vrijdag 19 mei 2017

Bodemleven

Verslag 17 mei 2017

Joop heet ons allen welkom en geeft aan dat de volgende mensen met kennisgeving afwezig zijn: Harmen, Bas, Ronny, Eddie en Ronald.

Hij geeft eerst het woord aan Guido, omdat er bij de laatste excursie mensen absent waren en voor aanstaande zaterdag instructie nodig hebben. In de pauze geeft hij informatie aan die mensen. Verder attendeert Guido ons op het symposium over bijen op 9 en 10 juni. Het is facultatief, maar sluit uitstekend aan op ons thema dieren en is dus een aanrader. Gelieve wel graag vooraf aan te melden i.v.m. de lunch. Je kunt ook voor één van beide dagen inschrijven, kosten vrijdag € 20,- en zaterdag € 15,- Aanmelden bij ivn-westerveld.nl

Joop neemt ons daarna mee in zijn enthousiaste verhaal over Bodem is de bron. Het gaat met name over de vulling van de bodem. Hij laat prachtige foto’s zien van de roodschildmestkever, de larve van de zwartkopvuurkever, die hij onder schors had gevonden. Ook over de pseudoschorpioen, die maar 3 mm groot is en leeft van dierlijk afval (zilvervisjes), vertelt hij boeiend hoe het paringsritueel verloopt. Het mannetje strekt zijn armen omhoog en knipt met zijn scharen. Als het vrouwtje terug knipt, vindt ze hem aantrekkelijk en danst het mannetje naar haar toe, pakt haar scharen met de zijne vast en verbind hun lijven met een draadje. Dan neemt hij afstand terwijl hij haar vasthoudt en ze dansen verder. Daarna brengt hij zaad aan op de buik van het vrouwtje, waar het in een zakje glijdt. Daar vindt de bevruchting plaats, als de eicellen rijp zijn. Het vrouwtje legt de eitjes onder de grond. Zeer boeiend.

Over teken komt het gevaar ervan aan de orde. Erg belangrijk voor ons is hier vooral tijdens een excursie aandacht voor te hebben en mensen erop te wijzen naderhand een tekencontrole te doen.
Bodem, waar bestaat het uit? Joop laat ons vertellen. Zand, afgebroken organisch materiaal, dieren, water, planten (ondergrondse delen), schimmels en bacteriën. De schimmels leven in symbiose met bomen en planten. Bij essen en fruitbomen zie je geen paddenstoelen, maar toch is hier ook sprake van zo’n symbiose. Schimmels nemen water en zouten voor de boom uit de grond op en krijgen via fotosynthese van de boom suikers ervoor terug.

Aan de hand van prachtige foto’s laat Joop zien hoe slijmzwammen veranderen van vorm, eerst een fijn netwerk dat als een landkaart op  een boom groeit, later lange draden en tenslotte zakjes onderaan de draden, die de sporen laten vallen.

Weetjes over wormen zijn: ze zijn eiwitrijk, eten organisch afval, verrijken de bodem met hun uitwerpselen, maken de bodem luchtiger, zijn tweeslachtig, bewegen zich voort met borsteltjes die aan hun segmenten zitten. Per hectare grond zit er aan regenwormen een koe aan gewicht in de grond.
Over de bodemdieren, die in de bodem leven laat Joop ons de onderverdeling zien. Deze staat ook in onze map. Er zijn een paar leuke toevoegingen. De slakkensmidse van de lijster, die de slakken op een steen kapot gooit, om ze zo te kunnen opeten en de slakkenaaskever, die een stofje in de slak laat druppelen, waardoor deze oplost en de kever hem zo kan opslurpen.

We worden getest op wat we nog weten van pissebedden. Ze houden van vocht, hebben een uitwendig skelet, 7 paar poten, kieuwen (ademhaling), eten organisch afval, plassen niet  meer transpireren via hun schild.

Bij de geleedpotigen komt de huiszebraspin prachtig in beeld. Prooien worden door spinnen heel divers gevangen. Het lijf is ingesnoerd tussen de kop en het achterlijf, heeft 8 poten en spinklieren onder het lijf.

Teken en mijten: De mijten laten zich vervoeren door bv. insecten. Dit is te zien aan de gele bolletjes op het schild van een kever. Varoa-mijten zijn schadelijk; zij leggen nl. eitjes in de larven van bijen, die bij uitkomst de larven opeten. Voor de mens is de schurftmijt en de huisstofmijt schadelijk.
Een bijzondere hooiwagen is de strekspin, die zich om een tak heen wikkelt en daardoor nauwelijks te zien is. Bij hooiwagens is het opmerkelijk hoe gemakkelijk de poten loslaten.

De insecten komen tenslotte aan bod, die belangrijk zijn

  • Bij de bestuiving.
  • Als voedselbron (egels, dassen, spitsmuizen, spinnen, insecten, kikkers.
  • Voor zijde- en honingproductie.
  • Bij bestrijding van schadelijke insecten.


Er zijn enorme aantallen wereldwijd: 170.000 vlindersoorten, 20.000 sprinkhanensoorten, 80.000 soorten wantsen.

De bodeminsecten zijn onmisbaar voor het hele ecosysteem. Na de pauze gaan we er zelf mee aan de slag. Maar eerst genieten we van een lekkere kop koffie of thee.

Marian heeft haar 5-minutenpraatje en introduceert dit met een heerlijk beschuitje aardbei; wat is er nou lekkerder dan dat! En het liefst uit eigen tuin. Maar er zijn kapers op de kust en die wil ze weghouden. SLAKKEN! Ze heeft een heuse hindernisbaan aangelegd met koffie in een geultje en stro. Aan de hand van mooie foto’s en filmpjes laat ze zien wat ze in haar tuin gevonden heeft over de slak.

Daarna mogen we zelf aan de slag gaan. In 5 groepjes gaan we voorzien van loepjes, plastikpotjes, determineerkaarten en een bak met aarde naar buiten waar we mogen kijken wat voor diertjes we tegenkomen. Is er iets bijzonders, dan kunnen we dat in een potje aan de anderen laten zien. De volgende dieren kwamen we tegen: duizendpoot, miljoenpoot, segrijnslak, boerenknoopslak, larven (o.a. van de boktor), pissebedden en een pad. Het is altijd verrassend, om te zien hoe leuk dit is. We ruimen met elkaar op en kunnen terugkijken op een leerzame en vooral ook leuke avond.

Verslag: Joke la Roi




vrijdag 12 mei 2017

Ecologische relaties 3 mei 2017

Gastspreker is Edwin Dijkhuis, die bereid is de presentatie met ons te delen. Dit verslag is aanvullend. Aan de planten kun je zien hoe het met de bodem gesteld is.
Edwin Dijkhuis is betrokken bij Floristisch onderzoek Nederland- FLORON. Hij heeft de begroeiíng bekeken in de Flora Atlas Nederland, die 17 jaar geleden uitkwam. Nu blijkt dat de soorten in Drenthe met 90% zijn toegenomen.

Deens lepelblad, groeit bij de zee, maar ook in de gepekelde (zoute) bermen..
Raapzaad zie je langs sloten en in bermen (koolzaad verspreidt zich niet).


  1. Stuifzand en heide
    Verzuring en vermesting maken dat planten verdwijnen. Heide kan stoffen uitruilen met bodemschimmels.
    Vermesting veroorzaakt vergrassing van de hei door een te veel aan stikstof.  Als de heide wordt afgeplagd, verdwijnen ook fosfaten en dat is niet gunstig voor de groei van nieuwe heide. Edwin pleit ervoor bij bekalking na het plaggen, iets fosfor mee te geven voor terugkeer van de struikheide.
  2. Bos
    Meer dan 100 jaar geleden werd de strooisellaag uit het bos gebruikt; onder andere varkens aten ervan. Schapen aten knoppen uit bomen, waardoor je soms erg vreemd gevormde bomen ziet. De planten die onder bomen groeien, moeten door de strooisellaag heen kunnen komen en lopen daarom puntig uit.
  3. Sloot en plas.
    Onder water hebben de planten slappe, holle stengels. De bladeren maken gebruik van het invallend licht en groeien bij veel planten tot boven het water uit. Er zijn ook planten met verschillende verschijningsvormen: ze passen zich aan in het water, en als ze droogvallen zien ze er anders uit. Voedselrijkdom, en ook zuurgraad bepaalt welke planten in het water kunnen leven. Bij erg zuur water wordt geworteld in de bodem en als het basisch is, kan de plant voldoende voeding uit het water opnemen.



  • Natuurmoment met Martine
    Voeldozen met allerlei materiaal en levende have.
    Advies: gevoel gebruiken als je buiten bent, net als kinderen doen!
  • 5 minutenpraatjes van Mandy en Jaobien over symbiotische relaties.
    Wederzijds voordeel: 
    • mutualisme - zoals bijen/bloemen; mierenbroodje
    • commensalisme- 1 partij heeft voordeel, de andere neutraal; 
    • parasitisme – 1 partij heeft voordeel, andere nadeel (vlooien, luizen etc.)
    • endosymbiose – beide voordeel (bacterie in de darmen) 



Nelleke Jintes

woensdag 10 mei 2017

Excursie Oude Diep

Het is tijdens deze excursie op zaterdag 6 mei de bedoeling om planten in te delen naar familie  en te benoemen. De leiding geeft aan dat, in verband met het late voorjaar, we geen keuzestress zullen ervaren. Er bloeit namelijk nog niet zoveel. In groepjes van drie gaan we op pad;

De eerste plant die opvalt, vooral vanwege de bloei is de pinksterbloem. Hij behoort tot de kruisbloemigen, bladeren verspreid en 4 kroonbladeren. Vervolgens gingen we verder met een boterbloem. Deze behoort tot de ranonkelfamilie.  5 Kroonbladeren, 2-zijdig symmetrisch. Veel meeldraden.


Om de moeilijkheidsgraad te verhogen keken we naar de grassen. Op het veld waar we  determineerden vonden we reukgras. Deze behoort tot de grassenfamilie. Heeft een holle stengel, behalve op de knopen. Enkelvormig blad met bladschede, aarpluim. Dit gras is, met de vossestaart, een van de vroegst bloeiende grassen. Omdat we hem niet snel konden determineren, raadden Guide en Joop ons aan om het gras te kauwen. Waarbij Joop bijna de hele graspol opat. Kenmerkend van het reukgras is de smaak.

We vonden nog een plant met viltig blad, geen bloemen. Met hulp kwamen we op knoopkruid. Een paars bloeiende plant die veel insecten aantrekt. Het is een plant uit de composietenfamilie.

In een droge sloot vonden we nog pitrus. Deze behoort tot de russenfamilie. Het heeft een bladloze stengel gevuld met merg. Hierover wist Bart nog te vertellen dat dit merg vroeger als lont voor olielampjes werd gebruikt. Russen zijn rolrond zonder knopen.


Na de determinatieronde gingen we even rondkijken in het gebied. We liepen een gebied in dat veel natter was en was geweest dan het eerste gebied. In een gedeelte dat vaak onder water staat (maar nu even niet, vanwege het droge voorjaar), vonden we egelsboterbloem. Dit is een moerasplantje. Kenmerkend is de bladstand. Het middelste blaadje heeft een eigen steeltje.

Ook zagen we hier bloeiende zegge. Onderaan is de bloei vrouwelijk, bovenaan zit het stuifmeel. Zeggen zijn driekantig. Als je de voet van de plant voelt, voel je duidelijk dat hij driekantig is.

Verder zagen we vossestaart. Deze heeft een echte aar en is evenals reukgras vroegbloeiend. Ook de kale jonker (een distel met een donker hart en ingesneden bladeren) en verschillende zuringsoorten.


De krulzuring en de ridderzuring. Helemaal enthousiast werden we van Veronica. De gewone veronica en veldereprijs.

Aan het eind van de excursie kregen we de opdracht in groepen van 5 of 6 per persoon een verschillende plant te bespreken. Hierover moet je een minuut of tien praten. De volgende excursie is in hetzelfde gebied.

Verslag: Hennie Kroes