woensdag 8 november 2017

Tussenstand

Deze woensdagavond 1 novemberstond in het teken van de tussenstand. Nu we 3 blokken hebben behandeld werd de balans opgemaakt: wat heeft het opleidingsteam bereikt en wat hebben de cursisten bereikt. De avond was daarvoor in twee delen geknipt. Eerst nam Guido met ons de leerdoelen van de blokken over planten en dieren door, plus de leerdoelen die de didactische vaardigheden betreffen. Vervolgens werden de cursisten apart genomen om met hen te spreken over wat zij hadden bereikt. Natuurlijk hadden we ook nog een natuurmoment en een 5 minuten praatje, en zo was de avond al weer helemaal gevuld.

We begonnen de avond met het natuurmoment van Nelleke. Die dirigeerde ons meteen naar een paar tafels waar ze eikels had neergelegd met de opdracht om die eens fijn door te snijden. Gelukkig hadden we van te voren een mail gekregen met de opdracht een zakmes mee te nemen. De eikels bleken deels leeggegeten en in veel gevallen bewoond door een wit larfje met een rode kop. Bij beter kijken naar de eikels zelf bleken ze allemaal een of meer gaatjes in de schil te hebben. Nadat wij ons hier een tijdje over gebogen hadden nam Nelleke ons weer mee terug naar onze plaatsen waar zij ons vertelde dat de kleine witte wurmpjes larven waren van een snuitkever; de Eikelboorder. Die legt zijn eitjes in juni in de eikels. De larven eten zich in de zomer lekker rond om in de herfst weer naar buiten te kruipen. Daarna verstoppen zij zich in de grond om te overwinteren. Daar verpoppen zij ook om het volgende jaar weer eitjes te leggen in de eikels van dat jaar.





 Leuk natuurmoment waar Nelleke als positieve punt meekreeg dat het fijn was dat we eerst iets te doen kregen voor we de informatie kregen. Zo blijft die informatie langer hangen. Ook waren haar presentatievaardigheden prima in orde. Ondanks een door verkoudheid wat gebarsten stemgeluid was ze prima te verstaan. Ze had ons zonder veel moeite snel bezig met eikels snijden en ook weer snel terug op onze plaats.

Nu was Guido aan de beurt om ons mee te nemen langs alles wat wij tot nu toe behandeld hebben. Dat deed hij aan de hand van de leerdoelen die in onze lesmap staan. Ik kan hier wel alle leerdoelen gaan reproduceren, maar dan ben ik zo weer een A4 verder met typen. Makkelijker is het om de map even open te slaan.

Nadat Guido die hele lijst had doorgewerkt mochten we ook nog schieten op de opleiding. Dat wil zeggen: aangeven of we ook nog wat gemist hadden in het cursus materiaal. Sommige mensen hadden wensen om wat meer op sommige onderwerpen of diergroepen in te gaan. Het opleidingsteam snapte dat wel, maar zeiden dat de tijd te beperkt was om alles in te kunnen behandelen. Het lesmateriaal is meer bedoeld om een soort basis aan te leggen en ons te laten snuffelen aan de veelheid aan informatie en de complexiteit die de natuur ons biedt. Vervolgens is het aan de cursisten om vanuit deze basis zelf verdieping te zoeken. Er is natuurlijk een heleboel extra informatie te vinden; het internet staat er helemaal bol van.

In het tweede deel van de avond werden de cursisten om de beurt bij twee leden van het cursusteam geroepen om kort de persoonlijke voortgang te bespreken. Hoe is het met je adoptie terrein? Heb je al een stage gedaan? Heb je al een idee voor je eindopdracht? Even in 5 minuten de vinger aan de pols.
Aangezien er 6 leden van het cursusteam waren konden er dus maar 3 cursisten tegelijk “ondervraagd” worden. De rest werd beziggehouden met een opdracht om in groepjes van drie een onderwerp te bespreken. Daarvoor waren een paar papiertjes klaargelegd met een onderwerp, 6 in totaal, en een paar vragen als handvat voor het gesprek.

Tegen tienen waren we allemaal aan de beurt geweest voor een gesprek en werd de avond afgesloten met een 5 minuten praatje van Nicole. Zij had het over de wolf. Mooi actueel nu deze steeds vaker in Nederland wordt waargenomen. Vijf minuten zijn natuurlijk veel te kort  om veel te kunnen vertellen. Toch wist Nicole ons in die korte tijd aardig wat mee te geven over het herkennen van een wolf. Niet alleen het dier zelf, maar ook de sporen en uitwerpselen. De roedelopbouw, het leefgebied en het voedsel van de wolf werden ook besproken. En de invloed die de wolf op het landschap heeft.
Top voor Nicole: sluit mooi aan bij de actualiteit, mooie powerpoint presentatie.

Tip voor iedereen: De website van ARK om zulk mooi materiaal te vinden die Nicole in haar presentatie heeft gebruikt.

 Dat sloot de avond af en nadat de stoelen waren opgeruimd en alles weer op z'n plaats stond, mochten we weer naar huis.

Verslag Menno Verhoef

dinsdag 24 oktober 2017

Miniexcursies Helveen (Lhee), Kokse bargies (Vledder) en Wapserveense petgaten

Verslag excursies 7 oktober 2017.

Het Helveen in Lhee

We starten onze excursie-dag in het prachtige en zo historierijke dorpje of buurtschap Lhee waar we door Hennie gastvrij werden ontvangen in haar in aanbouw zijnde nieuwe huis. Lhee is een heel oud dorpje dat is ontstaan tussen 400 en 600 na Chr. En gekenmerkt wordt door de prachtige rietgedekte boerderijen. Vanaf de woning van Hennie rijden we naar haar adoptieterrein. Opvallend is het hoogteverschil in Lhee.  Het adoptieterrein van Hennie is het Helveen dat het laagste punt is in Lhee en een laagveenmoerasgebied is. Het Helveen heeft een duistere naam. Vroeger al was het een gebiedje waar je niet mocht komen en dus ook niet kwam, want je komt er niet meer uit zo was de gedachte. Je wordt vastgezogen in het moeras. Het is een gebied waar “de bullebak” woont en die wil je natuurlijk niet tegenkomen. Hennie vertelde dat ze aan een aantal ouderen gevraagd heeft of die weleens in het Helveen zijn geweest, maar niemand lijkt er ooit in te zijn geweest. Wel zijn er de verhalen waaruit blijkt dat het een spannend gebied is waarmee ook wel gedreigd werd als kinderen zich niet zo netjes gedroegen. Een bijzonder gebied dus dat Helveen dat eigendom is van drie particulieren en ook Staatsbosbeheer heeft eigendomsrechten op een deeltje van het gebied. Volgens Hennie is de naam Helveen een verbastering van L-veen. L heeft dan te maken met de maat van een turf.
 
Hennie legt ons aan de hand van oude kaarten de ligging en geschiedenis van het gebiedje uit.

Het is een bosje met moeras waarvan de bomen gebruikt werden als hakhout. Er staan voornamelijk elzen die het immers heel goed doen in een nat gebied maar ook zijn er welk berken. De ontwatering van het gebiedje gebeurd door een sloot die rond het gebied loopt.

Hennie legt ons uit waarom het gebied zo nat is. Dat heeft alles te maken met de keileem laag die er is en die niet waterdoorlatend is. Het water blijft hier dus op staan. Daarnaast is er kwel dat zorgt voor de vernatting. Oorspronkelijk waren het kleine perceeltjes en werd hier in dit laagveengebied turf gestoken.  Na de uitleg ging Hennie even naar haar auto en haalde daar een flink stuk touw uit.

Voorzichtig en in ganzenpas liepen we vervolgens achter onze gids aan het voor haar zo bekende gebied in. Ze heeft ons gewaarschuwd dicht bij elkaar te blijven en te zorgen dat je steeds een boom kunt vastpakken. Die waarschuwing is niet ten onrechte gegeven merk ik als ik vast zit en het mij dan wel heel veel moeite kost om weer los te komen en verder te lopen. 

Onze gids neemt ons wat verder mee haar adoptieterrein in en we ervaren het moerasachtige van dit terrein letterlijk aan den lijve. Het is goed dat Hennie ons op een wat hoger deel nog wat meer informatie geeft over de bomen en planten van het gebied.


In het adoptieterrein van Hennie krijgen we ook een mini-les paddenstoelen van Joop. Zo leren we onder andere de Bietengordijnzwam kennen (die ruikt echt naar rode bieten), maar worden ook andere paddenstoelen gevonden en besproken en daarmee sloten we weer aan op de lessen die we eerder in de week gekregen hadden.
 

Bij paddenstoelen is kijken belangrijk, maar ook ruiken en soms proeven.

     




   
Langzaam en heel voorzichtig gingen we weer terug.
In de evaluatie bleek dat we het een heel leerzame en leuke en ook een beetje spannende excursie gevonden hadden en werd Hennie gecomplimenteerd met haar kennis en de wijze waarop ze ons bij haar adoptieterrein betrok. We waren ook blij met haar als gids die haar adoptieterrein goed kent

We begrepen nu ook dat ze het touw meegenomen had als voorzorgsmaatregel voor het geval een van de deelnemers aan deze excursie zo vast was komen te zitten dat het onmogelijk was er op eigen kracht uit te komen.
Geruststellend was het feit dat, nadat het terrein door ons was verlaten, de hele groep weer compleet was. De bullebak had gelukkig hier in het Helveen geen slachtoffers gemaakt.
In colonne reden we daarna naar het adoptieterrein van Menno in Vledder.


Bos aan de Vledderlanden (in de volksmond Kokse Bosje genoemd) Vledder

Op de parkeerplaats in Vledder ontmoetten we ook Menno’s vrouw, zijn moeder en dochter die met ons deze excursie onder leiding van Menno gaan meedoen. Leuk dat ook zij met onze groep meegingen om door hem geïnformeerd te worden over zijn adoptieterrein en kennismaakten met de gidsvaardigheden. Leuk was ook om te merken dat ze van de tocht genoten en dingen zagen en hoorden die ook nieuw voor hen waren.


Van de parkeerplaats liepen we naar het bosgebied waar Menno ons officieel welkom heette bij de excursie. 
Hij vertelde ons iets over de geschiedenis van het gebied terwijl we op de rand van de gletsjerkom stonden die hier in de ijstijd (Saalien 370.000 – 130.000 jaar geleden) is gevormd. Het gebied in de kom waar we tijdens onze excursie naar het adoptieterrein van Menno waren, was eerst een heidegebied dat na 1900 ontgonnen is en in gebruik genomen voor de akkerbouw. Later is het een vergeten gebied geworden dat is dicht gegroeid en weer een bos-heidegebied  is geworden.


Menno geeft uitleg en vertelt over de natuurwaarden in het gebied.

Het Kokse bosje was ooit dè bestemming voor de schoolreisjes. Kinderen konden er heerlijk spelen en ravotten en het was een redelijk overzichtelijk geheel. Het was (en is) ook wel het gebruiksbos van het dorp Vledder. Nu erdoor heen lopende valt op dat er erg veel bramen en ook brandnetels zijn maar ook valt de grote hoeveelheid Amerikaanse vogelkers op. Duidelijk is ook dat het bos door veel hondenbezitters van Vledder gezien wordt als de hondenuitlaat-plek. Het is een mooi en zeer afwisselend natuurgebied dat heuvelachtig is. Delen zijn geplagd om de natuur weer zijn gang te kunnen laten gaan. We zien dan ook kraaiheide en dopheide in het terrein. Tegelijkertijd zien we dat ondanks het plaggen het gras toch ook weer terugkomt.
De gemeente Westerveld is bezig met het opstellen van een beheersplan voor dit natuurgebied. Het beheer is ook in handen van de gemeente de uitvoering uitbesteedt aan Landschapsbeheer Drenthe.
 .
Menno geeft uitleg en beantwoordt de vragen van de groep.

Tijdens de wandeling worden veel vragen gesteld over het terrein en de ontwikkelingen in het gebied terwijl er ook nu weer aandacht is voor de veelheid en verscheidenheid aan paddenstoelen die in dit gebied te vinden is.

Terwijl de groep onder leiding van de gids langzaam verder loopt blijft Joop nog even geïnteresseerd staan bij wat paddenstoelen

Het mooie van het gebied is ook dat het gaat om een stukje natuur dat zichzelf heeft gemaakt en zichzelf steeds weer vernieuwd heeft na ingrijpen door de mens. In de afgelopen periode is er inmiddels wel veel gekapt en ook is er een poel aangelegd. In het terrein is ook goed te zien welke delen inmiddels goed worden beheerd en welke delen nog aangepakt moeten gaan worden.
Het deel van het terrein dat nog moet worden aangepakt is inmiddels vrijwel helemaal dichtgegroeid. Menno gaf aan dat het terrein misschien wel helemaal niet zo’n bijzonder terrein is vanwege de aanwezigheid van planten en dieren maar voor hem is het een geweldig plek om te komen en te genieten van de natuur zo dicht bij huis. De natuur als een plek waar mensen weer kunnen opademen.

Tijdens de evaluatie werd Menno bedankt voor de zeer informatieve en boeiende excursie en gecomplimenteerd met de manier waarop hij die uitvoerde. Aangegeven werd ook dat het dapper was om je familie uit te nodigen voor zo’n “proeve van bekwaamheid”.

Vervolgens reden we van het adoptieterrein van Menno in Vledder naar het naar het terrein dat Adri van der Weyde heeft geadopteerd.

Excursie Wapserveense Petgaten.

We starten de excursie op de plaats waar we de auto’s parkeerden met een korte uitleg over het gebied waarin het adoptieterrein ligt.

Adri vertelde dat het hele gebied een zogenoemd laagveenmoerasland is van ruim 54 ha. waarin de Wapserveense Petgaten liggen die hij als adoptieterrein en daarmee als speciaal aandachtsgebied heeft gekozen. Om daar te komen liepen we, vanaf onze parkeerplek, langs de Polder ten Cate, een oud landbouwgebied dat sinds een tiental jaren in bezit is van Staatsbosbeheer. Deze terreinbeheerder is eigenaar van het hele gebied en heeft heel veel zorg voor het gebied. Het is dan ook een belangrijk vogelrust en broedgebied is waar in april 2005 voor het eerst in Nederland een broedende wilde zwaan werd aangetroffen. Helaas bleef dit broedgeval zonder succes ook al werden er wel vier donsjongen gezien maar die waren na 21 dagen niet meer aanwezig. In 2006 werd er opnieuw een stel broedende zwanen gezien. Dit broedgeval was wel succesvol en er werden twee jongen vliegvlug.

Voor Adri is de wandeling naar het adoptieterrein over de zandweg een belangrijk onderdeel van de excursie vanwege de kennismaking met de schoonheid en wijdheid van het gebied, maar ook vanwege de mogelijkheid om heel veel vogels te zien en vaak ook te horen en op die manier te merken dat het teruggeven van dit landbouwgebied aan de natuur een enorm positief effect heeft op die natuur. Dat geldt de geweldige vogelrijkdom maar ook een enorme variëteit aan planten en andere dieren. Adri vroeg nog aandacht voor de Wapserveense Aa, een beek die vooral ook belangrijke functie heeft in de afwatering van dit gebied. Het is een gekanaliseerde beek waardoor water sneller kan worden afgevoerd. Aan de hand van kaarten van het gebied uit verschillende tijden werd de waterhuishouding van het gebied verduidelijkt en ook zichtbaar dat de eens meanderende beek later werd gekanaliseerd om water sneller te kunnen afvoeren. Hierbij hebben we stilgestaan bij de controverse tussen ecologie en economie of misschien moet je wat minder hard zeggen dat het gaat om de spannende relatie tussen cultuur en natuur.



De Wapserveense Aa links en polder Ten Cate rechts.

Na een stevige wandeling van een klein kwartier kwamen we aan bij een van de Wapserveense petgaten, het adoptieterrein van Adri. Hier werd uitleg gegeven over het ontstaan van petgaten en ook over de motivatie om juist voor een petgat als adoptieterrein te kiezen.


Duidelijk werd dat voor Adri in de naam `pet- gat` een deel van die motivatie zit. Want als iets `pet` is dan is het uitdagend genoeg om te onderzoeken wat er dan zo `pet` aan is. Een ander deel van de motivatie heeft te maken met het feit dat hij vanuit zijn woonkamer over de weilanden kijkend de petgaten als horizon heeft. Interessant is dan om te kijken wat er achter die bomenrij zit.

Ook werden op de iPad foto’s getoond van verschillende stadia van begroeiing.


Direct al bij de ingang van het petgat werden drollen gezien vlak naast een ca. 15 centimeter diep taps toelopend putje dat misschien wel gemaakt is door een das.

Niet eerder werden door Adri sporen van een das gevonden in dit adoptieterrein.   
Adri nam de drollen mee om ze verder te bestuderen en op te zoeken of ze van een das zijn.
Dat laatste blijkt het geval te zijn. Eerder werden wel al keutels gezien van vossen, van reeën, hazen en ook zijn er sporen van een otter gezien.

We liepen vervolgens naar het petgat onderweg getrakteerd op de doordringende geur van nog bloeiende watermunt.

Een petgat blijkt een langgerekte strook te zijn waar het veen is uitgebaggerd. Dat veen werd vervolgens op de naastgelegen smalle stroken, de zogenoemde legakkers, te drogen gelegd werd om na droging als turf te worden vervoerd.  In de loop van de tijd groeien deze petgaten weer dicht met allerlei waterplanten waardoor er weer opnieuw veen ontstaan kan.
De vervening, het uitbaggeren van het veen, gebeurde in dit laagveengebied ook al in de dertiende en veertiende eeuw door Friezen en avontuurlijke Drenten. Ook in de negentiende eeuw vond vervening plaats. Het uitbaggeren gebeurde met de hand en Adri liet bij het verhaal over vervening en verlanding ook een afbeelding zien van een baggerbeugel die werd gebruikt om het veen op de kant te krijgen. Aan die beugel zit een stok van acht meter en met de scherpe kant over de bodem werd het veen in het net geschept.


Door het uitgraven en het ontstaan van de petgaten ontstaat een botanisch interessant gebied met dieren voor wie juist deze leefomgeving zo belangrijk is.
Het adoptieterrein van Adri wordt ook gekenmerkt als een elzen-broekland. Dat werd een stukje verderop nog duidelijker zichtbaar vanwege de elzen die rond en in het (kwel-) water staan.
Het is een gebied waar bijvoorbeeld veel sijzen te horen en zien zijn, maar waar ook de blauwborst zich laat horen evenals bijvoorbeeld de snor. Terwijl we ter plaatse waren werd duidelijk dat er ook raven zijn. Adri vertelde dat hij bijna twee maanden niet in het gebied kon komen vanwege het feit dat er een sperwernest is waarin gebroed werd.
Tijdens de wandeling zagen we verschillende planten waaronder een bloeiende kale jonker.

 

Deze laatbloeiende kale jonker, een vederdistel die zo kenmerkend is voor vochtige tot zeer vochtige graslanden en het hier goed doet troffen we ook aan.


We sloten de excursie ook nu weer af met een korte evaluatie waarin een positieve waardering van de gids werd uitgesproken. Enkele leden van de groep verlieten vanwege het late tijdstip vervolgens de groep en enkele anderen bleven nog, buiten de officiële excursietijd, om wat langer te kunnen genieten van dit bijzondere gebied.



Verslag:
Adri van der Weyde





woensdag 18 oktober 2017

Planten en hun relaties

Cursusavond 4 oktober 2017

Het was aan Jan en Joop om deze avond grotendeels te vullen met presentaties over planten en hun relaties en gezwam over zwammen. Voordat Jan echter van start gaat deelt Guido mede dat de verslagen van de adoptieterreinen uiterlijk 31 jan 2018 bij Grietje binnen moeten zijn. Het verslag bedraagt maximaal 15 pagina’s.

Planten krijgen vaak een plaats onderin de voedselpiramide toegeschreven als het gaat om functie van planten in de natuur. De werkelijkheid is vaak vele malen complexer. Beter kan men uitgaan van een complex voedselweb waarin relaties kris kras door elkaar lopen.


Na deze intro stipt Jan in een razend tempo (dat menigeen doet duizelen) een groot scala aan relaties tussen planten en organismen aan. Er kan sprake zijn van symbiose; predatie; parasitisme; mutualisme en zaadverspreiders. Een plant kan in een dergelijke relatie leven met bijvoorbeeld insecten; aaltjes; duizendpoten; mijten; schimmels; bacteriën of virussen.

Aaltjes prikken bijvoorbeeld in de wortel van de plant en teren vervolgens op het sap dat ze uit de plant halen. Er is dan sprake van een planten parasitair aaltje. Er bestaan echter ook schimmel etende en insecten etende aaltjes. Wanneer dit soort informatie tot mij komt ben ik altijd onder de indruk van de grootsheid en veelkleurigheid van de natuur. Zo had ik moeite om ook tijdens deze presentatie mijn onderkaak niet tot op mijn borstbeen te laten zakken.

Plantweerbaarheid komt ook aan de orde. Hoe blijven planten in leven ondanks predatie en parasitisme? Planten kunnen verschillende afweersystemen hebben. Gifstoffen; ondoordringbaarheid of geurstoffen. Ook kunnen planten reageren door bijvoorbeeld stoffen af te geven of planteigen cellen af te sluiten. Zo kan een plant exudaten (suikers) afscheiden om zodoende het bodemleven te stimuleren. Iets wat de plant zelf weer ten goede kan komen.

Net als Jan heeft Joop er de gang goed in vanavond. Hij start te vertellen over kenmerken van schimmels (via sporen verspreid); slijmzwammen (op de grens van plant en dier, kennen een animale fase en een vegetatieve fase) en paddenstoelen (hebben plaatjes).


Een van de deelnemers merkt tussendoor op dat beweerd wordt dat alleen het aanraken van zwammen al vergiftigen kan. Joop doet dit af met de bewering dat dit ‘jan met de korte achternaam-koek’ is.

Een van de kernonderwerpen van de avond is het leven in de bodem en de relaties die planten hier aangaan met organismen. Zo gaan leven planten ook in relatie met zwammen. Zogenaamde mycorhiza ‘breien’ sokken om de wortels van bomen en heesters en helpt zodoende de boom te voeden met water en mineralen.

Paddenstoelen hadden voorheen niet mijn interesse. Na deze avond en zeker na het horen van het soortspecifieke bestaan van sommige paddenstoelen is deze zeer zeker gewekt. Bijzonder dat op bijvoorbeeld elk deel van een eikenboom een andere paddenstoel leeft (eikentak; eikenblad; eikenbladnerf; eikel; eikelhoedje…) Alleen in Drenthe al zijn er grofweg 2500 soorten bekend.

Aan Menno vervolgens de schone taak om zijn 5-minutenpraatje te houden. Menno vertelt ons over shinrin yoku. Een Japanse term die in het engels als ‘forest bathing’ vertaald wordt. Het gaat erom je volledig onder te dompelen in een bos en hierbij alle zintuigen open te zetten. Japans onderzoek heeft aangetoond dat het stress vermindert; zorgt voor meer energie en het humeur verbeterd. Zelfs na 1 maand zou het nog meetbaar zijn. Menno wordt geprezen om zijn enthousiasme en rustige manier van presenteren.

Michiel houdt aansluitend zijn 5-minutenpraatje. Schapen staan op het program. Michiel verteld vanuit zijn kennis en kunde over het hoeden van een schaapskudde. 11 maanden per jaar worden de schapen gehoed en beheren ze het landschap. De resterende maand is lammertijd. De tijd dat de schapen in de kooi blijven. Het hoofddoel van de schaapskudde is het begrazen van het gebied. Daarnaast levert het grove wol en een beetje vlees. Michiel krijgt als feedback dat hij erg goed gebruik gemaakt heeft van powerpoint. Ook viel zijn humor goed bij de toehoorders.

Afsluitend (en daarmee sluit ik ook dit verslag af) mochten we in 3-tallen nog even brainstormen over verschillende relaties tussen planten en dieren. Dit om na een avond boordevol informatie na te denken over de complexiteit van de natuur. Al met al weer een zeer boeiende cursusavond!

Harmen van der Wal

dinsdag 17 oktober 2017

Mini-excursies 14 oktober 2017

Emmen, zuidwestzijde Grote rietplas, door Boukje.

Het thema van Baukjes excursie is herfst.
We worden verwelkomd en krijgen een boekje uitgereikt met dieren en planten die in dit gebied voorkomen.
Het ziet er allemaal wat doods uit nu bijna alles is uitgebloeid, maar als je goed kijkt zie je bij verschillende bomen al weer nieuwe knoppen ontstaan. We pulken een knopje open en zien en voelen een wit pluizig katje.
Toch nog een paar mooi bloeiende bomen, de kardinaalsmuts en de gelderse roos.
We komen langs verschillende waters. De kleur van het water is verschillend.



De grote Rietplas is een uitgebaggerde plas, het water is er wat troebel, dit komt doordat ze zo diep gegraven hebben, dat ze ook de leemlaag hebben aangetast. De kleine leemdeeltjes dwarrelen door het water. De opgeloste leem is zo klein dat het niet neerslaat, waardoor er een grijzige zweem over het water ligt.
Bij het adoptieterrein aangekomen, vertelt Boukje enthousiast over haar terrein en waarom ze hiervoor gekozen heeft.
Het zijn twee stukken aaneengesloten land tussen de Rietplas en een ander gegraven water. Het ene stukje land wordt begraasd door koeien en schapen het andere stukje wordt ongemoeid gelaten. Wat is het effect van de begrazing? Met name op het begraasde deel wordt al het riet opgegeten door de koeien.
Het gebied kan Boukje zelf vanaf haar huis meet een bootje bereiken.
Bijzondere waarnemingen: visdiefje, ijsvogel, orchidee, slijmalg en waterzakmosdiertje.




Hardenberg, Oude Rheezerweg 3, door Jacobien.

We staan in de achtertuin waar Jacobien als meisje opgegroeid is. Het is een stuk trilveen.
Jacobien verteld over de historie van dit gebied. Lang geleden is hier veen afgegraven. Je kunt in het landschap nog de weren en ribben zien liggen. Door de afgraving ontstond er een meer waar vervolgens weer veen aan het vormen is.
Heel mooi zie je door de kleur van de vegetatie, de nattere en drogere stukken.
We mogen het gebied in om te ervaren wat trilveen is. We worden gewaarschuwd want niet overal is het trilveen even hoog, het gevaar is dat je er dan doorheen zakt.
Wat een beleving om zo te veren in de weren.


Als we erop veren borrelt de lucht uit de grond en ruiken we een vleugje zoetigheid. Het lucht uit de grond opborrelt is methaangas, dat vrijkomt bij het rotten van de plantenresten.
Er staan ook veel russen, we kennen allemaal wel pitrus, en daar lijkt het ook op, maar bij het voelen blijkt deze hol te zijn met tussenschotjes, het is veldrus. Ook zien we holpijp, waternavel en drietand. In de zomer zijn hier ook orchideeën te bewonderen.
Er zijn allerlei plannen om het gebied te veranderen.
Jacobien houdt dit goed in de gaten.



Rheeze, Rheezerweg 81a, door Tinus.

Het adoptieterrein van Tinus  bevat een zandweg, met schouwsloot een boszoom een oud hakhoutbosje en een mooi ingesloten water de Kalmoeskolk geheten.
Tinus deelt ons een formulier uit waar allemaal punten op staan die we in het gebied tegenkomen die door de mens zijn aangebracht.
Van ons wil hij weten wat wij de voor en nadelen vinden van deze punten.


Ieder schrijft het voor zich op. Op de terugreis zullen we de punten bespreken en bediscussiëren.
Aan het eind van alle punten staat een picknicktafel.
We gaan meteen zitten en genieten hier van het mooie uitzicht over het Vechtdal. Geholpen door het zonnetje weten we Tienes te overtuigen dat we de punten hier terplekke gaan bespreken.
Op de terug weg schieten we nog even een zijpad in om een blik te werpen op de Kalmoeskolk, die vroeger gebruikt is als drinkplaats voor het vee.

Wederom 3 totaal verschillende excursies. Veel gezien, veel geleerd.

Ter afsluiting  van de mini-excursies gaan we naar de Beerzer Bulten om te genieten van een lekkere pannenkoek. Leuk om te horen hoe iedereen de excursies ervaren heeft.
Weetje: Jacobien en Tinus geven hier al excursies voor de camping en hotelgasten.

Verslag Henny Hauschild

Mini-excursies 23 september

Op een stralende zaterdag start de mini excursie van Ronny op Industrieweg 20 met een presentatie binnen. Voor Henny en mij, op de fiets lastig te vinden, waardoor we de aftrap gemist hebben. Door omstandigheden waren we allebei niet mobiel bereikbaar, maar werden dankzij Grietje op de juiste plek binnengeloodst. Na een heerlijk plakje zelfgebakken cake, gefeliciteerd Joke M.!, gingen we naar buiten, op weg naar de Ekelenberg, althans wat daarvan over is. Uit Ronnies verhaal blijkt, dat het, na het opheffen van de camping, een prachtig verwilderd terrein was. Echter, bulldozers hebben dit grondig veranderd. Via een grafheuvel bekeken we zijn terrein van een afstandje. Duidelijk werd door vegetatie zichtbaar, dat dit rechthoekig deel een zeer vochtig gebied is, ook al ligt het op een zekere hoogte. Voorheen werd hier groen afval gedumpt door de gemeente, de bodem zakt nog steeds in. Wel jammer dat we geen voet op het terrein zelf gezet hebben……….. Of misschien wel beter, als er toch iets anders gedumpt was? 

Vanuit hier liepen we terug naar de auto’s. Stomverbaasd constateren Henny en ik, dat al deze natuurliefhebbers de auto hadden gepakt. Zeker vijf van de anderen wonen in Zuidwolde, Hoogeveen of directe omgeving. Foei!

Bas legt zeer nadrukkelijk uit dat we vanaf hier, waar al die auto’s staan, met twee auto’s naar zijn verzamelplek gaan rijden. “Volg mij!”, maar zelfs met toeteren krijgt hij de derde auto(………) niet de goede kant op. Blijkt in die derde auto de begeleiding te zitten, die de excursies moet evalueren. Daar het wachten toch wat langer duurt, besluit Bas een koffiepauze in te lassen op de verzamelplek. “Met de fiets waren we veel sneller geweest”, denk ik nog.

Lopend over het ecoduct krijgen we uitleg waarom en hoe dit nieuwe stuk natuur is ingevuld. Een platgetrapte paardenbijter(libel) mag ik van Bart in mijn Petri schaaltje bewaren, gelukkig heb ik die altijd bij me op excursies, evenals loep en verrekijker. Leuk dat ook op weg naar het terrein, het Steenberger Oosterveld, allerlei sporen te vinden zijn. Zo hangt in het prikkeldraad een wit pluisje haar, duidelijk van een das. Wanneer Bas zijn uitleg begint op het terrein zelf, moet ik met spijt bekennen dat ik recentelijk op het fietspad vlakbij een slang (waarschijnlijk een gladde) heb overreden. Hij legt uit dat ze sinds kort wat meer voorkomen………..Ai!

We gaan op zoek naar sporen van dassen en gaan ook een dassenburcht bezoeken. We hebben goedkeuring om zelfs buiten de paden te lopen. Al op het pad vlakbij de ingang vinden we een uitwerpsel, dat qua vorm en inhoud van een das lijkt te zijn. Kort daarna zien we een maiskolf, waar duidelijk aan gepeuzeld is. Even verderop een latrine in aanleg, enkele kuilen in een rondje, nog niet gevuld. We staan even stil bij een afwijkend klein paadje, door de dassen zelf “aangelegd” dat naar de burcht leidt en volgen dit. Een korte instructie over hoe we ons horen te gedragen in de oren geknoopt. Maar de belofte op veel pootafdrukken van de das, kan Bas niet waarmaken. Helaas hebben de Schotse Hooglanders op de burcht rondgebanjerd en hun verse, ook riekende, sporen achtergelaten. “Gisteravond waren ze er nog!”……..Jaja

Joke neemt het verhaal vanaf hier over en leidt ons naar een Hoornaarnest. Met gepaste afstand, stom dat ik mijn allergie pilletjes niet ingenomen heb, volg ik het verhaal over deze reusachtige wespen. Een stukje honingraat trekt mij iets dichterbij. Een prachtig bouwsel, licht als papier. In een bosje doorkruisen we een groepje Hooglanders, die een powernap doen, waarbij ik me lichtelijk bezwaard voel. Tussen imposante hoorns verschuilen ogen, die ik niet durf aan te kijken, zich achter een gordijn van haar. “Wanneer zijn we er?”, vraagt ook Grietje zich af, die op tijd bij een volgende afspraak moet zijn. Mijn voeten beginnen al aardig te protesteren, die zijn geen wandelaars, vooral niet in laarzen. Bij een maisveld wordt een toelichting gegeven over de gespannen voet, waarop boeren en natuurliefhebbers leven. Dankzij Bart krijgen we ook oog voor de “ravage” die dassen aanrichten, als ze eten zoeken. Op een venig terrein, waar we een prachtig vennetje gepasseerd zijn, eindigt de presentatie. Kilometers en minstens een half uur lopen verwijderd van de auto’s. De begeleiders zijn al niet meer aanwezig. Evaluatie volgt op schrift.

\Dan de terugweg nog. Met zo’n groep natuurminners duurt het nog wel even voor we bij de auto’s zijn. Nu komen allerlei plantjes geen aandacht te kort. Gelukkig dat mijn knorrende maag op de parkeerplek een tompouce mag ontvangen, die Bart heeft achtergelaten voor ons, gefeliciteerd Bart! Samen met Henny fiets ik naar een bijzonder restaurantje in de buurt, waar we, onder het genot van een uitgebreide lunch, onze voeten even rust kunnen geven. Wij hoeven vanavond niet meer te koken!
Ja, het is afzien zo’n excursie, maar we hebben genoten!

Verslag Marian Brouwer

zaterdag 23 september 2017

mini-excursie in 3 adoptieterreinen

Vandaag werden de eerste 9 (3x3) mini excursie’s gegeven van de eigen gebiedjes.
Hier een verslagje van de excursie’s van de A noord-groep waarin ikzelf zat.
We hadden een overzichtelijke uitnodiging gekregen, kompleet met route en carpoolplan.
Het was een prachtig zonnige herfstochtend.

***Om half tien verzamelden we ons op de locatie van de eerste excursie, door Marie José, De Hemmen.
De Hemmen ligt aan het Amer Diepje. We keken hier in eeuwenoude nutsgebiedjes naar fauna en landschapsstruktuur.
Mandy vertelde over de Aa met 2 hoofdstromen, Grolloo en Schoonloo. Gevoed door beekjes uit kwelwater. We zien een vlies op het water, wat bestaat uit ijzer etende bacterieen. Doordat het lang duurt voor het water boven de grond komt, is het rijk aan mineralen, vooral ijzer.  Loopjes in oude smeltwatergleuven, kwelwater gebieden, de stroeten. Er zijn allemaal diepjes, honderden jaren oude stroompjes, genoemd naar de plaatsen, bv Texaco loopje, bij de benzinepomp.
Een mooi gebied, met veel oorspronkelijks. Koeien, die hier al 100-den jaren lopen. Oude houtwallen met indicator planten, als bosanemoon. Het bosje, met adelaarsvaren en ook bosanemoon. Prachtige oude eiken. We zien veel reeen sporen en ook een ree! Hier en daar komt kwelwater de grond uit.
Om de route te verkorten, heeft Marie José een bruggetje voor ons getimmerd. Erlangs ligt een oude eik over het water, kort geleden gespleten in de storm.
Het gras waar we over lopen is wat minder begaanbaar. Het waterschap maait veel en voert niet af, er is geen verschraling. Het waterschap diept ook uit. De zijkanten worden verstevigd met schelpen, wat niet zo helpt, want het veen is zacht en de zijkanten zakken toch in. Er zijn vissen, modderkruipers, grondels, poel- en posthoornslakjes..
We zien een prachtige tijgerspin.



Marie José heeft wat ijzer-oer en een pijlpuntje mee.
De Hemmen komt mogelijk van inhammen. Er is een 9 meter cirkelvormige greppel, met een andere vegetatie.
Een mooi oorsponkelijk gebied.  Oud en nieuw (lelieteelt)

***Na deze excursie gingen we gezamenlijk in 3 auto’s naar het adoptieterrein van Mandy, Het Meindersveen.
Een excursie door een klein gebied, waar meer te zien was, dan bos, gras en heide.

Meindersveen is deel van het 5000 ha Staatsbos de Hondsrug.
We lopen door productiebos. Mandy heeft duidelijke kaarten bij zich. 1850, woeste grond, greppels. 1900, gras en hei, beekjes, meer afwatering. 1950, bos aanplant, heide en nog meer afwatering.
Wat niet te gebruiken was, bleef hei of werd productiebos. 2016, gras, hei, meer bos, ruilverkaveling, minder afwatering.
We staan tussen 3 landschapsvormen: Productiebos, grasland, hei. Strak grasland met engels raaigras met een houtwal met eiken. De heide is divers, open, met meer variatie, de bodem nog als vroeger. Er grazen zwarte koeien.
We zien een hoogtekaart, links naar Rolde, rechts naar Borger, het pad een watergrens.
De laagte, is een pingoruine, met iets relief en met droog en nat.
Om een deel is schrikdraad, zodat de koeien oa de klokjesgentiaan niet opeten. Het is in stroken gedeeltelijk geplagd, voor de adder. Een keer per jaar, half oktober, wordt er gemaaid.
We pauzeren bij zgn vakstenen. Stenen met nummer, die de grond verdelen in vakken, handig voor boswachters en houtoogst.

***Na de excursie van Mandy gingen we naar het terrein van Geert, Het Reijntjesveld.
Via toeristische route.. het Orvelterzand.
Het Reijntjesveld is een mooi en afwisselend kleinschalig natuurgebied, gelegen tussen Westerbork en Orvelte. Het heeft veel te bieden op he gebied van landschap en cultuurhistorie, wat de rode draad is in deze excursie.
Een nog niet onderzochte grafheuvel uit de bronstijd.
Heide, bos, grasland en kleinschalige akkerbouw.
Geert vertelde over de vroegere grootgrondbezitter, die hier een vlasfabriek had, waar linnen geproduceerd werd. En de huidige, die 500 soorten rododendrons heeft.
Een mooi oud afwisselend gemengd bos. Eik, vuilboom, larix, douglas. Rijke grond met varens, salomonszegel, vingerhoedskruid, dagkoekoeksbloem.
Jeneverbessen, vliegdennen. Dassensporen.
Groene specht woont hier.
Een grote pingo. We kregen uitleg mbv een foto van een pingo (Inuit voor “lage heuvel”), met rondom water, ijslens onder het oppervlak. Door grond- en kwelwater, wat steeds opnieuw bevriest. Het ijs is bij ons gesmolten, het zand eraf gegleden, waardoor een rand om de ronde laagte.
Een lange beukenlaan langs houtwal.
We keken richting Orvelte, naar een dekzandrug van 8 bij 2 km. Richting Aalderstroom.
Er zijn karresporen van de oude Groningerweg.
We zagen een duivenprooi onder dezelfde boom (natuurmoment van Geert), van waarschijnlijk de havik, die mogelijk hier zijn horst heeft.

Drie verschillende gebiedjes en 3 verschillende stijlen van gidsen. Een leuke en leerzame ervaring.
Het een balans vinden tussen basisinfo en ruimte voor de beleving. De kunst van het weglaten.
Drie aspirant gidsen, thuis en enthousiast in het eigen gebiedje. Dank iedereen!
Drie cadeau’tjes ook, zo redelijk dicht bij huis deze nieuwe gebiedjes te kunnen ontdekken.
Hierna reden we weer, via opnieuw toeristische route, naar het verzamelpunt bij Eldersloo, waar iedereen weer zijn eigen weg ging.

Verslag: Joosje van Aller

Zoogdieren, systematiek, diergedrag

Verslag 20 september 2017 Module 3: Dieren



Joop Verburg zorgt er voor, dat iedereen op tijd zijn plaats inneemt. Na een
korte toelichting, over het programma van vanavond, stelt hij gastdocent Aaldrik
Pot aan ons voor en geeft hij het woord aan Jacobien.
Met de ogen dicht starten wij haar Natuurmoment. Ieder krijgt een klein
voorwerp in de hand en neemt de tijd om op de tast het onderwerp te verkennen.
Blindelings hebben velen in de gaten, dat ze met een eikel te maken hebben. Met
open ogen worden ervaringen zoals 'scherpe punt, glad, hard…..' gedeeld, waarna
andere (jeugd)herinneringen de revue passeren. Inzameling van vele kilo’s tegen
lichte betaling, fluitje, eekhoorntjes, ree en muizen worden genoemd en
natuurlijk volgen er lachsalvo’s op de uitroep: 'Eikel!' Vol lof spreekt Ronny
over deze belevenis van verwondering.
Geert deelt een geheel andere ervaring met ons. Een verzameling veren van één
duif duidt op een drama, dat zich heeft afgespeeld op zijn adoptieterrein. Wat
voor mij aanvankelijk als nieuw schrijfgerei aanvoelde, verandert gedurende het
gruwelijke verhaal over de jager. Zachtjes aai ik de veer glad. Bijna voelbaar
vertelt hij, hoe de havik vanuit een duikvlucht met zijn dodelijke klauwen van
koolmees tot fazant kan killen. Dit natuurmoment over de 'stille rover' gaf een
hele andere beleving.
Een bevlogen Aaldrik Pot, werkzaam bij Staatsbosbeheer, biedt al bij voorbaat
zijn excuses aan voor een verhaal over Zoogdieren en hun sporen, dat niet
volledig kan zijn. Een korte schets over de opzet van zijn presentatie wordt
gegeven.
  • Het historische landschap
  • Ecologie en indeling
  • Families
  • Onderzoek en spoorzoeken
Pauze
  • Marterachtigen
  • Puzzelen met sporen
In een korte inleiding vertelt Aaldrik over zijn vele interesses, onderzoeken
en activiteiten. Hij is mede auteur van 'De onsterfelijke nachtegalen' en het
binnenkort te verschijnen 'Prentenboek' en schrijft op
blog.natuurspoor.com
. Enkele tips voor een goede uitrusting (PSU) worden gegeven. Tips voor boeken
zijn te vinden op blz. 144 van onze IVN NGO-map.
Zijn beschrijving geldt voor Nederland en de zoogdieren.
Het historische landschap
160 miljoen jaar geleden was het eerste zoogdier een soort muis.  13000
jaar geleden waren hier vlak na de ijstijd rendieren en poolvossen.  11000
jaar geleden leefden bruine beer, bever en eland op een soort 'taiga'. 9000 jaar
geleden kwamen veel grote den en berk voor, een oerbos, waar wolven en oeros hun
leefgebied hadden.
7000 jaar geleden was er een bosparadijs met een dichte begroeiing van eik en
linde waar wilde paarden, wisent, wolf en misschien lynx zich thuis voelden.
5000 jaar geleden kwam de invloed van de mens door stedenbouw, akkers en vee.
Van jager werd de mens boer. Loofvoeder vermeerderde en de linde nam sterk af.

Dankzij pollenanalyse van Louwe Kooijmans en oude atlassen is duidelijker
geworden waardoor het verloop van (zoog)dieren is gekomen.
Ecologie en indeling
De voedselpyramide (eten en gegeten worden) waarin bottom up gedacht wordt
lijkt een te simpele voorstelling van zaken, ook al staat deze theorie in vele
biologieboeken. In een filmpje 'Hoe wolven de rivier veranderen' opgenomen in Yellowstone National Park wordt het principe van ‘tropic cascades’ duidelijk
gemaakt. Wolves kill, but give life. De jager biedt nieuwe kansen voor
diversiteit in bossen, rivieren en bewoners.

How Wolves Change Rivers

In Nederland wordt onderzocht in hoeverre de sleuteldieren wolf en edelhert
biodiversiteit kunnen bevorderen.  In de IVN NGO map worden egels, mollen,
vleermuizen, knaagdieren en vossen genoemd. Aaldrik Pot geeft een ander
overzicht van de ongeveer 50 soorten zoogdieren die in Drenthe voorkomen. Van
diverse ordes worden enkele families besproken.
  • Insecteneters egel, mol en spitsmuis
  • Haasachtigen haas en konijn
  • Knaagdieren eekhoorn, beverachtigen, bever, muizen
  • Roofdieren hond-, kat- en marterachtigen.
Met name over de marterachtigen, zoals otter, das, wezel, hermelijn, bunzing,
boom- en steenmarter kan Aaldrik boeiend vertellen. Dat het lastig is om steen-
en boommarter uit elkaar te houden zijn blijkt uit enkele voorbeelden. Bij een
steenmarter staan de oren duidelijk ver uit elkaar en de neus is rose. Een
boommarter heeft een zwarte neus en de oren raken elkaar bijna bovenop de
schedel. Abrupt moet Aaldrik zijn betoog onderbreken voor een welverdiende
pauze.



Evenhoevigen holhoornig, hertachtig en zwijnen



Een voorbeeld van een uitgebreide ordening is:

Orde-evenhoevig; Familie-herten; Geslacht-capreolus; Soort-ree

Zeer toevallig dat Harmen zijn Vijfminuten praatje na de pauze hierover gaat
houden. Ook al worden we even op het verkeerde been gezet door een vol kratje
bier (ongeveer het gewicht van een ree). Een dier dat voornamelijk met eten en
rusten bezig is, doordat hij licht verteerbaar voedsel eet. In april en mei
toont de ree meer activiteit.

Na dit korte intermezzo hervat Aaldrik zijn verhaal over roofdieren en
evenhoevigen. In vogelvlucht geeft hij een opsomming van Onderzoek en
spoorzoeken naar zoogdieren:
  1. Posten, observeren, protocolleren
  2. Struinen en oral research
  3. Inloopvallen voor muizen
  4. Cameravallen voor grotere zoogdieren
  5. Temperatuurloggers en boomcamera’s
  6. Sporen onderzoek
  7. Verkeersslachtoffers- en braakbalonderzoek
Bij het determineren van sporen en de verslaglegging dien je je af te vragen,
wat het dier hier deed en waarom. Probeer daarbij niet te snel conclusies te
trekken, maar omschrijf je waarneming zorgvuldig.
Nog twee tips: In Havelte is een sporen walhalla en op internet is
www.extrabushcraft.nl
van René Nauta interessant. Helaas is er geen tijd meer voor de praktijk
Puzzelen met sporen Time flies…..



Verslag Marian Brouwer

woensdag 13 september 2017

De Wildenberg - Takkenhoogte - Meeuwenveen - Rabbinge

Op deze regenachtige ochtend, zaterdag 9 september, heet Joop ons welkom in wat hij zelf zijn favoriete natuurgebied noemt: De Wildenberg, Takkenhoogte, Meeuwenveen en Rabbinge. Het gebied is geliefd, omdat er zo veel verschillende biotopen voorkomen, met de flora en fauna die daarbij horen.

De groep wordt in tweeën gesplitst. Wij lopen met Joop mee. Al snel belanden wij op de heide. Op dit deel van De Wildenberg grenst de heide aan het beekdal van de Reest. Je kunt zien dat het beekdal een stuk lager ligt. Het is een van de weinige plekken in Nederland waar je van de heide zo het beekdal in kunt lopen. Alle levensgemeenschappen van droge heidevegetaties en kletsnatte
dotterhooilanden komen hier voor in een gebiedje van enkele tientallen hectares.

Dat is wel eens anders geweest:


Zelfs in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd in deze regio nog veen in cultuurgrond omgezet! En in 1969 volgde de genadeklap: de aanleg van de Reestvervangende Leiding. Deze afwateringssloot werd parallel aan het Reestdal gegraven om het Reestdal ten behoeve van de landbouw te ontwateren. Water werd afgevoerd naar de Hoogeveense  Vaart. Door verkavelingen werden de landbouwpercelen groter en arme grond werd door kunstbemesting geschikt gemaakt voor de landbouw Geen mens maakte zich in die tijd druk om weer een stukje verdwenen heide.

In 1992 kwam een 30 ha grote landbouwbedrijf, wat als een soort enclave tussen de drie natuurgebieden in lag, te koop. Het Drents Landschap zag een geweldige kans om Meeuwenveen, Takkenhoogte en De Wildenberg met elkaar te verbinden. Dankzij de hulp van andere organisaties lukte dit ook. Op 1 april 1992 was de aankoop een feit. De boerderij, met de naam De Hofstee verloor haar agrarische functie.

Samen met waterschap Riegmeer (inmiddels gefuseerd) werkte Het Drents Landschap een prachtig plan uit. Allereerst zou de rechte Reestvervangende Leiding een totale metamorfose ondergaan. De sloot moest gaan kronkelen, er moesten eilandjes komen, de oevers moesten natuurvriendelijk worden ingericht. De voedselrijke bouwvoor moest over het hele gebied worden afgevoerd, zodat de heide weer terug zou komen. Bovendien zouden een paar vennetjes die ooit bij de aanleg van de Reestvervangende Leiding waren verdwenen weer in ere worden hersteld. Er ontstond een groot
aaneensluitend natuurgebied van ongeveer 400 ha.


Flora en fauna 

Het effect op de planten- en dierenwereld was verbluffend. In 1999 werden al meer dan 200 soorten planten geteld. De bodem bleek nog vol van heidezaden, want al heel snel kwamen de eerste kiemplantjes van de struikhei te voorschijn en op vochtige plekken gebeurde dat ook met de dophei. (bron: internet) Door de weersomstandigheden en de tijd van het jaar zullen wij vandaag heel
veel dieren en planten die hier voorkomen niet zien, maar Joop vertelt enthousiast over de niet/minder alledaagse flora en fauna die hier te zien/horen zijn:
  • Kwartelkoning, Grauwe Klauwier, Blauwborst, Groene en Zwarte Specht. Tapuiten en Beflijsters tijdelijk op voorjaarstrek. De Klapekster in de wintermaanden. Zilveren Maan.
  • Gevlekte orchis, moeraskartelblad (halfparasiet), moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan) en Slangewortel.
We passeren een kleine zandvlakte: met zonnig weer een uitermate geschikte plek voor wilde bijen. Ook groeien hier in dit arme milieu Muizenoor (het blad lijkt ook op een muizenoortje) en Biggenkruid. Er komt ook Heidespurrie voor. Aangekomen bij het Meeuwenveen, wat tot nu is doorgegaan voor een pingoruïne, vertelt Joop dat dit ven geen pingoruïne blijkt te zijn. Door
onderzoek (grondboringen) is vast komen te staan dat het gaat om een stuifkom. Ook op het water is op dit moment niet zo veel te beleven. Wel zien we een paartje dodaars.

Verder vanochtend gehoord/gezien:
Vogels: Kuifeenden, Boomkruiper, Goudhaantje, Grote Bonte Specht, Buizerd en de nodige meesjes.

Planten: Kleine wolfsklauw, Slangenwortel, Biggenkruid en Muizenoor. We hebben ook een 'schuimbekkende' eik gezien. Lees het leuke verhaal op boswachtersblog.nl

Paddenstoelen: Gordijnzwam, Meststrovaria (blauwe plaatjes), Parelamaniet, Slanke Bruine Amaniet, Vaalhoed, Grote Parasolzwam, Zwavelkopjes, Waaierbuisjeszwam, Roestvlekkenzwam, Stinkzwam, Krulzwam.

Joop vertelt dat je paddenstoelen kunt onderverdelen in aanvallers, afbrekers en de mycorrhiza-soorten, die samenwerken met bomen via de wortels. De Aardappelbovist behoort tot de laatste. Het is een allemansvriend en werkt zowel samen met loof- als naaldbomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de vliegenzwam die in symbiose leeft met de berk.
Verder zien we nog een moerassprinkhaan (met rode dijen), een Kleine Vuurvlinder en een prachtige wespspin.


Verslag: Boukje Toussaint

donderdag 7 september 2017

Lesverslag cursusavond 6 september: Vogels

De les begint met een welkomstgroet (na de zomervakantie) en mededelingen.
Daarna volgt het Natuurmoment. Bakjes, manden en dienbladen gaan rond, gevuld met gelig gekleurde paddenstoelen van een soort. De paddenstoelen worden bekeken, aangeraakt en er wordt aan geroken, vanwege de vraag: "Waar doet de geur je aan denken?" Het zou namelijk naar abrikozen kunnen ruiken, maar dat is niet echt duidelijk. Op de dienbladen blijkt iets eetbaars te liggen, namelijk toastjes met diezelfde paddenstoel. Het blijkt cantharel te zijn. Andere namen zijn hanekam en dooierzwam (vanwege de kleur). Eetbaar, maar alleen na verhitten.

Cantharel is populair vanwege de smaak en de lange houdbaarheid. Er volgt een uitleg over de vorm en het uiterlijk. Cantharel groeit in de grond, nooit op dood hout. Het zoeken naar de paddenstoelen kan lastig zijn, omdat anderen ze al geplukt kunnen hebben langs de paden. Cantharel staat in Nederland op de rode lijst. De paddenstoel is niet wettelijk beschermd, maar "rood" heeft wel een signaalfunctie. Ze komen steeds minder vaak voor. (Logisch, als iedereen ze loopt te plukken...... gedachtekronkel van de notulist). In Zweden gelden geen regels. De natuur is er voor vrij gebruik, mits iedereen er bewust en verstandig mee omgaat. De cantharel kan verward worden met valse hanekam, die niet giftig is, maar deze soort is niet lekker van smaak.



In het feedback moment worden tips en tops gegeven, met name door een persoon. Voorbeeld van een top: Gebruikte materialen en lekkernijen om te proeven. Wel was er veel gespreksstof, waardoor het geheel meer weg had van een 5 - minutenpraatje, maar daar werd een reden voor aangegeven. Een tip die voor iedereen van belang zou kunnen zijn: Regelmatig informatie uitwisselen met de groep kan ontspannend werken (beter dan dat je in je eentje een voordracht staat te houden).

Dan volgt de presentatie met beeldmateriaal over vogels door vogelkenner Jörgen de Bruin, IVN medewerker in het noorden van het land (werkterrein Lauwersmeer en de Alde Feanen in Friesland). Presentatie in vogelvlucht, want de tijd is beperkt.



Uitgelegd waarom vogels interessant zijn: Ze zijn overal, goed waar te nemen, vertonen bewegelijk gedrag, de meesten vliegen. Daarna gaat het over de bouw. Ze hebben holle botten, maar wel stevig. De snavel is van hoorn (lichter dan bot). Ze zijn gestroomlijnd en hebben vederlichte vleugels met stevige pennen. Dan info over de rui. Dat vindt meestal twee keer per jaar plaats, wat nodig is vanwege slijtage en winter/zomerkleed. Bij veel vogels gaat het geleidelijk aan waardoor ze kunnen blijven vliegen. Bij eenden en ganzen verloopt de rui in een keer, waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Voor deze vogels zijn schuilplekken dan van groot belang, omdat ze dan niet kunnen vluchten bij gevaar. Een rommelig, kaal verenpak wordt eclipskleed genoemd. Ze vallen zo niet zo op, wat beter/veiliger is in deze periode.

Daarna gaat het over voedsel. De onderverdeling bestaat uit planten/graseters, zaadeters, besseneters, insecteneters, vleeseters en viseters. Er is een relatie tussen voedsel en de snavelvorm. Planteneters hebben een grote dikke snavel, zoals bijv. ganzen. Zaadeters hebben stevige, puntige snavels, zoals vink, geelgors, groenling, putter (distelvink). Besseneters hebben een spits snaveltje, zoals kramsvogel en koperwiek. (opm: Latere bessen gaan gisten, waardoor de vogels wat "dronken" kunnen lijken bij het eten ervan). Insecteneters hebben een fijn snaveltje, zoals de bonte vliegenvanger en de specht. De specht heeft wel een langere snavel (en tong), omdat deze insecten uit boomschors moet halen. Vleeseters hebben een haaksnavel (en speciale poten), zoals de torenvalk, en de kerkuil. Bij viseters zie je variatie in snavelvormen, zoals bijv. haaksnavels en de aparte snavel van de lepelaar.

Er wordt extra info gegeven over de aalscholver. Deze vogel heeft geen vet verenkleed, omdat dit het duiken naar voedsel zou bemoeilijken. Vandaar dat je ze vaak aantreft in de speciale houding, waarbij ze hun verenpak laten drogen, met de vleugels wijd uiteen. Wat zang en geluid betreft gaat het om territorium en voortplanting, contactroepjes en de alarmroep.

Bij het onderwerp voortplanting worden een aantal dingen genoemd, namelijk zang, een mooi verenpak, baltsgedrag, nestbouw, aantal eieren, of het om nestblijvers of nestvlieders gaat en het aantal nesten per jaar. Op afbeeldingen is baltsgedrag/uiterlijk vertoon te zien van watersnip, kemphaan en fuut. De fuuten maken samen een mooie dans en bieden elkaar nestmateriaal aan. Bij kemphanen is het een ingewikkeld gebeuren, waarbij de zwakkere mannetjes zich voor kunnen doen als vrouwtjes. (De kemphaan is als broedvogel verdwenen, maar het baltsgedrag begint al wel in Nederland, op doortrek naar Skandinavië en de Baltische Staten.)

Op afbeeldingen zien we verschillende nesten, bijv. van de buizerd en de gangen in wanden van de oeverzwaluwen. Ook zien we de uiterlijke verschillen tussen nestvlieders (die al stevig op de pootjes staan) en nestblijvers (de kwetsbare, kale jongen). Roofvogels beginnen na het leggen van het eerste ei meteen met broeden, zodat er leeftijdverschil ontstaat tussen de jongen. Wanneer de eerste jongen uit het ei zijn, kan er bijv. ook nog een zijn die nog niet uitgekomen is. Aanbod van voedsel kan het aantal jongen bepalen. Er is sprake van enige planning wat dat betreft.

Dan vogeltrek op een kaart in beeld. Trekvogels volgen met name de kustlijnen voor oriëntatie en veiligheid. Er komen veel vogels uit Alaska en Siberië terecht in het Waddenzeegebied. Velen trekken ook langs de kusten van Afrika. Bij het onderwerp trekvogel of standvogel wordt een onderverdeling gemaakt. De standvogels zie je het hele jaar door in ons land (bijv. koolmezen, mussen). Zomergasten komen vanuit het zuiden (vaak insecteneters zoals grauwe klauwier).. Wintergasten komen vanuit het noorden (bijv. ganzen, keep en klapekster en de pestvogel als er in het noorden niet voldoende bessen zijn). Doortrekkers zijn hier tijdelijk om bij te tanken (zoals de groenpootruiter en de Noordse stern, de "grootste reiziger", die enorm lange afstanden aflegt). En zo nu en dan kun je een dwaalgast tegenkomen die hier per ongeluk verzeild raakt.

Voor het leren herkennen van vogels worden tips gegeven: Beginnen in februari. Dan zijn er nog niet veel soorten en is er nog geen blad aan de bomen; Gebruik van vogelgidsen, verrekijker/telescoop, vogel apps (incl. geluiden); Meegaan met vogelexcursies; Lid worden van een vogelwerkgroep.  
Zo af en toe worden er vragen beantwoord tussendoor.


Twee 5 - minutenpraatjes. Bij de eerste presentatie kunnen we vleugels zien van een eend. Daarna wordt een verhaal voorgelezen over vogeltrek, waarbij verschillende vogels de revue passeren, van Jac Thijsse. Tevens feedback met tips en tops. Bij de tweede presentatie wordt ook voorgelezen uit een boek en het gaat over een favoriet "dier". Waar niemand echter aan dacht... het bleek over de mens te gaan, met al zijn grillen en kuren. En daarna feedback met tips en tops.
In groepjes van drie moeten we een aantal opgezette vogels benoemen en we mogen ook zelf een naam bedenken voor die vogels. Daarna volgt de bespreking en wordt er ook nog wat extra info gegeven.



Er volgt nog een opdracht. Joop laat vogelgeluiden horen. Op een stencil met kolommen kunnen we invullen wat we denken te horen. Daarna zien we de afbeelding van de vogel en dus het antwoord, wat in de tweede kolom ingevuld kan worden. Vogels die aan de orde zijn zijn goudvink, zwaluwen, havik, bosuil, steenuil, slobeend, wulp, scholekster, geelgors, koolmees, en tjiftjaf.
De cursusavond wordt afgesloten met mededelingen over komende excursieochtend za 9 september. De ontmoetingsplek is bij de parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, t.h.v. huisnr 26, gebied Takkenhoogte, ten zuiden van Zuidwolde.

We krijgen ook al wat info over de naderende mini-excursies (eind sept) die in de adoptieterreinen plaats zullen vinden. We worden ingedeeld in drie groepen. Elke groep bezoekt per keer drie adoptieterreinen, waarbij degene(n) die erover gaan een presentatie houden van een half uur op meerdere plekken. Dit vraagt om enig organisatietalent, want de cursisten zelf moeten met elkaar afspraken maken, telefonisch of via de mail etc., en ook zorgen voor de uitnodigingen. Meer info hierover tijdens de volgende cursusavond.

Verslag: Wilma

   



donderdag 1 juni 2017

Mini-excursies bij Oude Diep

We hebben ons op zaterdag 19 mei verzameld aan Vamweg in de buurt van het Oude Diep. We hadden twee weken geleden de opdracht gekregen een mini excursie voor te bereiden over een plant die we daar tegengekomen waren. Toen zijn er al groepjes gevormd en ieder van ons moest een presentatie over die ene plant geven aan de groepsgenoten.

Er waren 4 groepen en 3 begeleiders aanwezig vanochtend . Elk van de groepen gingen op pad om de betreffende plant weer te zoeken en om en om werd de informatie hierover gedeeld. Ik kan alleen maar verslag doen van mijn eigen groepje en we kwamen eerst de grote muur tegen , daar had Nelleke wat over opgezocht en ze had er een leuk en informatief verhaal over.

Ik was op zoek naar de egelboterbloem en al gauw had ik hem gevonden en mijn verhaaltje daarover gedaan . Ik vond het nog wel lastig om er informatie voor 10 minuten praten over te vinden. Ronnie had een informatief verhaal over de geknakte vossenstaart  en Tienes had een verhaal over de veldzuring. Ik vond het een leerzame ervaring en leuk om te doen.

Toen we ermee klaar waren hebben we nog een wandeling langs het oude diep gemaakt. Wat een mooi gebied en wat kwam alles mooi in bloei , veel diversiteit aan flora en fauna. Mooi gebied en een leerzame ochtend !

Carl Maurits.

vrijdag 19 mei 2017

Bodemleven

Verslag 17 mei 2017

Joop heet ons allen welkom en geeft aan dat de volgende mensen met kennisgeving afwezig zijn: Harmen, Bas, Ronny, Eddie en Ronald.

Hij geeft eerst het woord aan Guido, omdat er bij de laatste excursie mensen absent waren en voor aanstaande zaterdag instructie nodig hebben. In de pauze geeft hij informatie aan die mensen. Verder attendeert Guido ons op het symposium over bijen op 9 en 10 juni. Het is facultatief, maar sluit uitstekend aan op ons thema dieren en is dus een aanrader. Gelieve wel graag vooraf aan te melden i.v.m. de lunch. Je kunt ook voor één van beide dagen inschrijven, kosten vrijdag € 20,- en zaterdag € 15,- Aanmelden bij ivn-westerveld.nl

Joop neemt ons daarna mee in zijn enthousiaste verhaal over Bodem is de bron. Het gaat met name over de vulling van de bodem. Hij laat prachtige foto’s zien van de roodschildmestkever, de larve van de zwartkopvuurkever, die hij onder schors had gevonden. Ook over de pseudoschorpioen, die maar 3 mm groot is en leeft van dierlijk afval (zilvervisjes), vertelt hij boeiend hoe het paringsritueel verloopt. Het mannetje strekt zijn armen omhoog en knipt met zijn scharen. Als het vrouwtje terug knipt, vindt ze hem aantrekkelijk en danst het mannetje naar haar toe, pakt haar scharen met de zijne vast en verbind hun lijven met een draadje. Dan neemt hij afstand terwijl hij haar vasthoudt en ze dansen verder. Daarna brengt hij zaad aan op de buik van het vrouwtje, waar het in een zakje glijdt. Daar vindt de bevruchting plaats, als de eicellen rijp zijn. Het vrouwtje legt de eitjes onder de grond. Zeer boeiend.

Over teken komt het gevaar ervan aan de orde. Erg belangrijk voor ons is hier vooral tijdens een excursie aandacht voor te hebben en mensen erop te wijzen naderhand een tekencontrole te doen.
Bodem, waar bestaat het uit? Joop laat ons vertellen. Zand, afgebroken organisch materiaal, dieren, water, planten (ondergrondse delen), schimmels en bacteriën. De schimmels leven in symbiose met bomen en planten. Bij essen en fruitbomen zie je geen paddenstoelen, maar toch is hier ook sprake van zo’n symbiose. Schimmels nemen water en zouten voor de boom uit de grond op en krijgen via fotosynthese van de boom suikers ervoor terug.

Aan de hand van prachtige foto’s laat Joop zien hoe slijmzwammen veranderen van vorm, eerst een fijn netwerk dat als een landkaart op  een boom groeit, later lange draden en tenslotte zakjes onderaan de draden, die de sporen laten vallen.

Weetjes over wormen zijn: ze zijn eiwitrijk, eten organisch afval, verrijken de bodem met hun uitwerpselen, maken de bodem luchtiger, zijn tweeslachtig, bewegen zich voort met borsteltjes die aan hun segmenten zitten. Per hectare grond zit er aan regenwormen een koe aan gewicht in de grond.
Over de bodemdieren, die in de bodem leven laat Joop ons de onderverdeling zien. Deze staat ook in onze map. Er zijn een paar leuke toevoegingen. De slakkensmidse van de lijster, die de slakken op een steen kapot gooit, om ze zo te kunnen opeten en de slakkenaaskever, die een stofje in de slak laat druppelen, waardoor deze oplost en de kever hem zo kan opslurpen.

We worden getest op wat we nog weten van pissebedden. Ze houden van vocht, hebben een uitwendig skelet, 7 paar poten, kieuwen (ademhaling), eten organisch afval, plassen niet  meer transpireren via hun schild.

Bij de geleedpotigen komt de huiszebraspin prachtig in beeld. Prooien worden door spinnen heel divers gevangen. Het lijf is ingesnoerd tussen de kop en het achterlijf, heeft 8 poten en spinklieren onder het lijf.

Teken en mijten: De mijten laten zich vervoeren door bv. insecten. Dit is te zien aan de gele bolletjes op het schild van een kever. Varoa-mijten zijn schadelijk; zij leggen nl. eitjes in de larven van bijen, die bij uitkomst de larven opeten. Voor de mens is de schurftmijt en de huisstofmijt schadelijk.
Een bijzondere hooiwagen is de strekspin, die zich om een tak heen wikkelt en daardoor nauwelijks te zien is. Bij hooiwagens is het opmerkelijk hoe gemakkelijk de poten loslaten.

De insecten komen tenslotte aan bod, die belangrijk zijn

  • Bij de bestuiving.
  • Als voedselbron (egels, dassen, spitsmuizen, spinnen, insecten, kikkers.
  • Voor zijde- en honingproductie.
  • Bij bestrijding van schadelijke insecten.


Er zijn enorme aantallen wereldwijd: 170.000 vlindersoorten, 20.000 sprinkhanensoorten, 80.000 soorten wantsen.

De bodeminsecten zijn onmisbaar voor het hele ecosysteem. Na de pauze gaan we er zelf mee aan de slag. Maar eerst genieten we van een lekkere kop koffie of thee.

Marian heeft haar 5-minutenpraatje en introduceert dit met een heerlijk beschuitje aardbei; wat is er nou lekkerder dan dat! En het liefst uit eigen tuin. Maar er zijn kapers op de kust en die wil ze weghouden. SLAKKEN! Ze heeft een heuse hindernisbaan aangelegd met koffie in een geultje en stro. Aan de hand van mooie foto’s en filmpjes laat ze zien wat ze in haar tuin gevonden heeft over de slak.

Daarna mogen we zelf aan de slag gaan. In 5 groepjes gaan we voorzien van loepjes, plastikpotjes, determineerkaarten en een bak met aarde naar buiten waar we mogen kijken wat voor diertjes we tegenkomen. Is er iets bijzonders, dan kunnen we dat in een potje aan de anderen laten zien. De volgende dieren kwamen we tegen: duizendpoot, miljoenpoot, segrijnslak, boerenknoopslak, larven (o.a. van de boktor), pissebedden en een pad. Het is altijd verrassend, om te zien hoe leuk dit is. We ruimen met elkaar op en kunnen terugkijken op een leerzame en vooral ook leuke avond.

Verslag: Joke la Roi




vrijdag 12 mei 2017

Ecologische relaties 3 mei 2017

Gastspreker is Edwin Dijkhuis, die bereid is de presentatie met ons te delen. Dit verslag is aanvullend. Aan de planten kun je zien hoe het met de bodem gesteld is.
Edwin Dijkhuis is betrokken bij Floristisch onderzoek Nederland- FLORON. Hij heeft de begroeiíng bekeken in de Flora Atlas Nederland, die 17 jaar geleden uitkwam. Nu blijkt dat de soorten in Drenthe met 90% zijn toegenomen.

Deens lepelblad, groeit bij de zee, maar ook in de gepekelde (zoute) bermen..
Raapzaad zie je langs sloten en in bermen (koolzaad verspreidt zich niet).


  1. Stuifzand en heide
    Verzuring en vermesting maken dat planten verdwijnen. Heide kan stoffen uitruilen met bodemschimmels.
    Vermesting veroorzaakt vergrassing van de hei door een te veel aan stikstof.  Als de heide wordt afgeplagd, verdwijnen ook fosfaten en dat is niet gunstig voor de groei van nieuwe heide. Edwin pleit ervoor bij bekalking na het plaggen, iets fosfor mee te geven voor terugkeer van de struikheide.
  2. Bos
    Meer dan 100 jaar geleden werd de strooisellaag uit het bos gebruikt; onder andere varkens aten ervan. Schapen aten knoppen uit bomen, waardoor je soms erg vreemd gevormde bomen ziet. De planten die onder bomen groeien, moeten door de strooisellaag heen kunnen komen en lopen daarom puntig uit.
  3. Sloot en plas.
    Onder water hebben de planten slappe, holle stengels. De bladeren maken gebruik van het invallend licht en groeien bij veel planten tot boven het water uit. Er zijn ook planten met verschillende verschijningsvormen: ze passen zich aan in het water, en als ze droogvallen zien ze er anders uit. Voedselrijkdom, en ook zuurgraad bepaalt welke planten in het water kunnen leven. Bij erg zuur water wordt geworteld in de bodem en als het basisch is, kan de plant voldoende voeding uit het water opnemen.



  • Natuurmoment met Martine
    Voeldozen met allerlei materiaal en levende have.
    Advies: gevoel gebruiken als je buiten bent, net als kinderen doen!
  • 5 minutenpraatjes van Mandy en Jaobien over symbiotische relaties.
    Wederzijds voordeel: 
    • mutualisme - zoals bijen/bloemen; mierenbroodje
    • commensalisme- 1 partij heeft voordeel, de andere neutraal; 
    • parasitisme – 1 partij heeft voordeel, andere nadeel (vlooien, luizen etc.)
    • endosymbiose – beide voordeel (bacterie in de darmen) 



Nelleke Jintes

woensdag 10 mei 2017

Excursie Oude Diep

Het is tijdens deze excursie op zaterdag 6 mei de bedoeling om planten in te delen naar familie  en te benoemen. De leiding geeft aan dat, in verband met het late voorjaar, we geen keuzestress zullen ervaren. Er bloeit namelijk nog niet zoveel. In groepjes van drie gaan we op pad;

De eerste plant die opvalt, vooral vanwege de bloei is de pinksterbloem. Hij behoort tot de kruisbloemigen, bladeren verspreid en 4 kroonbladeren. Vervolgens gingen we verder met een boterbloem. Deze behoort tot de ranonkelfamilie.  5 Kroonbladeren, 2-zijdig symmetrisch. Veel meeldraden.


Om de moeilijkheidsgraad te verhogen keken we naar de grassen. Op het veld waar we  determineerden vonden we reukgras. Deze behoort tot de grassenfamilie. Heeft een holle stengel, behalve op de knopen. Enkelvormig blad met bladschede, aarpluim. Dit gras is, met de vossestaart, een van de vroegst bloeiende grassen. Omdat we hem niet snel konden determineren, raadden Guide en Joop ons aan om het gras te kauwen. Waarbij Joop bijna de hele graspol opat. Kenmerkend van het reukgras is de smaak.

We vonden nog een plant met viltig blad, geen bloemen. Met hulp kwamen we op knoopkruid. Een paars bloeiende plant die veel insecten aantrekt. Het is een plant uit de composietenfamilie.

In een droge sloot vonden we nog pitrus. Deze behoort tot de russenfamilie. Het heeft een bladloze stengel gevuld met merg. Hierover wist Bart nog te vertellen dat dit merg vroeger als lont voor olielampjes werd gebruikt. Russen zijn rolrond zonder knopen.


Na de determinatieronde gingen we even rondkijken in het gebied. We liepen een gebied in dat veel natter was en was geweest dan het eerste gebied. In een gedeelte dat vaak onder water staat (maar nu even niet, vanwege het droge voorjaar), vonden we egelsboterbloem. Dit is een moerasplantje. Kenmerkend is de bladstand. Het middelste blaadje heeft een eigen steeltje.

Ook zagen we hier bloeiende zegge. Onderaan is de bloei vrouwelijk, bovenaan zit het stuifmeel. Zeggen zijn driekantig. Als je de voet van de plant voelt, voel je duidelijk dat hij driekantig is.

Verder zagen we vossestaart. Deze heeft een echte aar en is evenals reukgras vroegbloeiend. Ook de kale jonker (een distel met een donker hart en ingesneden bladeren) en verschillende zuringsoorten.


De krulzuring en de ridderzuring. Helemaal enthousiast werden we van Veronica. De gewone veronica en veldereprijs.

Aan het eind van de excursie kregen we de opdracht in groepen van 5 of 6 per persoon een verschillende plant te bespreken. Hierover moet je een minuut of tien praten. De volgende excursie is in hetzelfde gebied.

Verslag: Hennie Kroes

zaterdag 22 april 2017

Plantensystematiek

Bouw van planten/plantensystematiek, inleiding door Joop Verburg op 19 april

Mededeling van Guido dat de Weerribben-commissie bestaat uit; Map, Joke, Henny Hauschild, Adrie, Geert en Guido zelf.

Mededeling van Joop: wie gaat er mee op vakantie naar Frankrijk? Nog 2 plaatsen vrij.

Natuurmoment van Marian. Marian heeft voor ons allemaal een cadeautje. Ze geeft iedereen een doosje met een bloem/ bloesem er in. Iedereen mag het uitpakken en bekijken. De vraag is of je weet wat je hebt gekregen en of het een bovenstandige bloem of een onderstandige bloem is? Zelf heb ik een Magnolia gekregen en mijn buurman heeft een Perenbloesem. De Magnolia is bovenstandig en de perenbloesem is onderstandig legt Marian uit. Gina geeft feedback: leuke presentatie, je had voor iedereen wat meegenomen. Tip is om misschien een assistent te vragen om de cadeautjes uit te delen, zodat je zelf je handen vrij hebt. Marian is zelf ook tevreden over het natuurmoment.
Grietje vertelt nogmaals dat een natuurmoment echt niet langer dan 5 minuten mag duren.

Presentatie Joop over het determineren van planten. Het duurt normaal gesproken jaren om dit enigszins onder de knie te krijgen, maar Joop gaat proberen ons in de komende uren iets wijzer te maken. De presentatie staat later weer op intranet. En dat is maar goed ook want in een sneltreinvaart dendert Joop door de materie. Er is natuurlijk ook een hoop te vertellen, en de tijd is beperkt. Ik sta af en toe met mijn oren te klapperen (hopelijk ben ik niet de enige) en ontdek dat er nog een hoop te ontdekken en te leren valt voor mij. Gelukkig heb ik de veldgids Nederlandse Flora net aangeschaft. Dus ik kan flink aan de slag! De plantenintercity komt even tot stilstand want het is tijd voor een korte pauze.


Na de pauze is er tijd voor het 5 minuten praatje van Carl. Het gaat over plantennamen. Dit doet hij op een uiterst originele en komische wijze. Als een soort cabaretier laat hij namen zien van planten en verteld hierbij over zijn associaties bij deze namen. Ook laat hij vervolgens foto’s van de plant zien. Hij verteld o.a. over de Paardenbloem, Boterbloem, Dotterbloem, Parnassia, Spaanse ruiter. Waterscheerling blijkt een van de meest giftige planten van onze omgeving te zijn. Als je zoiets tijdens een excursie verteld dan blijkt dat plantje bij de deelnemers vaak veel beter hangen, verteld Carl. Als feedback geeft Ester; leuke creatieve presentatie, persoonlijk, erg leuk gedaan!

Dan komt het 5 minuten praatje van Gina. Gina vertelt een oud volksverhaal van Drenthe. Het gaat over de Witte Wieven. Het is een spannend verhaal, bijna poëtisch. Witte nevels in het schemer…pas op voor de Wittie Wieven… Jacobien geeft feedback; mooi verhaal, je zag de verandering van sfeer, van lacherig van het verhaal van Carl tot muisstil tijdens jou verhaal. Je had een goede interactie met het publiek, je keek goed rond. Als top zou je misschien nog meer in kunnen zetten op de intonatie en klemtoon, en af en toe een korte stilte laten vallen.


Joop gaat verder met zijn presentatie over het determineren en van planten. Aan het einde krijgen we een aantal opdrachten van Joop o.a.: zoek een schermbloem van tafel, ruik en proef deze. Na een aantal opdrachten is het ook bijna 22:00 uur en is het tijd om af te ronden.

Joop vertelt waar we moeten zijn komende zaterdag; bij de vlindertuin in Zuidwolde en raad ons nog aan de materie nog even door te nemen voor zaterdag.


Verslag: Geert Huisman

zaterdag 8 april 2017

Duurzaamheid, gezondheid en natuur

Map heet ons allen en nog een nieuwe cursist Michiel Poelenije welkom.
Huishoudelijke mededeling: Afmelden bij Grietje Loof
Natuurmoment:
Carl deelt stukjes riet uit. Er zit een rare verdikking in. Het blijkt om een gal te gaan. Deze ontstaat doordat de grote rietsigaargalhalmvlieg een eitje gelegd heeft in de rietstengel. Het riet blijft hierdoor kort.  Met veel kracht maken we de gal open en zie daar een larve!
Feedback: Top: zeer verrassend.Tip: Mensen even langer de tijd geven om het uitgedeelde te bekijken.

Lesonderwerp: Duurzaamheid
De vijf V’s:

  • Verontreiniging,
  • Vermesting,
  • Versnippering,
  • Verdroging,
  • en Verzuring 


Alle worden besproken, hoe het vroeger was, hoe het in de vorige eeuw was en hoe het nu is.
Aan de hand van grafieken kun je zien dat vanaf de jaren 80 milieu bewustzijn zijn intrede doet Hadden we in de vorige eeuw te maken met zure regen en over bemesting, nu is de luchtkwaliteit een stuk beter door milieubewust wording. De stikstof en zwavel uitstoot neemt vanaf die tijd af.

Discussie: Wat betekent duurzaamheid voor jouw en wat doe je eraan?

5 Minuten praatje van Ronnie:
Ronnie begint met een verhaal over een vreemdeling. In de loop van zijn praatje blijkt het over de Nijlgans te gaan. Hij doet dit op een komische en verrassende manier.

5 Minuten praatje van Nelleke:
Nelleke vertelt over de eerste tekenen van de aankomende lente.in haar omgeving. Vlinder , bijtje, goudvink, kuifaalscholver en ijsvogel komen onder andere voorbij.

Lesonderwerp: Gezondheid en natuur.
In de pauze heeft iedereen een foto uitgekozen die voor hem/haar past bij gezondheid en natuur.
Vragenrondje: Waarom heb je deze foto gekozen? De natuur als gezondheid:
Medicijn ( kruiden)/eten uit de natuur / ontspanning/ beleving/ wandelcoach
Bedreigende natuur: gif(slangen) / insecten (teken)/ natuur geweld(onweer)
IVN projecten: educatie en beleving door te doen/ voelen / ruiken:
Bijv. Grijs, groen en gelukkig / slootjesdagen / natuurbelevingsactiviteiten / lezingen over natuur.

De natuur inzetten als (hulp)middel:

  • Zoals: nestkastjes ophangen waar overlast is van de processierups.
  • Ecoducten / onderdoorgangen onder drukke wegen.
  • Vlinderidylle
Verslag: Henny Hauschild