vrijdag 12 mei 2017

Ecologische relaties 3 mei 2017

Gastspreker is Edwin Dijkhuis, die bereid is de presentatie met ons te delen. Dit verslag is aanvullend. Aan de planten kun je zien hoe het met de bodem gesteld is.
Edwin Dijkhuis is betrokken bij Floristisch onderzoek Nederland- FLORON. Hij heeft de begroeiĆ­ng bekeken in de Flora Atlas Nederland, die 17 jaar geleden uitkwam. Nu blijkt dat de soorten in Drenthe met 90% zijn toegenomen.

Deens lepelblad, groeit bij de zee, maar ook in de gepekelde (zoute) bermen..
Raapzaad zie je langs sloten en in bermen (koolzaad verspreidt zich niet).


  1. Stuifzand en heide
    Verzuring en vermesting maken dat planten verdwijnen. Heide kan stoffen uitruilen met bodemschimmels.
    Vermesting veroorzaakt vergrassing van de hei door een te veel aan stikstof.  Als de heide wordt afgeplagd, verdwijnen ook fosfaten en dat is niet gunstig voor de groei van nieuwe heide. Edwin pleit ervoor bij bekalking na het plaggen, iets fosfor mee te geven voor terugkeer van de struikheide.
  2. Bos
    Meer dan 100 jaar geleden werd de strooisellaag uit het bos gebruikt; onder andere varkens aten ervan. Schapen aten knoppen uit bomen, waardoor je soms erg vreemd gevormde bomen ziet. De planten die onder bomen groeien, moeten door de strooisellaag heen kunnen komen en lopen daarom puntig uit.
  3. Sloot en plas.
    Onder water hebben de planten slappe, holle stengels. De bladeren maken gebruik van het invallend licht en groeien bij veel planten tot boven het water uit. Er zijn ook planten met verschillende verschijningsvormen: ze passen zich aan in het water, en als ze droogvallen zien ze er anders uit. Voedselrijkdom, en ook zuurgraad bepaalt welke planten in het water kunnen leven. Bij erg zuur water wordt geworteld in de bodem en als het basisch is, kan de plant voldoende voeding uit het water opnemen.



  • Natuurmoment met Martine
    Voeldozen met allerlei materiaal en levende have.
    Advies: gevoel gebruiken als je buiten bent, net als kinderen doen!
  • 5 minutenpraatjes van Mandy en Jaobien over symbiotische relaties.
    Wederzijds voordeel: 
    • mutualisme - zoals bijen/bloemen; mierenbroodje
    • commensalisme- 1 partij heeft voordeel, de andere neutraal; 
    • parasitisme – 1 partij heeft voordeel, andere nadeel (vlooien, luizen etc.)
    • endosymbiose – beide voordeel (bacterie in de darmen) 



Nelleke Jintes

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen