ervaren. Er bloeit namelijk nog niet zoveel. In groepjes van drie gaan we op pad;

De eerste plant die opvalt, vooral vanwege de bloei is de pinksterbloem. Hij behoort tot de kruisbloemigen, bladeren verspreid en 4 kroonbladeren. Vervolgens gingen we verder met een boterbloem. Deze behoort tot de ranonkelfamilie.  5 Kroonbladeren, 2-zijdig symmetrisch. Veel meeldraden.


Om de moeilijkheidsgraad te verhogen keken we naar de grassen. Op het veld waar we  determineerden vonden we reukgras. Deze behoort tot de grassenfamilie. Heeft een holle stengel, behalve op de knopen. Enkelvormig blad met bladschede, aarpluim. Dit gras is, met de vossestaart, een van de vroegst bloeiende grassen. Omdat we hem niet snel konden determineren, raadden Guide en Joop ons aan om het gras te kauwen. Waarbij Joop bijna de hele graspol opat. Kenmerkend van het reukgras is de smaak.

We vonden nog een plant met viltig blad, geen bloemen. Met hulp kwamen we op knoopkruid. Een paars bloeiende plant die veel insecten aantrekt. Het is een plant uit de composietenfamilie.

In een droge sloot vonden we nog pitrus. Deze behoort tot de russenfamilie. Het heeft een bladloze stengel gevuld met merg. Hierover wist Bart nog te vertellen dat dit merg vroeger als lont voor olielampjes werd gebruikt. Russen zijn rolrond zonder knopen.


Na de determinatieronde gingen we even rondkijken in het gebied. We liepen een gebied in dat veel natter was en was geweest dan het eerste gebied. In een gedeelte dat vaak onder water staat (maar nu even niet, vanwege het droge voorjaar), vonden we egelsboterbloem. Dit is een moerasplantje. Kenmerkend is de bladstand. Het middelste blaadje heeft een eigen steeltje.

Ook zagen we hier bloeiende zegge. Onderaan is de bloei vrouwelijk, bovenaan zit het stuifmeel. Zeggen zijn driekantig. Als je de voet van de plant voelt, voel je duidelijk dat hij driekantig is.

Verder zagen we vossestaart. Deze heeft een echte aar en is evenals reukgras vroegbloeiend. Ook de kale jonker (een distel met een donker hart en ingesneden bladeren) en verschillende zuringsoorten.


De krulzuring en de ridderzuring. Helemaal enthousiast werden we van Veronica. De gewone veronica en veldereprijs.

Aan het eind van de excursie kregen we de opdracht in groepen van 5 of 6 per persoon een verschillende plant te bespreken. Hierover moet je een minuut of tien praten. De volgende excursie is in hetzelfde gebied.

Verslag: Hennie Kroes

zaterdag 22 april 2017

Plantensystematiek

Bouw van planten/plantensystematiek, inleiding door Joop Verburg op 19 april

Mededeling van Guido dat de Weerribben-commissie bestaat uit; Map, Joke, Henny Hauschild, Adrie, Geert en Guido zelf.

Mededeling van Joop: wie gaat er mee op vakantie naar Frankrijk? Nog 2 plaatsen vrij.

Natuurmoment van Marian. Marian heeft voor ons allemaal een cadeautje. Ze geeft iedereen een doosje met een bloem/ bloesem er in. Iedereen mag het uitpakken en bekijken. De vraag is of je weet wat je hebt gekregen en of het een bovenstandige bloem of een onderstandige bloem is? Zelf heb ik een Magnolia gekregen en mijn buurman heeft een Perenbloesem. De Magnolia is bovenstandig en de perenbloesem is onderstandig legt Marian uit. Gina geeft feedback: leuke presentatie, je had voor iedereen wat meegenomen. Tip is om misschien een assistent te vragen om de cadeautjes uit te delen, zodat je zelf je handen vrij hebt. Marian is zelf ook tevreden over het natuurmoment.
Grietje vertelt nogmaals dat een natuurmoment echt niet langer dan 5 minuten mag duren.

Presentatie Joop over het determineren van planten. Het duurt normaal gesproken jaren om dit enigszins onder de knie te krijgen, maar Joop gaat proberen ons in de komende uren iets wijzer te maken. De presentatie staat later weer op intranet. En dat is maar goed ook want in een sneltreinvaart dendert Joop door de materie. Er is natuurlijk ook een hoop te vertellen, en de tijd is beperkt. Ik sta af en toe met mijn oren te klapperen (hopelijk ben ik niet de enige) en ontdek dat er nog een hoop te ontdekken en te leren valt voor mij. Gelukkig heb ik de veldgids Nederlandse Flora net aangeschaft. Dus ik kan flink aan de slag! De plantenintercity komt even tot stilstand want het is tijd voor een korte pauze.


Na de pauze is er tijd voor het 5 minuten praatje van Carl. Het gaat over plantennamen. Dit doet hij op een uiterst originele en komische wijze. Als een soort cabaretier laat hij namen zien van planten en verteld hierbij over zijn associaties bij deze namen. Ook laat hij vervolgens foto’s van de plant zien. Hij verteld o.a. over de Paardenbloem, Boterbloem, Dotterbloem, Parnassia, Spaanse ruiter. Waterscheerling blijkt een van de meest giftige planten van onze omgeving te zijn. Als je zoiets tijdens een excursie verteld dan blijkt dat plantje bij de deelnemers vaak veel beter hangen, verteld Carl. Als feedback geeft Ester; leuke creatieve presentatie, persoonlijk, erg leuk gedaan!

Dan komt het 5 minuten praatje van Gina. Gina vertelt een oud volksverhaal van Drenthe. Het gaat over de Witte Wieven. Het is een spannend verhaal, bijna poëtisch. Witte nevels in het schemer…pas op voor de Wittie Wieven… Jacobien geeft feedback; mooi verhaal, je zag de verandering van sfeer, van lacherig van het verhaal van Carl tot muisstil tijdens jou verhaal. Je had een goede interactie met het publiek, je keek goed rond. Als top zou je misschien nog meer in kunnen zetten op de intonatie en klemtoon, en af en toe een korte stilte laten vallen.


Joop gaat verder met zijn presentatie over het determineren en van planten. Aan het einde krijgen we een aantal opdrachten van Joop o.a.: zoek een schermbloem van tafel, ruik en proef deze. Na een aantal opdrachten is het ook bijna 22:00 uur en is het tijd om af te ronden.

Joop vertelt waar we moeten zijn komende zaterdag; bij de vlindertuin in Zuidwolde en raad ons nog aan de materie nog even door te nemen voor zaterdag.


Verslag: Geert Huisman

zaterdag 8 april 2017

Duurzaamheid, gezondheid en natuur

Map heet ons allen en nog een nieuwe cursist Michiel Poelenije welkom.
Huishoudelijke mededeling: Afmelden bij Grietje Loof
Natuurmoment:
Carl deelt stukjes riet uit. Er zit een rare verdikking in. Het blijkt om een gal te gaan. Deze ontstaat doordat de grote rietsigaargalhalmvlieg een eitje gelegd heeft in de rietstengel. Het riet blijft hierdoor kort.  Met veel kracht maken we de gal open en zie daar een larve!
Feedback: Top: zeer verrassend.Tip: Mensen even langer de tijd geven om het uitgedeelde te bekijken.

Lesonderwerp: Duurzaamheid
De vijf V’s:

  • Verontreiniging,
  • Vermesting,
  • Versnippering,
  • Verdroging,
  • en Verzuring 


Alle worden besproken, hoe het vroeger was, hoe het in de vorige eeuw was en hoe het nu is.
Aan de hand van grafieken kun je zien dat vanaf de jaren 80 milieu bewustzijn zijn intrede doet Hadden we in de vorige eeuw te maken met zure regen en over bemesting, nu is de luchtkwaliteit een stuk beter door milieubewust wording. De stikstof en zwavel uitstoot neemt vanaf die tijd af.

Discussie: Wat betekent duurzaamheid voor jouw en wat doe je eraan?

5 Minuten praatje van Ronnie:
Ronnie begint met een verhaal over een vreemdeling. In de loop van zijn praatje blijkt het over de Nijlgans te gaan. Hij doet dit op een komische en verrassende manier.

5 Minuten praatje van Nelleke:
Nelleke vertelt over de eerste tekenen van de aankomende lente.in haar omgeving. Vlinder , bijtje, goudvink, kuifaalscholver en ijsvogel komen onder andere voorbij.

Lesonderwerp: Gezondheid en natuur.
In de pauze heeft iedereen een foto uitgekozen die voor hem/haar past bij gezondheid en natuur.
Vragenrondje: Waarom heb je deze foto gekozen? De natuur als gezondheid:
Medicijn ( kruiden)/eten uit de natuur / ontspanning/ beleving/ wandelcoach
Bedreigende natuur: gif(slangen) / insecten (teken)/ natuur geweld(onweer)
IVN projecten: educatie en beleving door te doen/ voelen / ruiken:
Bijv. Grijs, groen en gelukkig / slootjesdagen / natuurbelevingsactiviteiten / lezingen over natuur.

De natuur inzetten als (hulp)middel:

  • Zoals: nestkastjes ophangen waar overlast is van de processierups.
  • Ecoducten / onderdoorgangen onder drukke wegen.
  • Vlinderidylle
Verslag: Henny Hauschild


donderdag 30 maart 2017

Plantenfysiologie en presentatievaardigheden, 29 maart 2017

De avond begint met het Natuurmoment van Frits Witmer. Frits vertelt dat hij zijn onderwerp graag had willen meenemen, maar het advies kreeg dit vooral niet te doen. Ook de foto’s die hij had gemaakt van zijn onderwerp zijn helaas mislukt. Nieuwsgierig geworden waar dit allemaal over gaat, volgen we Frits naar buiten naar de vijver in de tuin van het Bezoekerscentrum (BC).
Hier vertelt hij op enthousiaste wijze hoe hij als 9-jarig jongetje gefascineerd werd door het slootje achter zijn school. In het voorjaar trof hij daar kikkerdril aan en vond dit geweldig. Nam het in een potje mee naar huis en zag het kikkervisjes worden.

Frits vertelt dat hij dit helemaal was vergeten, tot hij vorige week (als vrijwilliger) in de tuin werkte bij het BC, en de vijver vol kikkerdril zag liggen. Meteen was hij weer de gefascineerde 9-jarige vol verwondering. Hij legt uit dat de reden dat het kikkerdril niet uit de vijver gehaald mag worden, te maken heeft met het Ranavirus. Dit virus slaat toe bij vissen, amfibieën en reptielen.
In 2010 is er een uitbraak geweest op het Dwingelderveld waarbij de hele vijver van het Bezoekerscentrum is leeggehaald en schoongemaakt. Het virus komt alleen voor in de Oostelijke helft van Nederland. Hoewel het niet besmettelijk is voor mensen kunnen wij het wel overbrengen.

Weer binnengekomen start Tienes Bouwman zijn Natuurmoment.
Tienes heeft diverse interesses en vertelt als eerste dat hij in zijn jeugd het roestbruine water in het Reestgebied opmerkelijk vond. Is zich hierin gaan verdiepen en ontdekte zo ijzeroer (een afzettingsgesteente). Dit ijzeroer is ontstaan door het neerslaan van ijzermineralen uit water.
Hij heeft een indrukwekkende hoeveelheid glazen potjes uitgestald met monsters waarin de neerslag van het ijzeroer te zien is in diverse stadia. Helaas kunnen we niet ruiken hoe dit ijzeroer in water ruikt, aangezien de vorige bewoners van de potjes (augurken) te sterk overheersen 😊.
Daarna toont Tienes een ijzermagneet die ijzerbrokjes uit de rivier kan halen. Geen brokjes als bewijs, alles altijd netjes teruggegooid in de rivier. Ook laat hij ons nog zijn metaaldetector zien. Lachend vertelt hij dat het behalve dopjes en blikjes helaas (nog) geen kapitaal heeft opgeleverd.
Als laatste komt zijn interesse voor de bodem aan de orde. Hij toont diverse boeken hierover en sluit zijn moment af.

Vervolgens een interessante presentatie van Jan Nijman over Plantenfysiologie
Deze uitgebreide presentatie gaat in op oa:




  • Wat is een plant? 
  • Fotosynthese 
  • Planten zonder fotosynthese/bladgroen 
  • Halfparasieten en fotosynthese 
  • Parasieten 
  • Plant als energiecentrale (hierover loopt een onderzoek door studenten aan de W.U.) 
  • Communicatie tussen planten 
  • Hoe groeien planten?
    …en nog veel meer. 

Jan heeft deze presentatie op IVN-intranet gezet waar hij voor iedereen beschikbaar is.

Na de pauze houdt Joke la Roi haar vijfminutenpraatje.
Ze start met een verhaaltje in dichtvorm over de das. Daarna toont ze ons een aantal mooie foto’s (meeste zelfgemaakt) met daarbij uitleg over:


  • Kenmerken van de das 
    • Gewicht 7 tot 17 kg 
    • Nachtdier, leeft in groepen, dassensporen en ondergrondse burcht 

  • De Dassenburcht
    • Burcht is soms honderden jaren oud, 3-10 ingangen, in houtwallen/struiken/heggen, lengte gang 10-20 meter, diameter gang minstens 30 cm, latrine vaak vlakbij ingang 
    • Verschillende burchten: hoofdburcht, wisselburcht, bijburcht en vluchtpijpen
  • Paartijd, draagtijd en gezinsuitbreiding


Mededelingen Joop

  • Op 15 april 1e vroege vogeltocht 
  • Op 19 april is er een praktijkavond over planten/met planten
    Verzoek aan iedereen om plantenboeken mee te nemen én eventueel een plant waarvan je niets weet maar wel nieuwsgierig naar bent 
  • Komende jaarvergadering is er een lezing van Astrid Kant over weidevogels


Mededelingen Guido

  • Guido geeft aan dat het gezamenlijke weekend van 23 t/m 25 juni doorgaat.
    De accommodatie is definitief gereserveerd. Guido zou graag zien dat enkelen van ons willen deelnemen in een kleine commissie om samen met het bestuur eea voor te bereiden voor dit weekend. Aanmelding bij Guido. 
  • A.s. zaterdag is de locatie voor de praktijkles wederom ‘t Leggelerveld. Graag grondboren meenemen. In 3-tallen zal worden geboord waarna we aan elkaar uitleggen wat er te zien is. Na de koffie volgt een excursie op ’t Leggelerveld.


De presentatie van Map wordt ivm tijdsdruk omgezet in een oefening in 3-tallen waarbij je elkaar in 2 minuten een presentatie geeft. Van de anderen ontvang je feedback. We ontvangen bij aanvang hiervoor een checklist. Ik heb deze oefening samen met Hennie Kroes en Boukje Toussaint gedaan en alle 3 ervaarden we het presenteren en de daaropvolgende feedback als zeer nuttig.

Hierna reikt Map het formulier 'De plakfactor' uit. Hierop staan tips hoe je ideeën en concepten het best kunt overbrengen zodat ze blijven “plakken”/beklijven bij degenen aan wie je deze verteld.

Verslag: Desiree Frederiks

Grondboringen in het Leggelderveld 18 maart 2017


Het Leggelderveld bij Dwingeloo, is een interessant gebied voor bodemonderzoek. Guido nam ons daarom mee naar dit historische gebied.  In het verleden heeft stuifzand grotendeels haar gang kunnen gaan en hierdoor zijn grote hoogte verschillen ontstaan. Tijdens de boringen is dit terug te zien.  Na een korte inleiding door Guido over het gebied en het gebruik van de grondboor, zijn we gezamenlijk begonnen met drie boringen.

De eerste grondboring was op een laaggelegen deel waar veel struikheide groeit. Een ondiepe boring was hier al voldoende om het moedermateriaal te bereiken.

De tweede boring werd gedaan op een hoger geleden deel.  Hier zagen we eerst stuifzand en daarna een lichtgekleurde humusarme uitspoelingslaag gevolgd door een uitspoelingslaag met ijzer.  En daarna kwam er opnieuw een humus laag. Na nog dieper boren kwamen we bij het moedermateriaal. Er ontstond een prachtige podzolbodemprofiel.


Na een korte wandeling kwamen we aan bij een nat deel van het gebied.  We liepen hier naar een hooggelegen deel. Guido vertelde dat het hier natter was dan op het lager geleden deel  waar we eerst waren.

Bij de boring kregen we eerst een klein beetje humus te zien. Daarna leek het moedermateriaal al te komen, maar dit was schijn.  Nadat het verlengstuk op de boor bevestigd was en we door bleven boren, kwam er duidelijk een humeuze laag tevoorschijn.  Gevolgd door een uitspoelingslaag met ijzer. De laag werd steeds lichter. Na een boring van zo’n 1,85 m konden we stoppen, want toen kwam het keileem tevoorschijn.  Het bleek dat we op een heideven zaten te boren.  Dit heideven is in het verleden bedolven onder stuifzand en droogde uit.

Na de pauze ging iedereen in groepjes van drie uiteen om zelf boringen te doen. Guido liep bij iedere groep langs om te helpen en de resultaten uit te leggen als dat nodig was. De opgeboorde grond werd gevoeld, gekneed en zelfs tussen de tanden gezet om de grondsoort te omschrijven.


Kortom, we hebben weer een leuke en leerzame excursie gehad.
Tip: in juni bloeit hier de Arnica.
Kijk ook eens op de website van Natuurmonumenten: Leggelderveld.

Gina Fieten

zondag 12 februari 2017

Winterkenmerken in de Vledderhof

Vanmorgen 11-2-17 om 9:30 hadden wij ons verzameld om op pad te gaan voor een excursie “Bomen determineren op hun winterkenmerken”. Als inleiding vertelde Jan ons iets over de “Vledderhof” het landgoed en de dagcamping. Ook vertelde hij aan de hand van een informatiebord en een hoogtekaartje op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland  op welke locatie wij ons bevonden en de voorgeschiedenis van het gebied: De gletsjer die een kom uitgesleten heeft en stuwwallen heeft opgeworpen . Toen deelde hij het programma van de ochtend even mee: Deel 1: Het maken van een bomenpaspoort aan de hand van de Beknopte Sam Segal Knoppentabel voor een achttal bomen, waarna we na de pauze centraal onze bevindingen zouden delen (Echter zijn wij niet aan het laatste toegekomen). Deel 2: Aan het eind van de ochtend zouden we nog naar het Landgoed wandelen.

Na de uitleg van Jan mochten wij aan de slag en ons aansluiten bij Map, Joop, Jan of Guido. Ik (Tienes) heb mee gedaan met het groepje van Guido. Wij hebben om beurten een paspoort geschreven naar aanleiding van de bevindingen van de groep. Het bleek nog niet zo heel makkelijk om bepaalde omschrijvingen eenduidig te determineren ( Bijvoorbeeld: kleur, schubben , blaadjes, of wimpers). Wij hebben goed ons best gedaan. Ik vond het erg leuk en zeer leerzaam.


Hierna gingen wij terug naar het verzamelpunt voor een pauze en om even te bij te praten. Voor het volgende onderdeel moesten/mochten wij een stuk wandelen: Het Landgoed “Vledderhof”: Boschlust uit 1878. Tijdens het wandelen werden er door de cursisten nog veel vragen gesteld en door de docenten veel kennis gedeeld. Toen wij bij het Landgoed aankwamen hebben wij met ons allen bewonderend naar een aantal geweldige bomen staan kijken.


Hier terplekke heeft Jan ons nog even een overzichts-, verkavelingskaart laten zien om de ligging en geschiedenis van het Landgoed te verklaren, onder andere dat er in de omgeving een urnenveld en vier grafheuvels te vinden waren, (Waarvan er 2 vernoemd waren naar de stichters van 'De Maatschappij Van Weldadigheid': De Generaal en De Majoor), De aanwezige plassen , de verplaatsing van het dorp, etc.

Terugwandelend naar het verzamelpunt hebben wij nog even stilgestaan bij een grafheuvel en zijn geschiedenis.

Teruggekomen bij het verzamelpunt hebben wij ons huiswerk ontvangen: Takjes determineren en meenemen uit je Adoptieterrei n voor het volgende lesmoment (1 Maart). Het tijdstip van afscheid nemen was daar ongeveer twaalf uur.

Verslag Tienes Bouwman

donderdag 9 februari 2017

IVN en werkgroepenmarkt

De avond begon met het natuurmoment van Angelique Quak.  Ondanks het feit dat ze nauwelijks hersteld was van de griep, gaf ze een bijzonder enthousiaste voordracht over mossen, waarbij ze haar bewondering uitsprak over deze miljoenen jaren geleden al voorkomende primitieve, altijd groene,  plantjes. Ze had twee soorten mos meegenomen, waaronder veenmostakjes.

Vervolgens heeft Mark Tuit, IVN regiodirecteur Noord en coördinator educatieteam IVN Noord, ruim een uur gesproken over geschiedenis, missie en activiteiten van het IVN. Ook uit zijn voortvarende verhaal sprak een bijzonder groot enthousiasme. IVN gaat over natuur… en duurzaamheid, zo stelde hij. Hij sprak over het zaadje dat IVN-ers planten om mensen van de natuur te laten houden. Door jong en oud natuur te laten beleven, gaat men de waarde ervan inzien. (En passant noemt Mark de lezing in Vries op 14 februari a.s. over het veranderende klimaat.) Het IVN is een netwerkorganisatie en een maatschappelijke beweging.

Het IVN is zichtbaar in bijna 170 afdelingen door heel Nederland, met zo’n 25000 leden en vrijwilligers, maar werkt ook achter de schermen. Zo is het IVN bij 18 Nationale Parken betrokken en verantwoordelijk voor de coördinatie van communicatie, educatie en recreatie.

De kracht van het IVN is dat het niet alleen over droge theorie gaat, maar dat men jong en oud juist het materiaal laat beleven. Er wordt dan ook altijd materiaal mee genomen, als er educatie op scholen wordt gegeven. Liever neemt men mensen echter mee naar buiten, b.v. op slootjesdag of modderdag, of in een project als grijs, groen en gelukkig.
Dat projecten onderhevig zijn aan voortdurende evaluatie bewijst wel de modderdag, die dit jaar in samenwerking met Missing Chapter Foundation, een initiatief van prinses Laurentien, wordt georganiseerd, wat resulteert in een campagne om de hele dag lekker door de modder te rollen, maar daarna in maximaal 5 minuten douchen de boel weer schoon proberen te krijgen. Het betreft hier echter nog een geheim!!!!
Een ander voorbeeld is de pilot “natuurpad” van de afdeling Westerveld, een project dat draait om oriëntatie, natuurkennis en gezondheid.

Vervolgens noemt Mark de 4 pijlers van het IVN:

  • Kind & Natuur
    • NME
    • scharrelkids
    • WoesteLand
  • Natuur & Gezondheid
    • grijs, groen en gelukkig
    • groen loont (ambassadeur Mark Mieras, wetenschapsjournalist gefascineerd door hersenonderzoek)
    • biowalking (Agnes v.d. Berg, doet onderzoek naar het positieve effect van mensen in de natuur)
  • Natuur & Recreatie
    • Nationale Parken
    • afdelingsactiviteiten
    • gastheer van het landschap
  • Natuur in de buurt
    • groene schoolplein
    • parkjes
    • moestuintjes
    • tiny forest (kleine wildernis)
    • operatie steenbreek


Het IVN wordt voor wetenschappelijke onderbouwing van beoogde effecten ondersteund door de Universiteit Wageningen (WUR). Na de pauze zou er een 5-minuten praatje verzorgd worden door Ronnie Huls, maar die kon door onvoorziene omstandigheden niet aanwezig zijn.

Dan is er door de gezamenlijke inspanningen van IVN afdeling Westerveld, IVN afdeling Hoogeveen en de Natuurvereniging Zuidwolde een uitgebreide markt georganiseerd, waar de diverse werkgroepen en activiteiten zich presenteren. Dit ter inspiratie om de bij de Natuurgidsopleiding horende stage in te vullen. De bedoeling is echter wel om de stage in eerste instantie bij je eigen afdeling te lopen. Ben je al actief  in een werkgroep of bezig met een activiteit, dan mag je dit ook als stage zien, en er een verslagje over schrijven.

Groen, grijs en gelukkig.

Bart Pijper staat namens IVN Hoogeveen voor een tafel met uitgebreide documentatie over dit project. Er zijn projecten bij verzorgings- en verpleeghuizen, en er zijn cursussen ontwikkeld om activiteitenbegeleiders mee “groen-minded” te maken.
Speciaal voor mensen met dementie is er een bijzonder leuk boekje ontwikkeld met allerlei spel- en doevormen: “genieten van de natuur, ook voor mensen met dementie”, uitgegeven door Het Bewaarde Land ( ook IVN), 2016. ook zijn er natuurkoffers ontwikkeld die in de huizen gebruikt kunnen worden.

De Adder,

Het verenigingsblaadje van IVN Westerveld, komt tweemaal per jaar uit en zoekt redactieleden.
De gemeente Westerveld bestaat uit de vroegere gemeenten Havelte, Vledder, Diever en Dwingeloo.

Huiszwaluwengroep van IVN Hoogeveen.

Namens deze werkgroep staat Jenny Timmerman voor een tafel met documentatie en nestkastjes. Deze werkgroep ontdekte bijvoorbeeld dat in een nieuwbouwwijk van Hoogeveen (Erflanden) veel zwaluwen huisden. Zij bouwden graag hun nesten onder de uitstekende overkappingen. Helaas gingen veel nestjes verloren die onder de zwaarte van een nest vol jongen van de muur afvielen. Dit omdat het aanhechtingsmateriaal van de huizen niet geschikt was, en omdat de vogels te veel zand in plaats van leem gebruikten. Daarop ontwikkelde de werkgroep geschikte nestkastjes en starten een campagne om de nestkastjes aan de man te brengen. Dit leidde tot een succesvolle huisvesting voor de zwaluw.


Natuur vereniging Zuidwolde

Is een grote organisatie (600 leden) met heel veel werkgroepen, activiteiten en projecten.
Zo is er een werkgroep van nachtvlinderaars, die onderzoek doet naar het voorkomen van nachtvlinders op verschillende locaties in Drenthe e.o. Waarnemingen worden gedaan door ’s nachts ergens een wit laken te spannen met een lamp erboven. hier komen de nachtvlinders op af, klaar om geteld en benoemd te worden. In Nederland alleen al bestaan zo’n 1400 soorten nachtvlinders.
Ook de dagvlinders worden in Zuidwolde niet vergeten: er is een speciale wandeling rondom het dorp ontworpen, en een vlindertuin gemaakt. In 2000 was er in Zuidwolde het speciale “Vlinder 2000”, waar allerlei activiteiten rondom de vlinder werden georganiseerd. We kregen zelfs een CD met speciale “vlindermuziek”!

Kerkuilenwerkgroep Hoogeveen

Freddy Mager vertelt hoe hij al ruim 25 jaar bij deze werkgroep betrokken is. Stond 25 jaar geleden de kerkuil met slechts 1000 paartjes nog op de rode lijst, het streven van de werkgroep was om in het jaar 2000, hier 2000 broedende paartjes van te maken. En dat lukte! Beschermen, waarnemen, het plaatsen van speciale uilenkasten en voorlichting maakten dit mogelijk.
Freddy maakt overigens wel duidelijk dat zijn hart nog meer bij de wilde planten ligt, en dat hij er één keer per week op uit trekt om deze in kaart te brengen.
Waarnemingen geeft hij door aan Floron.

Werkgroep korte cursussen,  

van IVN Westerveld zoekt ook versterking.

Verder waren vertegenwoordigd Scharrelkids (Hoogeveen) en Junior Rangers (Dwingelderveld, maar een landelijk, en zelfs Europees initiatief). En dan vertelde Guido nog over het Symposium voor bijen, bermen en biodiversiteit, op 9 en 10 juni 2017 van IVN Westerveld.

Zoals altijd vloog de tijd weer om, en er was eigenlijk niet genoeg tijd om alles goed te bekijken en met iedereen uitgebreid over de projecten te praten.

De avond eindigde met de aankondiging van de excursie zaterdag 11 februari naar de Vledderhof, waar in groepjes een winterpaspoort van een 10-tal bomen zal worden gemaakt. Men wordt verzocht zoveel mogelijk boeken, zoekkaarten en aanverwante artikelen mee te nemen.

Onder dankzegging aan alle vrijwilligers die samen de markt presenteerden, sloot Map de avond af.

Excursiestijlen in het steenberger park


Op zaterdagochtend 28 januari 2017 was de hele groep cursisten op één na (ziekte) aanwezig. Het was een frisse maar zonnige winterdag. De groep heeft zich verzameld in het Struunhuus, het 'clubhuis;  van IVN Hoogeveen, waarvoor dank!, alwaar gestart werd met koffie en thee. Bart nam de aftrap en legde het doel van de morgen uit. Namelijk ervaring opdoen met verschillende excursiestijlen. Daarvoor werd de ochtend in twee delen opgeknipt.

Gestart werd met 5 cursusleiders die elk op hun eigen vaste plek stonden en één specifieke excursiestijl in ongeveer 10 minuten presenteerden. De cursisten waren in gelijke groepen verdeeld en volgden kloksgewijs de cursusleiders.


Door zowel de locatie (de beschutte stad) als het doel (presentatiestijlen) werd aangesloten bij de theorieavond uit diezelfde week. Tijdens deze avond nam Guido ons mee in de ontwikkeling van de natuur in de stad en de verschillen ten opzichte van landelijke/natuurgebieden, maar ook met de voor- en nadelen daarvan voor planten en dieren. Map heeft ons die avond inzicht gegeven in verschillende stijlen door middel van het model van Kolb en hoe dit voor een ieder persoonlijk geldt.

Samengevat:
Cursusleider
Stijl
Toelichting
Map
Doener
Denk het van te voren de loop van de tour niet teveel uit. Ervaar de natuur/omgeving door te doen. Zeker met kinderen werkt dit goed
Jan
Schoolmeester
Vooraf werd een stukje theorie en uitleg gegeven over de wijze van het ’s winters herkennen van bomen en struiken d.m.v. knopdeterminatie. Vervolgens geef je de gasten een kaart mee om dit zelf te doen.
Bart
Concrete
Lijkt wel een beetje op de stijl van Jan, maar dan zonder theoretisch kader. Determinatie a.d.h.v. een kaart door gelijk te starten. Je kunt dan de gasten helpen door je als gids van groep naar groep te begeven om te helpen/vragen.
Grietje
Kritisch
Grietje gaf vooral een beschrijving van het beheerbeleid van het park en hoe haaks dit staat op de uitgangspunten van het IVN. Haar stijl kenmerkt zich door het kritisch maar feitelijk omschrijven van het ontstaan en beheer van het gebied waar je kunt gidsen
Guido
Specialist
Guido nam duidelijk de rol van specialist aan. Vertelde inhoudelijk veel over mossen (zijde boom, wat is mos, verschillen en overeenkomsten met planten). Een stijl die goed past bij een thematische tour waar gasten aan deel nemen die echt iets willen weten over een specifiek onderwerp

Na de pauze werd de groep verdeeld in een aantal groepen en volgenden onder leiding van een gids een tour door het park. Elke groep had een eigen gids die het op zijn/haar eigen manier doet. Overall een informatieve tour met achtergrondinformatie over het park en de flora/fauna daarin.

Ten slotte verzamelde iedereen zich bij het Struunhuus om tegen 12:00 huiswaarts te keren.  Een leuke en leerzame ochtend vol feitjes en wetenswaardigheden.

Verslag Bas Slot

zaterdag 28 januari 2017

Leerstijlen van Kolb

Verslag Natuurgidsencursus d.d. 25-01-2017

Bart Pijper heet ons allen en de  nieuwe cursist  Jacobien Dijkstra welkom, en stelt de cursusleidster Map Dijkstra voor. In alle praktijkochtenden wordt een koffiemoment ingelast.

Natuurmoment:

Het natuurmoment wordt gehouden door Menno. Hij geeft iedereen een boomtakje. Niet iedereen krijgt eenzelfde takje, waardoor de zintuigen geprikkeld worden. Wat zien we aan deze takjes en wat is de gelijkenis?

Knoppen.

De knoppen zijn er al voordat het blad van de boom valt. In de knop zit al het blad of bloem voor het volgend voorjaar veilig opgeborgen.

Lesonderwerp: Natuur in de stad en dorp vroeger en nu.

Guido begint met een foto dat er twee wilde eenden in een speelgoedzwembadje dobberen.


  • Planten: Door de opwarming van de aarde komen er meer planten uit zuidelijke gebieden voor. Door intensieve landbouw krijgen wilde planten steeds minder ruimte. In de steden is het een paar graden warmer door bebouwing. Er wordt nu veel aandacht besteed aan stadsgroen omdat dit de warmte draaglijker maakt en tevens minder wateroverlast veroorzaakt. Ook is groen zien voor de mens gezond. 
  • Dieren:Ook bij de dieren zie je een verschuiving van het platte land naar de stad. Door de moderne landbouwtechnieken blijft er weinig voer meer liggen op de landerijen, waardoor vogels meer de stad in trekken. Veel mensen zetten voer voor de vogels neer in de winter. Tevens is het een stuk veiliger in de stad. Op het platteland werden veel dieren bejaagd.

5 Minuten praatje:

Geert houdt zijn 5 minutenpraatje over de vogel de Gaai. De Latijnse naam betekend: krassende eikelzoeker. Leefomgeving, kleuren, voedsel, nestbouw, broeden, en goede imitator komen aan de orde. Dit alles wordt ondersteund met mooie eigen gemaakte foto’s.

Lesonderwerp: Leerstijlen van Kolb:

Map legt de leerstijlen van Kolb uit.
Vervolgens gaan we twee aan twee bekijken wat ben ik?

  • Een dromer
  • Een beslisser
  • Een doener of 
  • Een denker


Dan is er nog gelegenheid om allerlei cursus materiaal te bekijken, zoals boeken, opgezette insecten, schedels, botten, voelkoffer.

Tip:  Wekelijks korte natuurberichten ontvangen ga naar naturetoday.com

Verslag: Henny Hauschild

woensdag 25 januari 2017

Waarnemen in het Dwingelderveld


  • Verslag   1e buitenexcursie IVN- Natuurgidsenopleiding  14 januari 2017
  • Thema: Leren waarnemen
  • Aantal deelnemers : Allemaal (=29) minus  Wampexers (dit was 13/14 januari de zwaarste ooit !)
  • Begeleiders ; Bart, Joop, Guido
  • Weer:  Helder met sneeuwbuien (3mm),  temp  2°C,   wind 4B


Zaterdagmorgen 14 januari in de bossen en heide rond het bezoekerscentrum Dwingelderveld  zijn drie groepjes van de IVN-natuurgidsopleiding  gestart met hun eerste buitenactiviteit.  Uw verslaggever zat in de groep van Bart.

Voor de buitenstaander een bijzonder gezicht:  10 mensen zwijgend in de ganzenpas door  bos en langs bosrand,  soms los , soms paarsgewijs  met elkaar de hand vast,  zo nu en dan stoppend, rondkijkend of omhoog kijkend of in een kring gezamenlijk naar iets kijken.


En wat was er zoal ‘te zien’:  Stilte, rust, het hier en nu, met je ogen foto’s  maken : prikkelen en verbinden van al je zintuigen.  Dan zie je vormen en kleuren ( geuren was bij dit weer lastig en de koffie kwam niet uit de tas).  Het helpt je herinneringen te kweken.  Tip van Bart: voor breedkijkers de kans om meer naar details te kijken en voor smalkiekers  om meer te letten op grotere verbanden

Tussendoor vragen en uitleggen van Bart:  hoeveel mossen heb je de laatste 50 meter gezien ?  Nauwelijks dus en als je dan terugloopt voltrekt zich de openbaring.  Vele soorten groen van mossen tot varens,  soortenkaart er bij voor betere herkenning.  Ook gevonden een  eikenblad met 4 galappels (kraamkamer voor vliegenlarf en uiteindelijk ’t beest);   aan de hand van de grond en hoogteverloop  stilstaan bij de ontstaansgeschiedenis van het gebied.

Een recent  onder invloed van sneeuw bezweken den  was een kunstwerk dat na de Apocalyps zich weer herstelt naar een nieuw kunstwerk; je moet het maar zien en je er over verwonderen…
Op de terugweg een verhaal over orchideeën langs het fietspad naar de schaapkooi (kalkrijk door schelpen) en pitrus in gedempte heidesloten (met rijke grond).  Zo hebben we op verschillende manieren de eerste stappen gezet op het leren waarnemen.

Het laatste stukje was het stevig doorlopen omdat we graag een ommetje wilden maken;  ook de koude tenen werden weer warm.  Precies om twaalf uur (volgens  planning) waren we terug , enthousiast en uitziend naar de volgende keer.

Verslag: Roel Pepping

zondag 15 januari 2017

Eerste cursusavond

Bart Pijper heet iedereen hartelijk welkom en stelt het cursusteam voor.

Verslag:

11 januari: Grietje
14 januari: Roel Pepping
25 januari: Henny Hauschild
28 januari: Bas Slot


Natuurmoment:

11 januari: Guido
25 januari: Menno Verhoef

Vijfminutenpraatje:

11 januari: Grietje
25 januari: Geert Huisman

Verder wordt er gewerkt volgens schema. Actie Grietje
Iedere cursist komt aan de beurt en mocht je niet kunnen dan zelf vervanging regelen zodat het verslag/vijfminutenpraatje/natuurmoment toch doorgaat.

Guido zijn natuurmoment gaat over een boompje uit eigen tuin. Guido woont sinds 5 jaar in Drenthe en hij heeft zijn tuin aardig over hoop gegooid. In zijn tuin kwam hij tijdens zaagwerk beschadigingen tegen aan het hout van een berk. Hij heeft er stukjes van geknipt en in groepjes van drie krijgen de cursisten een houtje en kunnen bekijken wat er aan de hand is om vervolgens te bedenken hoe dit ontstaan is.


Met elkaar komen we er niet uit maar Guido vermoedt dat de beschadigen gemaakt worden door wespen om een nest te bouwen.
Bart legt vervolgens uit hoe je het beste feedback kunt geven. Tips en Tops daar draait het om.  Bladzijde 43 in het cursusboek, module 1.
Benoem 3 tops (dingen die goed gingen)
Geef 3 tips (over zaken die verbeterd kunnen worden)
Bijvoorbeeld voor het natuurmoment van Guido
Top: een heel boompje meegenomen en het prikkelt om erachter te komen wat het is.

Hierna gaan we groepjes uiteen om kennis te maken met elkaar.

Na de pauze starten we met een vijfminutenpraatje. Dit is ook een vast onderdeel. Op bladzijde 212 worden het Natuurmoment en Vijfminutenpraatje nader uitgelegd.

Grietje leest een verhaal over eekhoorn en mier (Toon Tellengen, misschien wisten zij alles) voor als vijfminutenpraatje. Zij spreekt de wens uit dat we altijd ‘iets’ gaan ontdekken met elkaar.
Tips en Tops worden besproken.
Het verhaal was langer dan 5 minuten (expres) Er wordt streng op tijd gelet.
De tip, neem er een stopwatch bij als je gaat voorbereiden.

Hierna nam Jan het woord en ging via het inloggen bij het intranet van IVN uitleggen hoe het een en ander werkt. Tijdens de opleiding worden hier allerlei documenten toegevoegd. Cursisten kunnen zelf ook werk toevoegen. (Mediabibliotheek)
Verslagen en foto’s worden gedeeld op deze blog

Guido ging uitleggen over het verdere programma. Zodra alle (of bijna alle) afspraken gemaakt zijn komt dit duidelijk in het cursusprogramma te staan. Dit moet deze maand duidelijk worden. Het cursusteam vergadert 20 januari hierover.

Vaste tijden:

  • 19:30 tot 22:00 in het bezoekerscentrum in Ruinen.
  • 09:30 tot 12:00 voor de praktijk, op wisselende plekken. 

Tijdens de P en T lessen worden foto’s gemaakt. Deze foto’s mogen niet zomaar op internet verschijnen. We proberen er voor te zorgen dat we groepsfoto’s maken van de achterkant. Sommige foto’s worden gedeeld via de blogspot, passend bij een verslag.

De praktijkochtenden gaan in principe altijd door tenzij het weer echt gevaarlijk is. (ijzel, gladheid)
Starten met het AdoptieTerrein (AT), het liefste voor 1 februari maar uiterlijk voor 1 maart 2017.

Bart sluit af met een filmpje.


Bedankt voor de aandacht en tot zaterdag 09:30 op de parkeerplaats bij het bezoekerscentrum voor een tocht in de natuur. Opdracht: observeren.


GL14-01-17