zaterdag 16 december 2017

Vogels kijken in de Mepper hooilanden

  • Plaats:  Mepper Hooilanden
  • Thema:  Waterwild
  • Aantal deelnemers :  23, inclusief begeleiders Guido,  Jan,  Joop en Map
  • Weer:  Helder (met zon!),  temp  2C,  wind 1B

Waar zijn we geweest.
Zaterdagmorgen 16 december waren we in de Mepper hooilanden om  waterwild te bekijken. Het gebied is het begin van het beekdal Geeserstroom, dat vanaf hier tot Zwinderen loopt.  Het was tot 2006 in gebruik voor landbouw, maar was daar eigenlijk niet geschikt voor door kwel.  Nu is een  natuurgebied ontstaan van 600ha dat voor  zowel Drentse als Nederlandse begrippen een groot aaneengesloten gebied is.  Door afgraven zijn er minder meststoffen en kansen voor langzaam groeiende en zeldzame platen.  Maar daar kwamen we niet voor: het ging vandaag om de vogels..

We hebben vele soorten vogels gezien, de meeste in flinke aantallen:
  •  Eenden, 9 soorten: Wintertaling  (Geel driehoekje aan de achterkant); Pijlstaart; Wilde eend;    Slobeend; Tafeleend; Smient  (fluit);  Krakeend; Bergeend en Kuifeend
  • Zwanen:  Wilde zwaan; Kleine zwaan; Knobbelzwaan  (met rood en knobbel)
    Er was een zwaan met drie jongen (grijs aan de hals en het dek) die dit jaar nog bij de ouders blijven
  • Ganzen : Grauwe Gans  (met donker geluid); Toendra rietgans  om ze te herkennen kijk vooral naar de snavel.
  • Zeearend gepest door 2 buizerds
  • Holenduiven in bomen aan de rand.




Wat hebben we geleerd
Tellen:  Guido: begin met 10 a 15 en dan de rest  op die maat afpassen.
Herkennen in  grote groep:  1 eruit halen;  Kijken naar snavel (die volgens Frits aan de voorkant zit), vlakjes, kleuren, geluiden.

Kijken naar gedrag
Ganzen vliegen en gaan zo nu en dan drinken. Dat kan je zien als ze zich binnen vlieggroepjes losjes gedragen ( buiten de lijn vliegen, duikelen etc.):  Ze zijn nog niet op trek, want dan gaat het militair strak.
2 zwanen lieten een eend van rechts voorgaan: (Joop: als je dit 10 keer ziet heb je een regel)
Eenden eten ’s nachts en ganzen overdag (dus vliegen en zo nu en dan drinken).

Om dit goed te kunnen zien hadden we veel plezier van de verschillende vogelkijkers op statieven die waren meegenomen. Een losse verrekijker die ik bij me had is voor dit werk (rustig langere tijd  het gedrag observeren) minder geschikt.

Het was een schitterende morgen;  we waren op tijd weer terug met hier en daar koude tenen van het langdurig staan..

Roel Pepping

donderdag 14 december 2017

Ecologie en mens

Guido heet ons welkom. Heeft een mededeling over het opleidingsteam.
Het natuurmoment gaat niet door deze keer. Vorige keer hebben we het gehad over de natuur zonder de mens, nu over de natuur én de mens.

Inleiding


Wat is de mens? Je kunt hier verschillend naar kijken: De mens is deel van de natuur, maar tevens vernietiger en ook rentmeester. Ieder heeft hier zijn eigen visie op.

Mens tot 6000 voor heden: natuur, landbouw en veeteelt 

De natuur ondergaat grote veranderingen onder invloed van de mens. Grote dieren die verdwijnen, bomen die juist oprukken door branden door de mens geïnitieerd. Het ecosysteem verandert daar waar de mens komt. In Europa hebben we minder soorten dan in Amerika doordat de gebergten hier van oost naar west liggen en in Amerika van noord naar zuid. Soorten kunnen zich daar makkelijker verspreiden naar het noorden. Mens ging langzaam over op de landbouw, grond raakte uitgeput, bos werd begraasd en gekapt. De natuur past zich aan, vooral bij langdurig hetzelfde beheer door de mens. Sommige soorten gaan vooruit, andere achteruit. Grasland was erg soortenrijk. Bomen werden soms gebruikt voor vee wanneer het grasland te schraal was. Dan werden ze geknot. Sinds 1800 wordt kunstmest gebruikt. Ook ontwatering en gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet. Veel planten kunnen daar niet tegen en verdwijnen uit het landschap.

Huiswerk

Gebruik map blok 4. Zelf lezen, een gedeelte is al eerder behandeld. Volgende keer behandelen we kringlopen. Bestudeer deze zelf en kom met vragen. Mondiale voetafdruk is huiswerk voor de volgende keer. Bereken je voetafdruk op www.voetafdruk.eu 

Denk aan het inleveren van de stageverslagen en het verslag van het natuurgebied (liefst voor 31 december 2017, maar uiterlijk 15 januari 2018) en een opzet van je educatieve eindproduct (opzet inleveren voor 31 januari 2018, concept resultaat inleveren voor 1 mei 2018, presentaties op 26 mei, 2, 9 en 16 juni). Vanaf 5 april 2018 zijn er geen cursusavonden meer, maar kun je zelf aan je educatieve eindwerkstuk werken. Geen aan voor welke doelgroep, wat je gaat maken en met wie je het educatieve werkstuk gaat maken. Je natuurgebiedverslag mag maximaal 15 pagina's bevatten. Guido stimuleert om samen te werken bij het educatieve eindwerkstuk. Er is eventueel geld beschikbaar als je een mooi product wilt maken waar je een investering bij moet doen voor je educatieve eindwerkstuk. Vraag om hulp als je vastloopt of als je feedback wilt.

Na de pauze


Vijf minutenpraatje door Angelique over de relatie tussen de mens en de natuur. Geïnspireerd door 'Deep Ecology' van Arne Naess., 'Moeder natuur naakt' geschreven door Jan Desmet.
Vervolgens gingen we in groepen uiteen met actuele onderwerpen om over door te spreken: afname aantal insecten, sparrenbos, wolf in NL, etc.

Verslag Jacobien Dijkstra

donderdag 30 november 2017

Ecologie

Woensdag 29 november 2017

We beginnen de avond met het Natuurmoment van Hennie Kroes

Zij vroeg zich onlangs tijdens het wateren van de planten af, of praten tegen planten invloed op hen heeft. Dit wordt in de volksmond nogal eens beweerd en ze was hier nieuwsgierig naar. Met humor vertelt ze dat haar eigen proef met 2 vergelijkbare tongvarens heeft uitgewezen dat degene waartegen ze praatte, groter is/langere bladeren heeft. Om dat te bewijzen heeft ze de 2 proef”konijnen” meegenomen.

Daarnaast is dit fenomeen ook wetenschappelijk onderzocht. De conclusie is  dat geluid erinderdaad voor zorgt dat planten beter groeien!
  • Het maakt niet uit wat je zegt…
  • Er is verschil tussen mannenstemmen en vrouwenstemmen. Een vrouwenstem zorgt voor een hogere opbrengst en meer groei 
  • Ook muziek is van invloed. Blijkbaar hebben planten een duidelijke voorkeur voor klassieke (rustigere) muziek dan voor rock en rap.

Ecologie

Hierna start Guido met zijn presentatie over Ecologie: de wetenschap die relaties tussen levende wezens en hun omgeving bestudeert.

Historie:
Het is een wetenschap die nog erg jong is. De eerste ecoloog Alexander Humbolt (1769 - 1859) wist, op dat moment, eigenlijk alles wat er te weten viel over de wereld qua ecologie (laatste homo universalis). Hij heeft zeer veel gereisd om alle kennis te vergaren en e.e.a. in praktijk te testen. Tevens heeft hij op papier gezet hoe de wereld in elkaar zit, o.a. de klimaatzones:

Tropisch klimaat
Het hele jaar door warm. Het hele jaar door valt er regen, of er is jaarlijks een korte droge tijd of de winters zijn droog.
Woestijnklimaat:
’s Zomers is het heet; in sommige gebieden met woestijnklimaat is het ’s winters koud; weinig regen.
Middellands-Zeeklimaat:
Warme en droge zomers, zachte en natte winters
Zeeklimaat:
Koele zomers, zachte winters. Het hele jaar door valt er regen of de winters zijn droog.
Landklimaat:
Hete zomers, koude winters. Het hele jaar door valt er regen.
Pool- of bergklimaat:
Lange koude winters, koele zomers. Het hele jaar door valt er neerslag, vaak als sneeuw.

Van groot naar klein:

  • Wij zijn totaal afhankelijk van de zon. Zonder haar geen leven op aarde.
  • Plaattectoniek bepaalt het klimaat en hoe de bodem zich ontwikkelt.
Grondwetten:
  • In de abiotische natuur wordt altijd gestreefd om alles wat gevormd is weer af te breken. Dit kan lang duren maar het streven is gelijkmaken.
  • Bij levende organismen zie je dat het omgekeerde het streven is, als dit binnen de randvoorwaarden mogelijk is. Het streven is naar steeds ingewikkelder en blijvende gemeenschappen.
Na de pauze houdt Frits Witmer zijn 5-minuten praatje over de kraanvogel:
Frits raakte geïnteresseerd in de kraanvogel toen hij in Dwingeloo kwam wonen. Op de akker naast zijn huis hoorde hij een typisch geluid. Dit 'getrompetter' bleek van de kraanvogel te komen. Deze vogel heeft de volgende kenmerken:
  • Prachtig rood kruintje
  • Grijs/Zwart
  • Prachtige lange verenstaart

Ze hebben veel rust en ruimte nodig en om te broeden bouwen ze een nest midden in een plas/moerasgebied. Ze leggen over het algemeen 1 a 2 eieren. De broedtijd is 30 dagen. De jongen zijn rood bruin en gaan direct mee voedsel zoeken (zgn nestvlieders). Eerst dichtbij en vervolgens in steeds grotere cirkels rond het nest. Kraanvogels kunnen makkelijk worden verstoord, bij nadering vanaf 150 meter tot het nest verlaten ze deze al. Indien dit een aantal keren gebeurd, zullen ze er niet terugkeren! Normaal gesproken overwintert deze vogel in Spanje en Noord-Afrika (trekvogel). Tegenwoordig zijn de omstandigheden in Nederland in o.a. Drenthe dermate gunstig voor hen dat ze ook hier overwinteren (standvogel).


Als afsluiting gaan we in groepjes van 5 uiteen om in 20 minuten te bediscussiëren wat de invloed is van de wolf op een door de groep gekozen dier in het Yellowstone National Park.


Deze conclusie wordt na 20 minuten door één van de groepsleden verwoord. Vervolgens vat Guido in het kort samen wat daadwerkelijk de invloed is geweest op de coyote, fluithaas, gaffelbok en beer.



Eindconclusie is dat de komst van de wolf in Yellowstone alleen maar voordelen heeft gehad en geen nadelen. Er is een compleet, natuurlijk en evenwichtig ecosysteem ontstaan.
Verslag Desiree Frederiks

donderdag 16 november 2017

Jeugd en natuur


De avond op 15 november begint met een tweetal mededelingen waarna Bart de presentatie verzorgt. De vraag 'Waarom is natuur zo belangrijk voor jongeren? staat centraal. Antwoorden als ontwikkeling, het voorkomen van depressiviteit, leren verwonderen, horizon verbreden, schoonheid van de natuur zien, contact maken, fysieke voordelen maar ook het contact met jezelf kunnen maken, zijn allemaal positieve bijkomstigheden van het in de natuur zijn voor kinderen en jongeren.
'Wat willen kinderen' : vooral niets moeten maar ontdekken, bewegen, spelen...zintuigen gebruiken, springen, klimmen, uitdaging... Mooi is te zien in het natuurwerk voor kinderen en jongeren hoe ze zich ontwikkelen. Er is duidelijk verschil met kinderen die nooit in de natuur komen. Het aanwezig zijn in de natuur en in contact zijn met jezelf zijn waarden die belangrijk zijn.Je wilt graag dat kinderen iets mee krijgen. De ontwikkeling van de natuur door het zelf mee te maken; kinderen het zelf laten ervaren is waar het omgaat. Ervaren is het sleutelwerk in jeugdnatuurwerk!
Ter sprake komt ook de toegankelijkheid van het gebied, 'waar wel/ waar niet ', hoever mogen ze op zichzelf de natuur in en hoever worden ze begrensd door externe regelgeving. Er is wel verandering in de zienswijze van natuurorganisaties wat de toegankelijkheid betreft; de beleving staat meer centraal zo lijkt het. Daarnaast hangt het ook erg af van wie je treft bij zo'n organisatie. Je kan niet '1 op 1' je eigen ervaringen projecteren op de kinderen nu; de belevingswereld is veranderd maar ook de wereld waarin we leven is drastisch veranderd.
Wat jij als natuurgids aanbiedt moet aansluiten bij diegene die het ontvangt.Het gaat bij kinderen dan niet zozeer om kennis overbrengen, voorkauwen, maar juist het samen ontdekken; ze zelf de ervaring op laten doen.

Afwisseling in een natuuractiviteit is belangrijk: 'Hoofd Hart Hand' is de gouden stelregel die Bart hanteert; De aandachtspanne is kort, beetje balanceren met de aanwezige kinderen en geen moeilijke woorden gebruiken. ls kinderen afhaken, dan door naar het volgende onderdeel is de stelregel.
Tips van Bart:
  • Loop altijd voor met kinderen.
  • Natuurkennis van gebied is wel belangrijk zodat je kan anticiperen; loop eerst eens alleen door het gebied zodat je wat ideeen en ingevingen kan krijgen, interessante invalshoeken tegenkomt die je mogelijk in een natuuractiviteit kan omzetten.
  • Afwisseling van activiteiten en rust/ eten-drinken, waterbeestjes vinden kinderen altijd leuk;
  • Hapklare brokjes uitleg geven en vooral niet te lang.
Er zijn veel regels in welzijnswerk; er mag niets meer fout gaan, vult Guido aan. Terwijl het juist zo leuk is als er wel iets fout gaat. Er mag weinig meer aan het toeval overgelaten worden tegenwoordig terwijl de dynamiek het juist zo leuk maakt...ook binnen het pedagogische werk is dat zo: Bart geeft een voorbeeld van een kind dat in een boom wilde klimmen..wat de onderliggende vraag oproept: Is het goed voor kinderen om te vallen?' wat natuurlijk leidt tot enige discussie in de zaal..
Voorbeelden van activiteiten met kinderen kunnen zijn ' geschiedenis naspelen' ; werken met wat er is; sporen zoeken en maken met bijv. gips
Een ander voorbeeld is laat kinderen 10 verschillende dingen uit de natuur zoeken cq 10 dode dingen. Bijkomstigheid is dat je de aanwezige ouders ook interesseert.. Dat is dus dubbel winst natuurlijk. Kortom het is de kunst een uitdagende excursie op te zetten en datgene over te brengen waar je zelf ook enthousiast van wordt.
Denk in mogelijkheden; daar gaan we zelf ook mee oefenen 2 december. Samenwerken met welzijnswerk, scouting...kan helpen om elkaar te versterken en het succes van je excursie te vergroten. Bart vertelt dat hij zelf een jeugdnatuurclub heeft georganiseerd wat tegen verwachting van anderen in heel veel aanmeldingen gaf, wat aantoont dat natuur bij jeugd echt wel leeft. De kinderen van de upper class worden wel uit zichzelf lid. De kinderen, uit de zogenaamde achterstandwijken zie je niet snel. Dat blijft een punt van aandacht...echter bestaat er wel zo'n strikte tweedeling? vraag ik me af...
Het is belangrijk om verenigingen of scholen te benaderen, zodat ook die kinderen (uit de achterstandswijken) met natuur in aanraking  komen. Observeer ook eens hoe kinderen in de natuur zich gedragen.De groep neemt jouw energie over is belangrijk om je bewust van je te zijn, zodat je je kan afstemmen, en kan 'levellen'. Ander voorbeeld is rotzooi opruimen uit de natuur en daar iets van maken, is ook goed voor samenwerking en de contacten onderling. Houd het eenvoudig, inspelen op wat er is en laat een kind zelf met vragen komen in plaats van doceren!
Workshops als vuur maken voor kinderen zijn ook super en/of zelf een potje laten koken. Voorbeeld van een droge sloot of juist over een grote sloot over laten steken. Het is wel belangrijk dat je in de gaten houdt wat er gebeurt, en veiligheid creeert met gereedschap.
Rekening houden met wat ze gewend zijn.

Presentatie van Bart over jeugdnatuurwerk sluit af met een vragenronde. Er zijn geen vragen.
Er is pauze.

Het natuurmoment van Adri.

natuur en muziek een welklinkende combinatie

 wat betekent een dierengeluid in de muziek?

Adri vertelt over zijn zangoefeningen in de natuur en merkte hierbij op dat dieren hierop reageerden hij vertelt over zijn werk als theoloog, waaronder zijn vakantie-kerkdiensten in de openlucht. het triggerde hem als in de stilte tussen de liederen vogels te horen waren.
Hij geeft een kader van de perioden in de klassieke muziek en vertelt ons dat vooral de Romantiek belangrijk was voor de natuurbeleving.
Overeenkomst tussen natuur en muziek is dat je ze beiden moet beleven. Voor veel componisten is de natuur een belangrijke bron van inspiratie Ook laat hij ons een aantal geluidsfragementen horen van muziekstukken die geinspireerd zijn door o.a de geelgors en de nachtegaal.
Een heel inspirerende presentatie!

Daarna gaan we in groepjes uiteen die elk een leeftijdscategorie uitwerken; resp.2-4 jaar, 4-6 jaar, 8 -10 jaar, 10-12 en 12+ Wat heb je nodig als je met deze groepen werkt? Op 2 december gaan deze groepjes ook een activiteit organiseren met deze leeftijdsgroepen in hun achterhoofd. Bart geeft aan dat het organisatorisch te lastig zou worden om echt met kinderen te gaan werken dus gaan we 'droog' oefenen in het Spaarbankbos. Wat zijn kenmerken die de betreffende groep onderscheidt van de andere groepen is de vraag om in de eigen groep uit te werken en te presenteren aan de hele groep nadien.
  • De groep olv Mandy begint (2-4 jaar). Liedjes zingen is een belangrijke motiveerder! De groep bij elkaar houden is ook belangrijk en zowel verzorgend als empatisch aanwezig zijn, zijn belangrijke kwaliteiten die je als begeleider moet hebben bij deze groep.
  • Daarna de groep van 4-6 jaar olv Marie-Jose. Dingen als fantasie, gekke ideeen (het pippi langkous effect'), luisteren maar ook ruimte geven aan het kind, zijn belangrijk. Het kind laat je de activiteit doen. Wees wat minder verzorgend dan bij de jongste groep en sluit aan bij de beleving van het kind.. Een kader aangeven zoals bijv. de vraag 'Wat weet je al over bijen|?' kan sturend zijn. De kinderen laat je verder aan het woord. Je hoeft niet alles van te voren in te vullen..
  • De groep van 6-8 jaar olv Joke heeft als belangrijkste kenmerken dat deze kinderen niet meer volledig op zichzelf zijn aangewezen, de motoriek al aardig ontwikkeld is, ze zelf willen ontdekken door te doen vooral, ook kunnen ze al een beetje samenwerken. Ze hebben een zeer korte aandachtspanne.
  • De groep van 8 tot 10 jaar olv Geert: goed luisteren, afstemmen, met humor, sportief . Deze groep heeft ook mogelijk meer interesse voor hun mobiel etc.. groen denken, creatief, empatisch vermogen. Moderne communicatie kun je ook inzetten zoals bijv. geo-cache..dan krijg je ze wel mee.
  • De groep van 10 tot 12 jaar olv Menno: ze kunnen zelf al heel veel, terwijl ze nog niet zo opstandig zijn als pubers, ze zijn competitief, ontdekkend, ze zijn zich veel bewuster van groepsprocessen, groepsdynamiek wordt wel belangrijk! Ze worden veel meer een individu. Zintuigen inzetten, ruiken en voelen. Ze zijn de oudste op school en voelen zich al heel groot en wijs. Inspireren, aandacht voor groepsdynamiek wat juist op deze leeftijd onstaat, ruimte en vertrouwen geven. Samen spelen en rollen verdelen. Veel minder 'oppasser' spelen. Laat ze experimenteren en uitvinden. Map vult aan dat vervelende kinderen juist een speciale rol in de groep krijgen zodat ze zich minder vervelend gaan gedragen.
    Freek Vonk als symbolisch persoon, een bioloog die veel met kinderen werkt, werd als voorbeeld aangedragen.
  • Als laatste de groep van 12+ olv Jacobien. Kenmerken bij deze groep zijn het competitieve; ze zoeken spanning, willen meedenken, ze hebben al wat voorkennis, met elkaar meelopen en erkenning krijgen zijn belangrijk in deze groep. Soms moet je ze een handje helpen om weer echt kind te zijn..zelfreflectie is voldoende aanwezig dus speel daar ook op in. Belangrijk voor de begeleider is vriendelijk en benaderbaar zijn, maar wel consequent en zelfverzekerd. Een beetje gedoseerd te werk gaan qua energie; zowel geloofwaardig blijven en betrokken, maar ook persoonlijk. Zelf meedoen met een activiteit werkt heel goed; zelf doe- en belevingsactiviteiten organiseren. Ze laten meedenken over de activiteiten.


Bart vult aan dat deze laatste groep de lastigste is. Verbondenheid met de groep krijgen is bij deze leeftijdsgroep juist heel belangrijk. Bij de oudere groepen is het sowieso belangrijk om ze zelf verantwoordelijkheid te geven.
De Superbegeleider bestaat niet. Zelfreflectie is van belang, geeft Bart aan. 'Blijf bij jezelf en durf ook fouten te maken..'Immers, je kan je eigen grenzen pas te weten komen als je soms zelf ook een grens overgaat! Er is bovendien ook nog eens verschil tussen groepen en binnen die groepen weer tussen mensen onderling, ook daar dien je natuurlijk rekening mee te houden! We sluiten af met een mededeling met betrekking tot de excursie a.s zaterdag.

Verslag: Angelique Quak

donderdag 2 november 2017

Tussenstand

Deze woensdagavond 1 novemberstond in het teken van de tussenstand. Nu we 3 blokken hebben behandeld werd de balans opgemaakt: wat heeft het opleidingsteam bereikt en wat hebben de cursisten bereikt. De avond was daarvoor in twee delen geknipt. Eerst nam Guido met ons de leerdoelen van de blokken over planten en dieren door, plus de leerdoelen die de didactische vaardigheden betreffen. Vervolgens werden de cursisten apart genomen om met hen te spreken over wat zij hadden bereikt. Natuurlijk hadden we ook nog een natuurmoment en een 5 minuten praatje, en zo was de avond al weer helemaal gevuld.

We begonnen de avond met het natuurmoment van Nelleke. Die dirigeerde ons meteen naar een paar tafels waar ze eikels had neergelegd met de opdracht om die eens fijn door te snijden. Gelukkig hadden we van te voren een mail gekregen met de opdracht een zakmes mee te nemen. De eikels bleken deels leeggegeten en in veel gevallen bewoond door een wit larfje met een rode kop. Bij beter kijken naar de eikels zelf bleken ze allemaal een of meer gaatjes in de schil te hebben. Nadat wij ons hier een tijdje over gebogen hadden nam Nelleke ons weer mee terug naar onze plaatsen waar zij ons vertelde dat de kleine witte wurmpjes larven waren van een snuitkever; de Eikelboorder. Die legt zijn eitjes in juni in de eikels. De larven eten zich in de zomer lekker rond om in de herfst weer naar buiten te kruipen. Daarna verstoppen zij zich in de grond om te overwinteren. Daar verpoppen zij ook om het volgende jaar weer eitjes te leggen in de eikels van dat jaar.





 Leuk natuurmoment waar Nelleke als positieve punt meekreeg dat het fijn was dat we eerst iets te doen kregen voor we de informatie kregen. Zo blijft die informatie langer hangen. Ook waren haar presentatievaardigheden prima in orde. Ondanks een door verkoudheid wat gebarsten stemgeluid was ze prima te verstaan. Ze had ons zonder veel moeite snel bezig met eikels snijden en ook weer snel terug op onze plaats.

Nu was Guido aan de beurt om ons mee te nemen langs alles wat wij tot nu toe behandeld hebben. Dat deed hij aan de hand van de leerdoelen die in onze lesmap staan. Ik kan hier wel alle leerdoelen gaan reproduceren, maar dan ben ik zo weer een A4 verder met typen. Makkelijker is het om de map even open te slaan.

Nadat Guido die hele lijst had doorgewerkt mochten we ook nog schieten op de opleiding. Dat wil zeggen: aangeven of we ook nog wat gemist hadden in het cursus materiaal. Sommige mensen hadden wensen om wat meer op sommige onderwerpen of diergroepen in te gaan. Het opleidingsteam snapte dat wel, maar zeiden dat de tijd te beperkt was om alles in te kunnen behandelen. Het lesmateriaal is meer bedoeld om een soort basis aan te leggen en ons te laten snuffelen aan de veelheid aan informatie en de complexiteit die de natuur ons biedt. Vervolgens is het aan de cursisten om vanuit deze basis zelf verdieping te zoeken. Er is natuurlijk een heleboel extra informatie te vinden; het internet staat er helemaal bol van.

In het tweede deel van de avond werden de cursisten om de beurt bij twee leden van het cursusteam geroepen om kort de persoonlijke voortgang te bespreken. Hoe is het met je adoptie terrein? Heb je al een stage gedaan? Heb je al een idee voor je eindopdracht? Even in 5 minuten de vinger aan de pols.
Aangezien er 6 leden van het cursusteam waren konden er dus maar 3 cursisten tegelijk “ondervraagd” worden. De rest werd beziggehouden met een opdracht om in groepjes van drie een onderwerp te bespreken. Daarvoor waren een paar papiertjes klaargelegd met een onderwerp, 6 in totaal, en een paar vragen als handvat voor het gesprek.

Tegen tienen waren we allemaal aan de beurt geweest voor een gesprek en werd de avond afgesloten met een 5 minuten praatje van Nicole. Zij had het over de wolf. Mooi actueel nu deze steeds vaker in Nederland wordt waargenomen. Vijf minuten zijn natuurlijk veel te kort  om veel te kunnen vertellen. Toch wist Nicole ons in die korte tijd aardig wat mee te geven over het herkennen van een wolf. Niet alleen het dier zelf, maar ook de sporen en uitwerpselen. De roedelopbouw, het leefgebied en het voedsel van de wolf werden ook besproken. En de invloed die de wolf op het landschap heeft.
Top voor Nicole: sluit mooi aan bij de actualiteit, mooie powerpoint presentatie.

Tip voor iedereen: De website van ARK om zulk mooi materiaal te vinden die Nicole in haar presentatie heeft gebruikt.

 Dat sloot de avond af en nadat de stoelen waren opgeruimd en alles weer op z'n plaats stond, mochten we weer naar huis.

Verslag Menno Verhoef

dinsdag 17 oktober 2017

Mini-excursies 14 oktober 2017

Emmen, zuidwestzijde Grote rietplas, door Boukje.

Het thema van Baukjes excursie is herfst.
We worden verwelkomd en krijgen een boekje uitgereikt met dieren en planten die in dit gebied voorkomen.
Het ziet er allemaal wat doods uit nu bijna alles is uitgebloeid, maar als je goed kijkt zie je bij verschillende bomen al weer nieuwe knoppen ontstaan. We pulken een knopje open en zien en voelen een wit pluizig katje.
Toch nog een paar mooi bloeiende bomen, de kardinaalsmuts en de gelderse roos.
We komen langs verschillende waters. De kleur van het water is verschillend.



De grote Rietplas is een uitgebaggerde plas, het water is er wat troebel, dit komt doordat ze zo diep gegraven hebben, dat ze ook de leemlaag hebben aangetast. De kleine leemdeeltjes dwarrelen door het water. De opgeloste leem is zo klein dat het niet neerslaat, waardoor er een grijzige zweem over het water ligt.
Bij het adoptieterrein aangekomen, vertelt Boukje enthousiast over haar terrein en waarom ze hiervoor gekozen heeft.
Het zijn twee stukken aaneengesloten land tussen de Rietplas en een ander gegraven water. Het ene stukje land wordt begraasd door koeien en schapen het andere stukje wordt ongemoeid gelaten. Wat is het effect van de begrazing? Met name op het begraasde deel wordt al het riet opgegeten door de koeien.
Het gebied kan Boukje zelf vanaf haar huis meet een bootje bereiken.
Bijzondere waarnemingen: visdiefje, ijsvogel, orchidee, slijmalg en waterzakmosdiertje.




Hardenberg, Oude Rheezerweg 3, door Jacobien.

We staan in de achtertuin waar Jacobien als meisje opgegroeid is. Het is een stuk trilveen.
Jacobien verteld over de historie van dit gebied. Lang geleden is hier veen afgegraven. Je kunt in het landschap nog de weren en ribben zien liggen. Door de afgraving ontstond er een meer waar vervolgens weer veen aan het vormen is.
Heel mooi zie je door de kleur van de vegetatie, de nattere en drogere stukken.
We mogen het gebied in om te ervaren wat trilveen is. We worden gewaarschuwd want niet overal is het trilveen even hoog, het gevaar is dat je er dan doorheen zakt.
Wat een beleving om zo te veren in de weren.


Als we erop veren borrelt de lucht uit de grond en ruiken we een vleugje zoetigheid. Het lucht uit de grond opborrelt is methaangas, dat vrijkomt bij het rotten van de plantenresten.
Er staan ook veel russen, we kennen allemaal wel pitrus, en daar lijkt het ook op, maar bij het voelen blijkt deze hol te zijn met tussenschotjes, het is veldrus. Ook zien we holpijp, waternavel en drietand. In de zomer zijn hier ook orchideeën te bewonderen.
Er zijn allerlei plannen om het gebied te veranderen.
Jacobien houdt dit goed in de gaten.



Rheeze, Rheezerweg 81a, door Tinus.

Het adoptieterrein van Tinus  bevat een zandweg, met schouwsloot een boszoom een oud hakhoutbosje en een mooi ingesloten water de Kalmoeskolk geheten.
Tinus deelt ons een formulier uit waar allemaal punten op staan die we in het gebied tegenkomen die door de mens zijn aangebracht.
Van ons wil hij weten wat wij de voor en nadelen vinden van deze punten.


Ieder schrijft het voor zich op. Op de terugreis zullen we de punten bespreken en bediscussiëren.
Aan het eind van alle punten staat een picknicktafel.
We gaan meteen zitten en genieten hier van het mooie uitzicht over het Vechtdal. Geholpen door het zonnetje weten we Tienes te overtuigen dat we de punten hier terplekke gaan bespreken.
Op de terug weg schieten we nog even een zijpad in om een blik te werpen op de Kalmoeskolk, die vroeger gebruikt is als drinkplaats voor het vee.

Wederom 3 totaal verschillende excursies. Veel gezien, veel geleerd.

Ter afsluiting  van de mini-excursies gaan we naar de Beerzer Bulten om te genieten van een lekkere pannenkoek. Leuk om te horen hoe iedereen de excursies ervaren heeft.
Weetje: Jacobien en Tinus geven hier al excursies voor de camping en hotelgasten.

Verslag Henny Hauschild

zondag 8 oktober 2017

Miniexcursies Helveen (Lhee), Kokse bargies (Vledder) en Wapserveense petgaten

Verslag excursies 7 oktober 2017.

Het Helveen in Lhee

We starten onze excursie-dag in het prachtige en zo historierijke dorpje of buurtschap Lhee waar we door Hennie gastvrij werden ontvangen in haar in aanbouw zijnde nieuwe huis. Lhee is een heel oud dorpje dat is ontstaan tussen 400 en 600 na Chr. En gekenmerkt wordt door de prachtige rietgedekte boerderijen. Vanaf de woning van Hennie rijden we naar haar adoptieterrein. Opvallend is het hoogteverschil in Lhee.  Het adoptieterrein van Hennie is het Helveen dat het laagste punt is in Lhee en een laagveenmoerasgebied is. Het Helveen heeft een duistere naam. Vroeger al was het een gebiedje waar je niet mocht komen en dus ook niet kwam, want je komt er niet meer uit zo was de gedachte. Je wordt vastgezogen in het moeras. Het is een gebied waar “de bullebak” woont en die wil je natuurlijk niet tegenkomen. Hennie vertelde dat ze aan een aantal ouderen gevraagd heeft of die weleens in het Helveen zijn geweest, maar niemand lijkt er ooit in te zijn geweest. Wel zijn er de verhalen waaruit blijkt dat het een spannend gebied is waarmee ook wel gedreigd werd als kinderen zich niet zo netjes gedroegen. Een bijzonder gebied dus dat Helveen dat eigendom is van drie particulieren en ook Staatsbosbeheer heeft eigendomsrechten op een deeltje van het gebied. Volgens Hennie is de naam Helveen een verbastering van L-veen. L heeft dan te maken met de maat van een turf.
 
Hennie legt ons aan de hand van oude kaarten de ligging en geschiedenis van het gebiedje uit.

Het is een bosje met moeras waarvan de bomen gebruikt werden als hakhout. Er staan voornamelijk elzen die het immers heel goed doen in een nat gebied maar ook zijn er welk berken. De ontwatering van het gebiedje gebeurd door een sloot die rond het gebied loopt.

Hennie legt ons uit waarom het gebied zo nat is. Dat heeft alles te maken met de keileem laag die er is en die niet waterdoorlatend is. Het water blijft hier dus op staan. Daarnaast is er kwel dat zorgt voor de vernatting. Oorspronkelijk waren het kleine perceeltjes en werd hier in dit laagveengebied turf gestoken.  Na de uitleg ging Hennie even naar haar auto en haalde daar een flink stuk touw uit.

Voorzichtig en in ganzenpas liepen we vervolgens achter onze gids aan het voor haar zo bekende gebied in. Ze heeft ons gewaarschuwd dicht bij elkaar te blijven en te zorgen dat je steeds een boom kunt vastpakken. Die waarschuwing is niet ten onrechte gegeven merk ik als ik vast zit en het mij dan wel heel veel moeite kost om weer los te komen en verder te lopen.

Onze gids neemt ons wat verder mee haar adoptieterrein in en we ervaren het moerasachtige van dit terrein letterlijk aan den lijve. Het is goed dat Hennie ons op een wat hoger deel nog wat meer informatie geeft over de bomen en planten van het gebied.


In het adoptieterrein van Hennie krijgen we ook een mini-les paddenstoelen van Joop. Zo leren we onder andere de Bietengordijnzwam kennen (die ruikt echt naar rode bieten), maar worden ook andere paddenstoelen gevonden en besproken en daarmee sloten we weer aan op de lessen die we eerder in de week gekregen hadden.


Bij paddenstoelen is kijken belangrijk, maar ook ruiken en soms proeven.

     




 
Langzaam en heel voorzichtig gingen we weer terug.
In de evaluatie bleek dat we het een heel leerzame en leuke en ook een beetje spannende excursie gevonden hadden en werd Hennie gecomplimenteerd met haar kennis en de wijze waarop ze ons bij haar adoptieterrein betrok. We waren ook blij met haar als gids die haar adoptieterrein goed kent

We begrepen nu ook dat ze het touw meegenomen had als voorzorgsmaatregel voor het geval een van de deelnemers aan deze excursie zo vast was komen te zitten dat het onmogelijk was er op eigen kracht uit te komen.
Geruststellend was het feit dat, nadat het terrein door ons was verlaten, de hele groep weer compleet was. De bullebak had gelukkig hier in het Helveen geen slachtoffers gemaakt.
In colonne reden we daarna naar het adoptieterrein van Menno in Vledder.


Bos aan de Vledderlanden (in de volksmond Kokse Bosje genoemd) Vledder

Op de parkeerplaats in Vledder ontmoetten we ook Menno’s vrouw, zijn moeder en dochter die met ons deze excursie onder leiding van Menno gaan meedoen. Leuk dat ook zij met onze groep meegingen om door hem geïnformeerd te worden over zijn adoptieterrein en kennismaakten met de gidsvaardigheden. Leuk was ook om te merken dat ze van de tocht genoten en dingen zagen en hoorden die ook nieuw voor hen waren.


Van de parkeerplaats liepen we naar het bosgebied waar Menno ons officieel welkom heette bij de excursie. 
Hij vertelde ons iets over de geschiedenis van het gebied terwijl we op de rand van de gletsjerkom stonden die hier in de ijstijd (Saalien 370.000 – 130.000 jaar geleden) is gevormd. Het gebied in de kom waar we tijdens onze excursie naar het adoptieterrein van Menno waren, was eerst een heidegebied dat na 1900 ontgonnen is en in gebruik genomen voor de akkerbouw. Later is het een vergeten gebied geworden dat is dicht gegroeid en weer een bos-heidegebied  is geworden.


Menno geeft uitleg en vertelt over de natuurwaarden in het gebied.

Het Kokse bosje was ooit dè bestemming voor de schoolreisjes. Kinderen konden er heerlijk spelen en ravotten en het was een redelijk overzichtelijk geheel. Het was (en is) ook wel het gebruiksbos van het dorp Vledder. Nu erdoor heen lopende valt op dat er erg veel bramen en ook brandnetels zijn maar ook valt de grote hoeveelheid Amerikaanse vogelkers op. Duidelijk is ook dat het bos door veel hondenbezitters van Vledder gezien wordt als de hondenuitlaat-plek. Het is een mooi en zeer afwisselend natuurgebied dat heuvelachtig is. Delen zijn geplagd om de natuur weer zijn gang te kunnen laten gaan. We zien dan ook kraaiheide en dopheide in het terrein. Tegelijkertijd zien we dat ondanks het plaggen het gras toch ook weer terugkomt.
De gemeente Westerveld is bezig met het opstellen van een beheersplan voor dit natuurgebied. Het beheer is ook in handen van de gemeente de uitvoering uitbesteedt aan Landschapsbeheer Drenthe.
 .
Menno geeft uitleg en beantwoordt de vragen van de groep.

Tijdens de wandeling worden veel vragen gesteld over het terrein en de ontwikkelingen in het gebied terwijl er ook nu weer aandacht is voor de veelheid en verscheidenheid aan paddenstoelen die in dit gebied te vinden is.

Terwijl de groep onder leiding van de gids langzaam verder loopt blijft Joop nog even geïnteresseerd staan bij wat paddenstoelen

Het mooie van het gebied is ook dat het gaat om een stukje natuur dat zichzelf heeft gemaakt en zichzelf steeds weer vernieuwd heeft na ingrijpen door de mens. In de afgelopen periode is er inmiddels wel veel gekapt en ook is er een poel aangelegd. In het terrein is ook goed te zien welke delen inmiddels goed worden beheerd en welke delen nog aangepakt moeten gaan worden.
Het deel van het terrein dat nog moet worden aangepakt is inmiddels vrijwel helemaal dichtgegroeid. Menno gaf aan dat het terrein misschien wel helemaal niet zo’n bijzonder terrein is vanwege de aanwezigheid van planten en dieren maar voor hem is het een geweldig plek om te komen en te genieten van de natuur zo dicht bij huis. De natuur als een plek waar mensen weer kunnen opademen.

Tijdens de evaluatie werd Menno bedankt voor de zeer informatieve en boeiende excursie en gecomplimenteerd met de manier waarop hij die uitvoerde. Aangegeven werd ook dat het dapper was om je familie uit te nodigen voor zo’n “proeve van bekwaamheid”.

Vervolgens reden we van het adoptieterrein van Menno in Vledder naar het naar het terrein dat Adri van der Weyde heeft geadopteerd.

Excursie Wapserveense Petgaten.

We starten de excursie op de plaats waar we de auto’s parkeerden met een korte uitleg over het gebied waarin het adoptieterrein ligt.

Adri vertelde dat het hele gebied een zogenoemd laagveenmoerasland is van ruim 54 ha. waarin de Wapserveense Petgaten liggen die hij als adoptieterrein en daarmee als speciaal aandachtsgebied heeft gekozen. Om daar te komen liepen we, vanaf onze parkeerplek, langs de Polder ten Cate, een oud landbouwgebied dat sinds een tiental jaren in bezit is van Staatsbosbeheer. Deze terreinbeheerder is eigenaar van het hele gebied en heeft heel veel zorg voor het gebied. Het is dan ook een belangrijk vogelrust en broedgebied is waar in april 2005 voor het eerst in Nederland een broedende wilde zwaan werd aangetroffen. Helaas bleef dit broedgeval zonder succes ook al werden er wel vier donsjongen gezien maar die waren na 21 dagen niet meer aanwezig. In 2006 werd er opnieuw een stel broedende zwanen gezien. Dit broedgeval was wel succesvol en er werden twee jongen vliegvlug.

Voor Adri is de wandeling naar het adoptieterrein over de zandweg een belangrijk onderdeel van de excursie vanwege de kennismaking met de schoonheid en wijdheid van het gebied, maar ook vanwege de mogelijkheid om heel veel vogels te zien en vaak ook te horen en op die manier te merken dat het teruggeven van dit landbouwgebied aan de natuur een enorm positief effect heeft op die natuur. Dat geldt de geweldige vogelrijkdom maar ook een enorme variëteit aan planten en andere dieren. Adri vroeg nog aandacht voor de Wapserveense Aa, een beek die vooral ook belangrijke functie heeft in de afwatering van dit gebied. Het is een gekanaliseerde beek waardoor water sneller kan worden afgevoerd. Aan de hand van kaarten van het gebied uit verschillende tijden werd de waterhuishouding van het gebied verduidelijkt en ook zichtbaar dat de eens meanderende beek later werd gekanaliseerd om water sneller te kunnen afvoeren. Hierbij hebben we stilgestaan bij de controverse tussen ecologie en economie of misschien moet je wat minder hard zeggen dat het gaat om de spannende relatie tussen cultuur en natuur.



De Wapserveense Aa links en polder Ten Cate rechts.

Na een stevige wandeling van een klein kwartier kwamen we aan bij een van de Wapserveense petgaten, het adoptieterrein van Adri. Hier werd uitleg gegeven over het ontstaan van petgaten en ook over de motivatie om juist voor een petgat als adoptieterrein te kiezen.


Duidelijk werd dat voor Adri in de naam `pet- gat` een deel van die motivatie zit. Want als iets `pet` is dan is het uitdagend genoeg om te onderzoeken wat er dan zo `pet` aan is. Een ander deel van de motivatie heeft te maken met het feit dat hij vanuit zijn woonkamer over de weilanden kijkend de petgaten als horizon heeft. Interessant is dan om te kijken wat er achter die bomenrij zit.

Ook werden op de iPad foto’s getoond van verschillende stadia van begroeiing.


Direct al bij de ingang van het petgat werden drollen gezien vlak naast een ca. 15 centimeter diep taps toelopend putje dat misschien wel gemaakt is door een das.

Niet eerder werden door Adri sporen van een das gevonden in dit adoptieterrein. 
Adri nam de drollen mee om ze verder te bestuderen en op te zoeken of ze van een das zijn.
Dat laatste blijkt het geval te zijn. Eerder werden wel al keutels gezien van vossen, van reeën, hazen en ook zijn er sporen van een otter gezien.

We liepen vervolgens naar het petgat onderweg getrakteerd op de doordringende geur van nog bloeiende watermunt.

Een petgat blijkt een langgerekte strook te zijn waar het veen is uitgebaggerd. Dat veen werd vervolgens op de naastgelegen smalle stroken, de zogenoemde legakkers, te drogen gelegd werd om na droging als turf te worden vervoerd.  In de loop van de tijd groeien deze petgaten weer dicht met allerlei waterplanten waardoor er weer opnieuw veen ontstaan kan.
De vervening, het uitbaggeren van het veen, gebeurde in dit laagveengebied ook al in de dertiende en veertiende eeuw door Friezen en avontuurlijke Drenten. Ook in de negentiende eeuw vond vervening plaats. Het uitbaggeren gebeurde met de hand en Adri liet bij het verhaal over vervening en verlanding ook een afbeelding zien van een baggerbeugel die werd gebruikt om het veen op de kant te krijgen. Aan die beugel zit een stok van acht meter en met de scherpe kant over de bodem werd het veen in het net geschept.


Door het uitgraven en het ontstaan van de petgaten ontstaat een botanisch interessant gebied met dieren voor wie juist deze leefomgeving zo belangrijk is.
Het adoptieterrein van Adri wordt ook gekenmerkt als een elzen-broekland. Dat werd een stukje verderop nog duidelijker zichtbaar vanwege de elzen die rond en in het (kwel-) water staan.
Het is een gebied waar bijvoorbeeld veel sijzen te horen en zien zijn, maar waar ook de blauwborst zich laat horen evenals bijvoorbeeld de snor. Terwijl we ter plaatse waren werd duidelijk dat er ook raven zijn. Adri vertelde dat hij bijna twee maanden niet in het gebied kon komen vanwege het feit dat er een sperwernest is waarin gebroed werd.
Tijdens de wandeling zagen we verschillende planten waaronder een bloeiende kale jonker.



Deze laatbloeiende kale jonker, een vederdistel die zo kenmerkend is voor vochtige tot zeer vochtige graslanden en het hier goed doet troffen we ook aan.


We sloten de excursie ook nu weer af met een korte evaluatie waarin een positieve waardering van de gids werd uitgesproken. Enkele leden van de groep verlieten vanwege het late tijdstip vervolgens de groep en enkele anderen bleven nog, buiten de officiële excursietijd, om wat langer te kunnen genieten van dit bijzondere gebied.



Verslag:
Adri van der Weyde





donderdag 5 oktober 2017

Planten en hun relaties

Cursusavond 4 oktober 2017

Het was aan Jan en Joop om deze avond grotendeels te vullen met presentaties over planten en hun relaties en gezwam over zwammen. Voordat Jan echter van start gaat deelt Guido mede dat de verslagen van de adoptieterreinen uiterlijk 31 jan 2018 bij Grietje binnen moeten zijn. Het verslag bedraagt maximaal 15 pagina’s.

Planten krijgen vaak een plaats onderin de voedselpiramide toegeschreven als het gaat om functie van planten in de natuur. De werkelijkheid is vaak vele malen complexer. Beter kan men uitgaan van een complex voedselweb waarin relaties kris kras door elkaar lopen.


Na deze intro stipt Jan in een razend tempo (dat menigeen doet duizelen) een groot scala aan relaties tussen planten en organismen aan. Er kan sprake zijn van symbiose; predatie; parasitisme; mutualisme en zaadverspreiders. Een plant kan in een dergelijke relatie leven met bijvoorbeeld insecten; aaltjes; duizendpoten; mijten; schimmels; bacteriën of virussen.

Aaltjes prikken bijvoorbeeld in de wortel van de plant en teren vervolgens op het sap dat ze uit de plant halen. Er is dan sprake van een planten parasitair aaltje. Er bestaan echter ook schimmel etende en insecten etende aaltjes. Wanneer dit soort informatie tot mij komt ben ik altijd onder de indruk van de grootsheid en veelkleurigheid van de natuur. Zo had ik moeite om ook tijdens deze presentatie mijn onderkaak niet tot op mijn borstbeen te laten zakken.

Plantweerbaarheid komt ook aan de orde. Hoe blijven planten in leven ondanks predatie en parasitisme? Planten kunnen verschillende afweersystemen hebben. Gifstoffen; ondoordringbaarheid of geurstoffen. Ook kunnen planten reageren door bijvoorbeeld stoffen af te geven of planteigen cellen af te sluiten. Zo kan een plant exudaten (suikers) afscheiden om zodoende het bodemleven te stimuleren. Iets wat de plant zelf weer ten goede kan komen.

Net als Jan heeft Joop er de gang goed in vanavond. Hij start te vertellen over kenmerken van schimmels (via sporen verspreid); slijmzwammen (op de grens van plant en dier, kennen een animale fase en een vegetatieve fase) en paddenstoelen (hebben plaatjes).


Een van de deelnemers merkt tussendoor op dat beweerd wordt dat alleen het aanraken van zwammen al vergiftigen kan. Joop doet dit af met de bewering dat dit ‘jan met de korte achternaam-koek’ is.

Een van de kernonderwerpen van de avond is het leven in de bodem en de relaties die planten hier aangaan met organismen. Zo gaan leven planten ook in relatie met zwammen. Zogenaamde mycorhiza ‘breien’ sokken om de wortels van bomen en heesters en helpt zodoende de boom te voeden met water en mineralen.

Paddenstoelen hadden voorheen niet mijn interesse. Na deze avond en zeker na het horen van het soortspecifieke bestaan van sommige paddenstoelen is deze zeer zeker gewekt. Bijzonder dat op bijvoorbeeld elk deel van een eikenboom een andere paddenstoel leeft (eikentak; eikenblad; eikenbladnerf; eikel; eikelhoedje…) Alleen in Drenthe al zijn er grofweg 2500 soorten bekend.

Aan Menno vervolgens de schone taak om zijn 5-minutenpraatje te houden. Menno vertelt ons over shinrin yoku. Een Japanse term die in het engels als ‘forest bathing’ vertaald wordt. Het gaat erom je volledig onder te dompelen in een bos en hierbij alle zintuigen open te zetten. Japans onderzoek heeft aangetoond dat het stress vermindert; zorgt voor meer energie en het humeur verbeterd. Zelfs na 1 maand zou het nog meetbaar zijn. Menno wordt geprezen om zijn enthousiasme en rustige manier van presenteren.

Michiel houdt aansluitend zijn 5-minutenpraatje. Schapen staan op het program. Michiel verteld vanuit zijn kennis en kunde over het hoeden van een schaapskudde. 11 maanden per jaar worden de schapen gehoed en beheren ze het landschap. De resterende maand is lammertijd. De tijd dat de schapen in de kooi blijven. Het hoofddoel van de schaapskudde is het begrazen van het gebied. Daarnaast levert het grove wol en een beetje vlees. Michiel krijgt als feedback dat hij erg goed gebruik gemaakt heeft van powerpoint. Ook viel zijn humor goed bij de toehoorders.

Afsluitend (en daarmee sluit ik ook dit verslag af) mochten we in 3-tallen nog even brainstormen over verschillende relaties tussen planten en dieren. Dit om na een avond boordevol informatie na te denken over de complexiteit van de natuur. Al met al weer een zeer boeiende cursusavond!

Harmen van der Wal

zondag 24 september 2017

Mini-excursies 23 september

Op een stralende zaterdag start de mini excursie van Ronny op Industrieweg 20 met een presentatie binnen. Voor Henny en mij, op de fiets lastig te vinden, waardoor we de aftrap gemist hebben. Door omstandigheden waren we allebei niet mobiel bereikbaar, maar werden dankzij Grietje op de juiste plek binnengeloodst. Na een heerlijk plakje zelfgebakken cake, gefeliciteerd Joke M.!, gingen we naar buiten, op weg naar de Ekelenberg, althans wat daarvan over is. Uit Ronnies verhaal blijkt, dat het, na het opheffen van de camping, een prachtig verwilderd terrein was. Echter, bulldozers hebben dit grondig veranderd. Via een grafheuvel bekeken we zijn terrein van een afstandje. Duidelijk werd door vegetatie zichtbaar, dat dit rechthoekig deel een zeer vochtig gebied is, ook al ligt het op een zekere hoogte. Voorheen werd hier groen afval gedumpt door de gemeente, de bodem zakt nog steeds in. Wel jammer dat we geen voet op het terrein zelf gezet hebben……….. Of misschien wel beter, als er toch iets anders gedumpt was?

Vanuit hier liepen we terug naar de auto’s. Stomverbaasd constateren Henny en ik, dat al deze natuurliefhebbers de auto hadden gepakt. Zeker vijf van de anderen wonen in Zuidwolde, Hoogeveen of directe omgeving. Foei!

Bas legt zeer nadrukkelijk uit dat we vanaf hier, waar al die auto’s staan, met twee auto’s naar zijn verzamelplek gaan rijden. “Volg mij!”, maar zelfs met toeteren krijgt hij de derde auto(………) niet de goede kant op. Blijkt in die derde auto de begeleiding te zitten, die de excursies moet evalueren. Daar het wachten toch wat langer duurt, besluit Bas een koffiepauze in te lassen op de verzamelplek. “Met de fiets waren we veel sneller geweest”, denk ik nog.

Lopend over het ecoduct krijgen we uitleg waarom en hoe dit nieuwe stuk natuur is ingevuld. Een platgetrapte paardenbijter(libel) mag ik van Bart in mijn Petri schaaltje bewaren, gelukkig heb ik die altijd bij me op excursies, evenals loep en verrekijker. Leuk dat ook op weg naar het terrein, het Steenberger Oosterveld, allerlei sporen te vinden zijn. Zo hangt in het prikkeldraad een wit pluisje haar, duidelijk van een das. Wanneer Bas zijn uitleg begint op het terrein zelf, moet ik met spijt bekennen dat ik recentelijk op het fietspad vlakbij een slang (waarschijnlijk een gladde) heb overreden. Hij legt uit dat ze sinds kort wat meer voorkomen………..Ai!

We gaan op zoek naar sporen van dassen en gaan ook een dassenburcht bezoeken. We hebben goedkeuring om zelfs buiten de paden te lopen. Al op het pad vlakbij de ingang vinden we een uitwerpsel, dat qua vorm en inhoud van een das lijkt te zijn. Kort daarna zien we een maiskolf, waar duidelijk aan gepeuzeld is. Even verderop een latrine in aanleg, enkele kuilen in een rondje, nog niet gevuld. We staan even stil bij een afwijkend klein paadje, door de dassen zelf “aangelegd” dat naar de burcht leidt en volgen dit. Een korte instructie over hoe we ons horen te gedragen in de oren geknoopt. Maar de belofte op veel pootafdrukken van de das, kan Bas niet waarmaken. Helaas hebben de Schotse Hooglanders op de burcht rondgebanjerd en hun verse, ook riekende, sporen achtergelaten. “Gisteravond waren ze er nog!”……..Jaja

Joke neemt het verhaal vanaf hier over en leidt ons naar een Hoornaarnest. Met gepaste afstand, stom dat ik mijn allergie pilletjes niet ingenomen heb, volg ik het verhaal over deze reusachtige wespen. Een stukje honingraat trekt mij iets dichterbij. Een prachtig bouwsel, licht als papier. In een bosje doorkruisen we een groepje Hooglanders, die een powernap doen, waarbij ik me lichtelijk bezwaard voel. Tussen imposante hoorns verschuilen ogen, die ik niet durf aan te kijken, zich achter een gordijn van haar. “Wanneer zijn we er?”, vraagt ook Grietje zich af, die op tijd bij een volgende afspraak moet zijn. Mijn voeten beginnen al aardig te protesteren, die zijn geen wandelaars, vooral niet in laarzen. Bij een maisveld wordt een toelichting gegeven over de gespannen voet, waarop boeren en natuurliefhebbers leven. Dankzij Bart krijgen we ook oog voor de “ravage” die dassen aanrichten, als ze eten zoeken. Op een venig terrein, waar we een prachtig vennetje gepasseerd zijn, eindigt de presentatie. Kilometers en minstens een half uur lopen verwijderd van de auto’s. De begeleiders zijn al niet meer aanwezig. Evaluatie volgt op schrift.

\Dan de terugweg nog. Met zo’n groep natuurminners duurt het nog wel even voor we bij de auto’s zijn. Nu komen allerlei plantjes geen aandacht te kort. Gelukkig dat mijn knorrende maag op de parkeerplek een tompouce mag ontvangen, die Bart heeft achtergelaten voor ons, gefeliciteerd Bart! Samen met Henny fiets ik naar een bijzonder restaurantje in de buurt, waar we, onder het genot van een uitgebreide lunch, onze voeten even rust kunnen geven. Wij hoeven vanavond niet meer te koken!
Ja, het is afzien zo’n excursie, maar we hebben genoten!

Verslag Marian Brouwer

zaterdag 23 september 2017

mini-excursie in 3 adoptieterreinen

Vandaag werden de eerste 9 (3x3) mini excursie’s gegeven van de eigen gebiedjes.
Hier een verslagje van de excursie’s van de A noord-groep waarin ikzelf zat.
We hadden een overzichtelijke uitnodiging gekregen, kompleet met route en carpoolplan.
Het was een prachtig zonnige herfstochtend.

***Om half tien verzamelden we ons op de locatie van de eerste excursie, door Marie José, De Hemmen.
De Hemmen ligt aan het Amer Diepje. We keken hier in eeuwenoude nutsgebiedjes naar fauna en landschapsstruktuur.
Mandy vertelde over de Aa met 2 hoofdstromen, Grolloo en Schoonloo. Gevoed door beekjes uit kwelwater. We zien een vlies op het water, wat bestaat uit ijzer etende bacterieen. Doordat het lang duurt voor het water boven de grond komt, is het rijk aan mineralen, vooral ijzer.  Loopjes in oude smeltwatergleuven, kwelwater gebieden, de stroeten. Er zijn allemaal diepjes, honderden jaren oude stroompjes, genoemd naar de plaatsen, bv Texaco loopje, bij de benzinepomp.
Een mooi gebied, met veel oorspronkelijks. Koeien, die hier al 100-den jaren lopen. Oude houtwallen met indicator planten, als bosanemoon. Het bosje, met adelaarsvaren en ook bosanemoon. Prachtige oude eiken. We zien veel reeen sporen en ook een ree! Hier en daar komt kwelwater de grond uit.
Om de route te verkorten, heeft Marie José een bruggetje voor ons getimmerd. Erlangs ligt een oude eik over het water, kort geleden gespleten in de storm.
Het gras waar we over lopen is wat minder begaanbaar. Het waterschap maait veel en voert niet af, er is geen verschraling. Het waterschap diept ook uit. De zijkanten worden verstevigd met schelpen, wat niet zo helpt, want het veen is zacht en de zijkanten zakken toch in. Er zijn vissen, modderkruipers, grondels, poel- en posthoornslakjes..
We zien een prachtige tijgerspin.



Marie José heeft wat ijzer-oer en een pijlpuntje mee.
De Hemmen komt mogelijk van inhammen. Er is een 9 meter cirkelvormige greppel, met een andere vegetatie.
Een mooi oorsponkelijk gebied.  Oud en nieuw (lelieteelt)

***Na deze excursie gingen we gezamenlijk in 3 auto’s naar het adoptieterrein van Mandy, Het Meindersveen.
Een excursie door een klein gebied, waar meer te zien was, dan bos, gras en heide.

Meindersveen is deel van het 5000 ha Staatsbos de Hondsrug.
We lopen door productiebos. Mandy heeft duidelijke kaarten bij zich. 1850, woeste grond, greppels. 1900, gras en hei, beekjes, meer afwatering. 1950, bos aanplant, heide en nog meer afwatering.
Wat niet te gebruiken was, bleef hei of werd productiebos. 2016, gras, hei, meer bos, ruilverkaveling, minder afwatering.
We staan tussen 3 landschapsvormen: Productiebos, grasland, hei. Strak grasland met engels raaigras met een houtwal met eiken. De heide is divers, open, met meer variatie, de bodem nog als vroeger. Er grazen zwarte koeien.
We zien een hoogtekaart, links naar Rolde, rechts naar Borger, het pad een watergrens.
De laagte, is een pingoruine, met iets relief en met droog en nat.
Om een deel is schrikdraad, zodat de koeien oa de klokjesgentiaan niet opeten. Het is in stroken gedeeltelijk geplagd, voor de adder. Een keer per jaar, half oktober, wordt er gemaaid.
We pauzeren bij zgn vakstenen. Stenen met nummer, die de grond verdelen in vakken, handig voor boswachters en houtoogst.

***Na de excursie van Mandy gingen we naar het terrein van Geert, Het Reijntjesveld.
Via toeristische route.. het Orvelterzand.
Het Reijntjesveld is een mooi en afwisselend kleinschalig natuurgebied, gelegen tussen Westerbork en Orvelte. Het heeft veel te bieden op he gebied van landschap en cultuurhistorie, wat de rode draad is in deze excursie.
Een nog niet onderzochte grafheuvel uit de bronstijd.
Heide, bos, grasland en kleinschalige akkerbouw.
Geert vertelde over de vroegere grootgrondbezitter, die hier een vlasfabriek had, waar linnen geproduceerd werd. En de huidige, die 500 soorten rododendrons heeft.
Een mooi oud afwisselend gemengd bos. Eik, vuilboom, larix, douglas. Rijke grond met varens, salomonszegel, vingerhoedskruid, dagkoekoeksbloem.
Jeneverbessen, vliegdennen. Dassensporen.
Groene specht woont hier.
Een grote pingo. We kregen uitleg mbv een foto van een pingo (Inuit voor “lage heuvel”), met rondom water, ijslens onder het oppervlak. Door grond- en kwelwater, wat steeds opnieuw bevriest. Het ijs is bij ons gesmolten, het zand eraf gegleden, waardoor een rand om de ronde laagte.
Een lange beukenlaan langs houtwal.
We keken richting Orvelte, naar een dekzandrug van 8 bij 2 km. Richting Aalderstroom.
Er zijn karresporen van de oude Groningerweg.
We zagen een duivenprooi onder dezelfde boom (natuurmoment van Geert), van waarschijnlijk de havik, die mogelijk hier zijn horst heeft.

Drie verschillende gebiedjes en 3 verschillende stijlen van gidsen. Een leuke en leerzame ervaring.
Het een balans vinden tussen basisinfo en ruimte voor de beleving. De kunst van het weglaten.
Drie aspirant gidsen, thuis en enthousiast in het eigen gebiedje. Dank iedereen!
Drie cadeau’tjes ook, zo redelijk dicht bij huis deze nieuwe gebiedjes te kunnen ontdekken.
Hierna reden we weer, via opnieuw toeristische route, naar het verzamelpunt bij Eldersloo, waar iedereen weer zijn eigen weg ging.

Verslag: Joosje van Aller

Zoogdieren, systematiek, diergedrag

Verslag 20 september 2017 Module 3: Dieren



Joop Verburg zorgt er voor, dat iedereen op tijd zijn plaats inneemt. Na een
korte toelichting, over het programma van vanavond, stelt hij gastdocent Aaldrik
Pot aan ons voor en geeft hij het woord aan Jacobien.
Met de ogen dicht starten wij haar Natuurmoment. Ieder krijgt een klein
voorwerp in de hand en neemt de tijd om op de tast het onderwerp te verkennen.
Blindelings hebben velen in de gaten, dat ze met een eikel te maken hebben. Met
open ogen worden ervaringen zoals 'scherpe punt, glad, hard…..' gedeeld, waarna
andere (jeugd)herinneringen de revue passeren. Inzameling van vele kilo’s tegen
lichte betaling, fluitje, eekhoorntjes, ree en muizen worden genoemd en
natuurlijk volgen er lachsalvo’s op de uitroep: 'Eikel!' Vol lof spreekt Ronny
over deze belevenis van verwondering.
Geert deelt een geheel andere ervaring met ons. Een verzameling veren van één
duif duidt op een drama, dat zich heeft afgespeeld op zijn adoptieterrein. Wat
voor mij aanvankelijk als nieuw schrijfgerei aanvoelde, verandert gedurende het
gruwelijke verhaal over de jager. Zachtjes aai ik de veer glad. Bijna voelbaar
vertelt hij, hoe de havik vanuit een duikvlucht met zijn dodelijke klauwen van
koolmees tot fazant kan killen. Dit natuurmoment over de 'stille rover' gaf een
hele andere beleving.
Een bevlogen Aaldrik Pot, werkzaam bij Staatsbosbeheer, biedt al bij voorbaat
zijn excuses aan voor een verhaal over Zoogdieren en hun sporen, dat niet
volledig kan zijn. Een korte schets over de opzet van zijn presentatie wordt
gegeven.
  • Het historische landschap
  • Ecologie en indeling
  • Families
  • Onderzoek en spoorzoeken
Pauze
  • Marterachtigen
  • Puzzelen met sporen
In een korte inleiding vertelt Aaldrik over zijn vele interesses, onderzoeken
en activiteiten. Hij is mede auteur van 'De onsterfelijke nachtegalen' en het
binnenkort te verschijnen 'Prentenboek' en schrijft op
blog.natuurspoor.com
. Enkele tips voor een goede uitrusting (PSU) worden gegeven. Tips voor boeken
zijn te vinden op blz. 144 van onze IVN NGO-map.
Zijn beschrijving geldt voor Nederland en de zoogdieren.
Het historische landschap
160 miljoen jaar geleden was het eerste zoogdier een soort muis.  13000
jaar geleden waren hier vlak na de ijstijd rendieren en poolvossen.  11000
jaar geleden leefden bruine beer, bever en eland op een soort 'taiga'. 9000 jaar
geleden kwamen veel grote den en berk voor, een oerbos, waar wolven en oeros hun
leefgebied hadden.
7000 jaar geleden was er een bosparadijs met een dichte begroeiing van eik en
linde waar wilde paarden, wisent, wolf en misschien lynx zich thuis voelden.
5000 jaar geleden kwam de invloed van de mens door stedenbouw, akkers en vee.
Van jager werd de mens boer. Loofvoeder vermeerderde en de linde nam sterk af.

Dankzij pollenanalyse van Louwe Kooijmans en oude atlassen is duidelijker
geworden waardoor het verloop van (zoog)dieren is gekomen.
Ecologie en indeling
De voedselpyramide (eten en gegeten worden) waarin bottom up gedacht wordt
lijkt een te simpele voorstelling van zaken, ook al staat deze theorie in vele
biologieboeken. In een filmpje 'Hoe wolven de rivier veranderen' opgenomen in Yellowstone National Park wordt het principe van ‘tropic cascades’ duidelijk
gemaakt. Wolves kill, but give life. De jager biedt nieuwe kansen voor
diversiteit in bossen, rivieren en bewoners.

How Wolves Change Rivers

In Nederland wordt onderzocht in hoeverre de sleuteldieren wolf en edelhert
biodiversiteit kunnen bevorderen.  In de IVN NGO map worden egels, mollen,
vleermuizen, knaagdieren en vossen genoemd. Aaldrik Pot geeft een ander
overzicht van de ongeveer 50 soorten zoogdieren die in Drenthe voorkomen. Van
diverse ordes worden enkele families besproken.
  • Insecteneters egel, mol en spitsmuis
  • Haasachtigen haas en konijn
  • Knaagdieren eekhoorn, beverachtigen, bever, muizen
  • Roofdieren hond-, kat- en marterachtigen.
Met name over de marterachtigen, zoals otter, das, wezel, hermelijn, bunzing,
boom- en steenmarter kan Aaldrik boeiend vertellen. Dat het lastig is om steen-
en boommarter uit elkaar te houden zijn blijkt uit enkele voorbeelden. Bij een
steenmarter staan de oren duidelijk ver uit elkaar en de neus is rose. Een
boommarter heeft een zwarte neus en de oren raken elkaar bijna bovenop de
schedel. Abrupt moet Aaldrik zijn betoog onderbreken voor een welverdiende
pauze.



Evenhoevigen holhoornig, hertachtig en zwijnen



Een voorbeeld van een uitgebreide ordening is:

Orde-evenhoevig; Familie-herten; Geslacht-capreolus; Soort-ree

Zeer toevallig dat Harmen zijn Vijfminuten praatje na de pauze hierover gaat
houden. Ook al worden we even op het verkeerde been gezet door een vol kratje
bier (ongeveer het gewicht van een ree). Een dier dat voornamelijk met eten en
rusten bezig is, doordat hij licht verteerbaar voedsel eet. In april en mei
toont de ree meer activiteit.

Na dit korte intermezzo hervat Aaldrik zijn verhaal over roofdieren en
evenhoevigen. In vogelvlucht geeft hij een opsomming van Onderzoek en
spoorzoeken naar zoogdieren:
  1. Posten, observeren, protocolleren
  2. Struinen en oral research
  3. Inloopvallen voor muizen
  4. Cameravallen voor grotere zoogdieren
  5. Temperatuurloggers en boomcamera’s
  6. Sporen onderzoek
  7. Verkeersslachtoffers- en braakbalonderzoek
Bij het determineren van sporen en de verslaglegging dien je je af te vragen,
wat het dier hier deed en waarom. Probeer daarbij niet te snel conclusies te
trekken, maar omschrijf je waarneming zorgvuldig.
Nog twee tips: In Havelte is een sporen walhalla en op internet is
www.extrabushcraft.nl
van René Nauta interessant. Helaas is er geen tijd meer voor de praktijk
Puzzelen met sporen Time flies…..



Verslag Marian Brouwer

woensdag 13 september 2017

De Wildenberg - Takkenhoogte - Meeuwenveen - Rabbinge

Op deze regenachtige ochtend, zaterdag 9 september, heet Joop ons welkom in wat hij zelf zijn favoriete natuurgebied noemt: De Wildenberg, Takkenhoogte, Meeuwenveen en Rabbinge. Het gebied is geliefd, omdat er zo veel verschillende biotopen voorkomen, met de flora en fauna die daarbij horen.

De groep wordt in tweeën gesplitst. Wij lopen met Joop mee. Al snel belanden wij op de heide. Op dit deel van De Wildenberg grenst de heide aan het beekdal van de Reest. Je kunt zien dat het beekdal een stuk lager ligt. Het is een van de weinige plekken in Nederland waar je van de heide zo het beekdal in kunt lopen. Alle levensgemeenschappen van droge heidevegetaties en kletsnatte
dotterhooilanden komen hier voor in een gebiedje van enkele tientallen hectares.

Dat is wel eens anders geweest:


Zelfs in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd in deze regio nog veen in cultuurgrond omgezet! En in 1969 volgde de genadeklap: de aanleg van de Reestvervangende Leiding. Deze afwateringssloot werd parallel aan het Reestdal gegraven om het Reestdal ten behoeve van de landbouw te ontwateren. Water werd afgevoerd naar de Hoogeveense  Vaart. Door verkavelingen werden de landbouwpercelen groter en arme grond werd door kunstbemesting geschikt gemaakt voor de landbouw Geen mens maakte zich in die tijd druk om weer een stukje verdwenen heide.

In 1992 kwam een 30 ha grote landbouwbedrijf, wat als een soort enclave tussen de drie natuurgebieden in lag, te koop. Het Drents Landschap zag een geweldige kans om Meeuwenveen, Takkenhoogte en De Wildenberg met elkaar te verbinden. Dankzij de hulp van andere organisaties lukte dit ook. Op 1 april 1992 was de aankoop een feit. De boerderij, met de naam De Hofstee verloor haar agrarische functie.

Samen met waterschap Riegmeer (inmiddels gefuseerd) werkte Het Drents Landschap een prachtig plan uit. Allereerst zou de rechte Reestvervangende Leiding een totale metamorfose ondergaan. De sloot moest gaan kronkelen, er moesten eilandjes komen, de oevers moesten natuurvriendelijk worden ingericht. De voedselrijke bouwvoor moest over het hele gebied worden afgevoerd, zodat de heide weer terug zou komen. Bovendien zouden een paar vennetjes die ooit bij de aanleg van de Reestvervangende Leiding waren verdwenen weer in ere worden hersteld. Er ontstond een groot
aaneensluitend natuurgebied van ongeveer 400 ha.


Flora en fauna 

Het effect op de planten- en dierenwereld was verbluffend. In 1999 werden al meer dan 200 soorten planten geteld. De bodem bleek nog vol van heidezaden, want al heel snel kwamen de eerste kiemplantjes van de struikhei te voorschijn en op vochtige plekken gebeurde dat ook met de dophei. (bron: internet) Door de weersomstandigheden en de tijd van het jaar zullen wij vandaag heel
veel dieren en planten die hier voorkomen niet zien, maar Joop vertelt enthousiast over de niet/minder alledaagse flora en fauna die hier te zien/horen zijn:
  • Kwartelkoning, Grauwe Klauwier, Blauwborst, Groene en Zwarte Specht. Tapuiten en Beflijsters tijdelijk op voorjaarstrek. De Klapekster in de wintermaanden. Zilveren Maan.
  • Gevlekte orchis, moeraskartelblad (halfparasiet), moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan) en Slangewortel.
We passeren een kleine zandvlakte: met zonnig weer een uitermate geschikte plek voor wilde bijen. Ook groeien hier in dit arme milieu Muizenoor (het blad lijkt ook op een muizenoortje) en Biggenkruid. Er komt ook Heidespurrie voor. Aangekomen bij het Meeuwenveen, wat tot nu is doorgegaan voor een pingoruïne, vertelt Joop dat dit ven geen pingoruïne blijkt te zijn. Door
onderzoek (grondboringen) is vast komen te staan dat het gaat om een stuifkom. Ook op het water is op dit moment niet zo veel te beleven. Wel zien we een paartje dodaars.

Verder vanochtend gehoord/gezien:
Vogels: Kuifeenden, Boomkruiper, Goudhaantje, Grote Bonte Specht, Buizerd en de nodige meesjes.

Planten: Kleine wolfsklauw, Slangenwortel, Biggenkruid en Muizenoor. We hebben ook een 'schuimbekkende' eik gezien. Lees het leuke verhaal op boswachtersblog.nl

Paddenstoelen: Gordijnzwam, Meststrovaria (blauwe plaatjes), Parelamaniet, Slanke Bruine Amaniet, Vaalhoed, Grote Parasolzwam, Zwavelkopjes, Waaierbuisjeszwam, Roestvlekkenzwam, Stinkzwam, Krulzwam.

Joop vertelt dat je paddenstoelen kunt onderverdelen in aanvallers, afbrekers en de mycorrhiza-soorten, die samenwerken met bomen via de wortels. De Aardappelbovist behoort tot de laatste. Het is een allemansvriend en werkt zowel samen met loof- als naaldbomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de vliegenzwam die in symbiose leeft met de berk.
Verder zien we nog een moerassprinkhaan (met rode dijen), een Kleine Vuurvlinder en een prachtige wespspin.


Verslag: Boukje Toussaint

donderdag 7 september 2017

Lesverslag cursusavond 6 september: Vogels

De les begint met een welkomstgroet (na de zomervakantie) en mededelingen.
Daarna volgt het Natuurmoment. Bakjes, manden en dienbladen gaan rond, gevuld met gelig gekleurde paddenstoelen van een soort. De paddenstoelen worden bekeken, aangeraakt en er wordt aan geroken, vanwege de vraag: "Waar doet de geur je aan denken?" Het zou namelijk naar abrikozen kunnen ruiken, maar dat is niet echt duidelijk. Op de dienbladen blijkt iets eetbaars te liggen, namelijk toastjes met diezelfde paddenstoel. Het blijkt cantharel te zijn. Andere namen zijn hanekam en dooierzwam (vanwege de kleur). Eetbaar, maar alleen na verhitten.

Cantharel is populair vanwege de smaak en de lange houdbaarheid. Er volgt een uitleg over de vorm en het uiterlijk. Cantharel groeit in de grond, nooit op dood hout. Het zoeken naar de paddenstoelen kan lastig zijn, omdat anderen ze al geplukt kunnen hebben langs de paden. Cantharel staat in Nederland op de rode lijst. De paddenstoel is niet wettelijk beschermd, maar "rood" heeft wel een signaalfunctie. Ze komen steeds minder vaak voor. (Logisch, als iedereen ze loopt te plukken...... gedachtekronkel van de notulist). In Zweden gelden geen regels. De natuur is er voor vrij gebruik, mits iedereen er bewust en verstandig mee omgaat. De cantharel kan verward worden met valse hanekam, die niet giftig is, maar deze soort is niet lekker van smaak.



In het feedback moment worden tips en tops gegeven, met name door een persoon. Voorbeeld van een top: Gebruikte materialen en lekkernijen om te proeven. Wel was er veel gespreksstof, waardoor het geheel meer weg had van een 5 - minutenpraatje, maar daar werd een reden voor aangegeven. Een tip die voor iedereen van belang zou kunnen zijn: Regelmatig informatie uitwisselen met de groep kan ontspannend werken (beter dan dat je in je eentje een voordracht staat te houden).

Dan volgt de presentatie met beeldmateriaal over vogels door vogelkenner Jörgen de Bruin, IVN medewerker in het noorden van het land (werkterrein Lauwersmeer en de Alde Feanen in Friesland). Presentatie in vogelvlucht, want de tijd is beperkt.



Uitgelegd waarom vogels interessant zijn: Ze zijn overal, goed waar te nemen, vertonen bewegelijk gedrag, de meesten vliegen. Daarna gaat het over de bouw. Ze hebben holle botten, maar wel stevig. De snavel is van hoorn (lichter dan bot). Ze zijn gestroomlijnd en hebben vederlichte vleugels met stevige pennen. Dan info over de rui. Dat vindt meestal twee keer per jaar plaats, wat nodig is vanwege slijtage en winter/zomerkleed. Bij veel vogels gaat het geleidelijk aan waardoor ze kunnen blijven vliegen. Bij eenden en ganzen verloopt de rui in een keer, waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Voor deze vogels zijn schuilplekken dan van groot belang, omdat ze dan niet kunnen vluchten bij gevaar. Een rommelig, kaal verenpak wordt eclipskleed genoemd. Ze vallen zo niet zo op, wat beter/veiliger is in deze periode.

Daarna gaat het over voedsel. De onderverdeling bestaat uit planten/graseters, zaadeters, besseneters, insecteneters, vleeseters en viseters. Er is een relatie tussen voedsel en de snavelvorm. Planteneters hebben een grote dikke snavel, zoals bijv. ganzen. Zaadeters hebben stevige, puntige snavels, zoals vink, geelgors, groenling, putter (distelvink). Besseneters hebben een spits snaveltje, zoals kramsvogel en koperwiek. (opm: Latere bessen gaan gisten, waardoor de vogels wat "dronken" kunnen lijken bij het eten ervan). Insecteneters hebben een fijn snaveltje, zoals de bonte vliegenvanger en de specht. De specht heeft wel een langere snavel (en tong), omdat deze insecten uit boomschors moet halen. Vleeseters hebben een haaksnavel (en speciale poten), zoals de torenvalk, en de kerkuil. Bij viseters zie je variatie in snavelvormen, zoals bijv. haaksnavels en de aparte snavel van de lepelaar.

Er wordt extra info gegeven over de aalscholver. Deze vogel heeft geen vet verenkleed, omdat dit het duiken naar voedsel zou bemoeilijken. Vandaar dat je ze vaak aantreft in de speciale houding, waarbij ze hun verenpak laten drogen, met de vleugels wijd uiteen. Wat zang en geluid betreft gaat het om territorium en voortplanting, contactroepjes en de alarmroep.

Bij het onderwerp voortplanting worden een aantal dingen genoemd, namelijk zang, een mooi verenpak, baltsgedrag, nestbouw, aantal eieren, of het om nestblijvers of nestvlieders gaat en het aantal nesten per jaar. Op afbeeldingen is baltsgedrag/uiterlijk vertoon te zien van watersnip, kemphaan en fuut. De fuuten maken samen een mooie dans en bieden elkaar nestmateriaal aan. Bij kemphanen is het een ingewikkeld gebeuren, waarbij de zwakkere mannetjes zich voor kunnen doen als vrouwtjes. (De kemphaan is als broedvogel verdwenen, maar het baltsgedrag begint al wel in Nederland, op doortrek naar Skandinavië en de Baltische Staten.)

Op afbeeldingen zien we verschillende nesten, bijv. van de buizerd en de gangen in wanden van de oeverzwaluwen. Ook zien we de uiterlijke verschillen tussen nestvlieders (die al stevig op de pootjes staan) en nestblijvers (de kwetsbare, kale jongen). Roofvogels beginnen na het leggen van het eerste ei meteen met broeden, zodat er leeftijdverschil ontstaat tussen de jongen. Wanneer de eerste jongen uit het ei zijn, kan er bijv. ook nog een zijn die nog niet uitgekomen is. Aanbod van voedsel kan het aantal jongen bepalen. Er is sprake van enige planning wat dat betreft.

Dan vogeltrek op een kaart in beeld. Trekvogels volgen met name de kustlijnen voor oriëntatie en veiligheid. Er komen veel vogels uit Alaska en Siberië terecht in het Waddenzeegebied. Velen trekken ook langs de kusten van Afrika. Bij het onderwerp trekvogel of standvogel wordt een onderverdeling gemaakt. De standvogels zie je het hele jaar door in ons land (bijv. koolmezen, mussen). Zomergasten komen vanuit het zuiden (vaak insecteneters zoals grauwe klauwier).. Wintergasten komen vanuit het noorden (bijv. ganzen, keep en klapekster en de pestvogel als er in het noorden niet voldoende bessen zijn). Doortrekkers zijn hier tijdelijk om bij te tanken (zoals de groenpootruiter en de Noordse stern, de "grootste reiziger", die enorm lange afstanden aflegt). En zo nu en dan kun je een dwaalgast tegenkomen die hier per ongeluk verzeild raakt.

Voor het leren herkennen van vogels worden tips gegeven: Beginnen in februari. Dan zijn er nog niet veel soorten en is er nog geen blad aan de bomen; Gebruik van vogelgidsen, verrekijker/telescoop, vogel apps (incl. geluiden); Meegaan met vogelexcursies; Lid worden van een vogelwerkgroep.  
Zo af en toe worden er vragen beantwoord tussendoor.


Twee 5 - minutenpraatjes. Bij de eerste presentatie kunnen we vleugels zien van een eend. Daarna wordt een verhaal voorgelezen over vogeltrek, waarbij verschillende vogels de revue passeren, van Jac Thijsse. Tevens feedback met tips en tops. Bij de tweede presentatie wordt ook voorgelezen uit een boek en het gaat over een favoriet "dier". Waar niemand echter aan dacht... het bleek over de mens te gaan, met al zijn grillen en kuren. En daarna feedback met tips en tops.
In groepjes van drie moeten we een aantal opgezette vogels benoemen en we mogen ook zelf een naam bedenken voor die vogels. Daarna volgt de bespreking en wordt er ook nog wat extra info gegeven.



Er volgt nog een opdracht. Joop laat vogelgeluiden horen. Op een stencil met kolommen kunnen we invullen wat we denken te horen. Daarna zien we de afbeelding van de vogel en dus het antwoord, wat in de tweede kolom ingevuld kan worden. Vogels die aan de orde zijn zijn goudvink, zwaluwen, havik, bosuil, steenuil, slobeend, wulp, scholekster, geelgors, koolmees, en tjiftjaf.
De cursusavond wordt afgesloten met mededelingen over komende excursieochtend za 9 september. De ontmoetingsplek is bij de parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, t.h.v. huisnr 26, gebied Takkenhoogte, ten zuiden van Zuidwolde.

We krijgen ook al wat info over de naderende mini-excursies (eind sept) die in de adoptieterreinen plaats zullen vinden. We worden ingedeeld in drie groepen. Elke groep bezoekt per keer drie adoptieterreinen, waarbij degene(n) die erover gaan een presentatie houden van een half uur op meerdere plekken. Dit vraagt om enig organisatietalent, want de cursisten zelf moeten met elkaar afspraken maken, telefonisch of via de mail etc., en ook zorgen voor de uitnodigingen. Meer info hierover tijdens de volgende cursusavond.

Verslag: Wilma