zaterdag 23 september 2017

mini-excursie in 3 adoptieterreinen

Vandaag werden de eerste 9 (3x3) mini excursie’s gegeven van de eigen gebiedjes.
Hier een verslagje van de excursie’s van de A noord-groep waarin ikzelf zat.
We hadden een overzichtelijke uitnodiging gekregen, kompleet met route en carpoolplan.
Het was een prachtig zonnige herfstochtend.

***Om half tien verzamelden we ons op de locatie van de eerste excursie, door Marie José, De Hemmen.
De Hemmen ligt aan het Amer Diepje. We keken hier in eeuwenoude nutsgebiedjes naar fauna en landschapsstruktuur.
Mandy vertelde over de Aa met 2 hoofdstromen, Grolloo en Schoonloo. Gevoed door beekjes uit kwelwater. We zien een vlies op het water, wat bestaat uit ijzer etende bacterieen. Doordat het lang duurt voor het water boven de grond komt, is het rijk aan mineralen, vooral ijzer.  Loopjes in oude smeltwatergleuven, kwelwater gebieden, de stroeten. Er zijn allemaal diepjes, honderden jaren oude stroompjes, genoemd naar de plaatsen, bv Texaco loopje, bij de benzinepomp.
Een mooi gebied, met veel oorspronkelijks. Koeien, die hier al 100-den jaren lopen. Oude houtwallen met indicator planten, als bosanemoon. Het bosje, met adelaarsvaren en ook bosanemoon. Prachtige oude eiken. We zien veel reeen sporen en ook een ree! Hier en daar komt kwelwater de grond uit.
Om de route te verkorten, heeft Marie José een bruggetje voor ons getimmerd. Erlangs ligt een oude eik over het water, kort geleden gespleten in de storm.
Het gras waar we over lopen is wat minder begaanbaar. Het waterschap maait veel en voert niet af, er is geen verschraling. Het waterschap diept ook uit. De zijkanten worden verstevigd met schelpen, wat niet zo helpt, want het veen is zacht en de zijkanten zakken toch in. Er zijn vissen, modderkruipers, grondels, poel- en posthoornslakjes..
We zien een prachtige tijgerspin.



Marie José heeft wat ijzer-oer en een pijlpuntje mee.
De Hemmen komt mogelijk van inhammen. Er is een 9 meter cirkelvormige greppel, met een andere vegetatie.
Een mooi oorsponkelijk gebied.  Oud en nieuw (lelieteelt)

***Na deze excursie gingen we gezamenlijk in 3 auto’s naar het adoptieterrein van Mandy, Het Meindersveen.
Een excursie door een klein gebied, waar meer te zien was, dan bos, gras en heide.

Meindersveen is deel van het 5000 ha Staatsbos de Hondsrug.
We lopen door productiebos. Mandy heeft duidelijke kaarten bij zich. 1850, woeste grond, greppels. 1900, gras en hei, beekjes, meer afwatering. 1950, bos aanplant, heide en nog meer afwatering.
Wat niet te gebruiken was, bleef hei of werd productiebos. 2016, gras, hei, meer bos, ruilverkaveling, minder afwatering.
We staan tussen 3 landschapsvormen: Productiebos, grasland, hei. Strak grasland met engels raaigras met een houtwal met eiken. De heide is divers, open, met meer variatie, de bodem nog als vroeger. Er grazen zwarte koeien.
We zien een hoogtekaart, links naar Rolde, rechts naar Borger, het pad een watergrens.
De laagte, is een pingoruine, met iets relief en met droog en nat.
Om een deel is schrikdraad, zodat de koeien oa de klokjesgentiaan niet opeten. Het is in stroken gedeeltelijk geplagd, voor de adder. Een keer per jaar, half oktober, wordt er gemaaid.
We pauzeren bij zgn vakstenen. Stenen met nummer, die de grond verdelen in vakken, handig voor boswachters en houtoogst.

***Na de excursie van Mandy gingen we naar het terrein van Geert, Het Reijntjesveld.
Via toeristische route.. het Orvelterzand.
Het Reijntjesveld is een mooi en afwisselend kleinschalig natuurgebied, gelegen tussen Westerbork en Orvelte. Het heeft veel te bieden op he gebied van landschap en cultuurhistorie, wat de rode draad is in deze excursie.
Een nog niet onderzochte grafheuvel uit de bronstijd.
Heide, bos, grasland en kleinschalige akkerbouw.
Geert vertelde over de vroegere grootgrondbezitter, die hier een vlasfabriek had, waar linnen geproduceerd werd. En de huidige, die 500 soorten rododendrons heeft.
Een mooi oud afwisselend gemengd bos. Eik, vuilboom, larix, douglas. Rijke grond met varens, salomonszegel, vingerhoedskruid, dagkoekoeksbloem.
Jeneverbessen, vliegdennen. Dassensporen.
Groene specht woont hier.
Een grote pingo. We kregen uitleg mbv een foto van een pingo (Inuit voor “lage heuvel”), met rondom water, ijslens onder het oppervlak. Door grond- en kwelwater, wat steeds opnieuw bevriest. Het ijs is bij ons gesmolten, het zand eraf gegleden, waardoor een rand om de ronde laagte.
Een lange beukenlaan langs houtwal.
We keken richting Orvelte, naar een dekzandrug van 8 bij 2 km. Richting Aalderstroom.
Er zijn karresporen van de oude Groningerweg.
We zagen een duivenprooi onder dezelfde boom (natuurmoment van Geert), van waarschijnlijk de havik, die mogelijk hier zijn horst heeft.

Drie verschillende gebiedjes en 3 verschillende stijlen van gidsen. Een leuke en leerzame ervaring.
Het een balans vinden tussen basisinfo en ruimte voor de beleving. De kunst van het weglaten.
Drie aspirant gidsen, thuis en enthousiast in het eigen gebiedje. Dank iedereen!
Drie cadeau’tjes ook, zo redelijk dicht bij huis deze nieuwe gebiedjes te kunnen ontdekken.
Hierna reden we weer, via opnieuw toeristische route, naar het verzamelpunt bij Eldersloo, waar iedereen weer zijn eigen weg ging.

Verslag: Joosje van Aller

Zoogdieren, systematiek, diergedrag

Verslag 20 september 2017 Module 3: Dieren



Joop Verburg zorgt er voor, dat iedereen op tijd zijn plaats inneemt. Na een
korte toelichting, over het programma van vanavond, stelt hij gastdocent Aaldrik
Pot aan ons voor en geeft hij het woord aan Jacobien.
Met de ogen dicht starten wij haar Natuurmoment. Ieder krijgt een klein
voorwerp in de hand en neemt de tijd om op de tast het onderwerp te verkennen.
Blindelings hebben velen in de gaten, dat ze met een eikel te maken hebben. Met
open ogen worden ervaringen zoals 'scherpe punt, glad, hard…..' gedeeld, waarna
andere (jeugd)herinneringen de revue passeren. Inzameling van vele kilo’s tegen
lichte betaling, fluitje, eekhoorntjes, ree en muizen worden genoemd en
natuurlijk volgen er lachsalvo’s op de uitroep: 'Eikel!' Vol lof spreekt Ronny
over deze belevenis van verwondering.
Geert deelt een geheel andere ervaring met ons. Een verzameling veren van één
duif duidt op een drama, dat zich heeft afgespeeld op zijn adoptieterrein. Wat
voor mij aanvankelijk als nieuw schrijfgerei aanvoelde, verandert gedurende het
gruwelijke verhaal over de jager. Zachtjes aai ik de veer glad. Bijna voelbaar
vertelt hij, hoe de havik vanuit een duikvlucht met zijn dodelijke klauwen van
koolmees tot fazant kan killen. Dit natuurmoment over de 'stille rover' gaf een
hele andere beleving.
Een bevlogen Aaldrik Pot, werkzaam bij Staatsbosbeheer, biedt al bij voorbaat
zijn excuses aan voor een verhaal over Zoogdieren en hun sporen, dat niet
volledig kan zijn. Een korte schets over de opzet van zijn presentatie wordt
gegeven.
  • Het historische landschap
  • Ecologie en indeling
  • Families
  • Onderzoek en spoorzoeken
Pauze
  • Marterachtigen
  • Puzzelen met sporen
In een korte inleiding vertelt Aaldrik over zijn vele interesses, onderzoeken
en activiteiten. Hij is mede auteur van 'De onsterfelijke nachtegalen' en het
binnenkort te verschijnen 'Prentenboek' en schrijft op
blog.natuurspoor.com
. Enkele tips voor een goede uitrusting (PSU) worden gegeven. Tips voor boeken
zijn te vinden op blz. 144 van onze IVN NGO-map.
Zijn beschrijving geldt voor Nederland en de zoogdieren.
Het historische landschap
160 miljoen jaar geleden was het eerste zoogdier een soort muis.  13000
jaar geleden waren hier vlak na de ijstijd rendieren en poolvossen.  11000
jaar geleden leefden bruine beer, bever en eland op een soort 'taiga'. 9000 jaar
geleden kwamen veel grote den en berk voor, een oerbos, waar wolven en oeros hun
leefgebied hadden.
7000 jaar geleden was er een bosparadijs met een dichte begroeiing van eik en
linde waar wilde paarden, wisent, wolf en misschien lynx zich thuis voelden.
5000 jaar geleden kwam de invloed van de mens door stedenbouw, akkers en vee.
Van jager werd de mens boer. Loofvoeder vermeerderde en de linde nam sterk af.

Dankzij pollenanalyse van Louwe Kooijmans en oude atlassen is duidelijker
geworden waardoor het verloop van (zoog)dieren is gekomen.
Ecologie en indeling
De voedselpyramide (eten en gegeten worden) waarin bottom up gedacht wordt
lijkt een te simpele voorstelling van zaken, ook al staat deze theorie in vele
biologieboeken. In een filmpje 'Hoe wolven de rivier veranderen' opgenomen in Yellowstone National Park wordt het principe van ‘tropic cascades’ duidelijk
gemaakt. Wolves kill, but give life. De jager biedt nieuwe kansen voor
diversiteit in bossen, rivieren en bewoners.

How Wolves Change Rivers

In Nederland wordt onderzocht in hoeverre de sleuteldieren wolf en edelhert
biodiversiteit kunnen bevorderen.  In de IVN NGO map worden egels, mollen,
vleermuizen, knaagdieren en vossen genoemd. Aaldrik Pot geeft een ander
overzicht van de ongeveer 50 soorten zoogdieren die in Drenthe voorkomen. Van
diverse ordes worden enkele families besproken.
  • Insecteneters egel, mol en spitsmuis
  • Haasachtigen haas en konijn
  • Knaagdieren eekhoorn, beverachtigen, bever, muizen
  • Roofdieren hond-, kat- en marterachtigen.
Met name over de marterachtigen, zoals otter, das, wezel, hermelijn, bunzing,
boom- en steenmarter kan Aaldrik boeiend vertellen. Dat het lastig is om steen-
en boommarter uit elkaar te houden zijn blijkt uit enkele voorbeelden. Bij een
steenmarter staan de oren duidelijk ver uit elkaar en de neus is rose. Een
boommarter heeft een zwarte neus en de oren raken elkaar bijna bovenop de
schedel. Abrupt moet Aaldrik zijn betoog onderbreken voor een welverdiende
pauze.



Evenhoevigen holhoornig, hertachtig en zwijnen



Een voorbeeld van een uitgebreide ordening is:

Orde-evenhoevig; Familie-herten; Geslacht-capreolus; Soort-ree

Zeer toevallig dat Harmen zijn Vijfminuten praatje na de pauze hierover gaat
houden. Ook al worden we even op het verkeerde been gezet door een vol kratje
bier (ongeveer het gewicht van een ree). Een dier dat voornamelijk met eten en
rusten bezig is, doordat hij licht verteerbaar voedsel eet. In april en mei
toont de ree meer activiteit.

Na dit korte intermezzo hervat Aaldrik zijn verhaal over roofdieren en
evenhoevigen. In vogelvlucht geeft hij een opsomming van Onderzoek en
spoorzoeken naar zoogdieren:
  1. Posten, observeren, protocolleren
  2. Struinen en oral research
  3. Inloopvallen voor muizen
  4. Cameravallen voor grotere zoogdieren
  5. Temperatuurloggers en boomcamera’s
  6. Sporen onderzoek
  7. Verkeersslachtoffers- en braakbalonderzoek
Bij het determineren van sporen en de verslaglegging dien je je af te vragen,
wat het dier hier deed en waarom. Probeer daarbij niet te snel conclusies te
trekken, maar omschrijf je waarneming zorgvuldig.
Nog twee tips: In Havelte is een sporen walhalla en op internet is
www.extrabushcraft.nl
van René Nauta interessant. Helaas is er geen tijd meer voor de praktijk
Puzzelen met sporen Time flies…..



Verslag Marian Brouwer

woensdag 13 september 2017

De Wildenberg - Takkenhoogte - Meeuwenveen - Rabbinge

Op deze regenachtige ochtend, zaterdag 9 september, heet Joop ons welkom in wat hij zelf zijn favoriete natuurgebied noemt: De Wildenberg, Takkenhoogte, Meeuwenveen en Rabbinge. Het gebied is geliefd, omdat er zo veel verschillende biotopen voorkomen, met de flora en fauna die daarbij horen.

De groep wordt in tweeën gesplitst. Wij lopen met Joop mee. Al snel belanden wij op de heide. Op dit deel van De Wildenberg grenst de heide aan het beekdal van de Reest. Je kunt zien dat het beekdal een stuk lager ligt. Het is een van de weinige plekken in Nederland waar je van de heide zo het beekdal in kunt lopen. Alle levensgemeenschappen van droge heidevegetaties en kletsnatte
dotterhooilanden komen hier voor in een gebiedje van enkele tientallen hectares.

Dat is wel eens anders geweest:


Zelfs in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd in deze regio nog veen in cultuurgrond omgezet! En in 1969 volgde de genadeklap: de aanleg van de Reestvervangende Leiding. Deze afwateringssloot werd parallel aan het Reestdal gegraven om het Reestdal ten behoeve van de landbouw te ontwateren. Water werd afgevoerd naar de Hoogeveense  Vaart. Door verkavelingen werden de landbouwpercelen groter en arme grond werd door kunstbemesting geschikt gemaakt voor de landbouw Geen mens maakte zich in die tijd druk om weer een stukje verdwenen heide.

In 1992 kwam een 30 ha grote landbouwbedrijf, wat als een soort enclave tussen de drie natuurgebieden in lag, te koop. Het Drents Landschap zag een geweldige kans om Meeuwenveen, Takkenhoogte en De Wildenberg met elkaar te verbinden. Dankzij de hulp van andere organisaties lukte dit ook. Op 1 april 1992 was de aankoop een feit. De boerderij, met de naam De Hofstee verloor haar agrarische functie.

Samen met waterschap Riegmeer (inmiddels gefuseerd) werkte Het Drents Landschap een prachtig plan uit. Allereerst zou de rechte Reestvervangende Leiding een totale metamorfose ondergaan. De sloot moest gaan kronkelen, er moesten eilandjes komen, de oevers moesten natuurvriendelijk worden ingericht. De voedselrijke bouwvoor moest over het hele gebied worden afgevoerd, zodat de heide weer terug zou komen. Bovendien zouden een paar vennetjes die ooit bij de aanleg van de Reestvervangende Leiding waren verdwenen weer in ere worden hersteld. Er ontstond een groot
aaneensluitend natuurgebied van ongeveer 400 ha.


Flora en fauna 

Het effect op de planten- en dierenwereld was verbluffend. In 1999 werden al meer dan 200 soorten planten geteld. De bodem bleek nog vol van heidezaden, want al heel snel kwamen de eerste kiemplantjes van de struikhei te voorschijn en op vochtige plekken gebeurde dat ook met de dophei. (bron: internet) Door de weersomstandigheden en de tijd van het jaar zullen wij vandaag heel
veel dieren en planten die hier voorkomen niet zien, maar Joop vertelt enthousiast over de niet/minder alledaagse flora en fauna die hier te zien/horen zijn:
  • Kwartelkoning, Grauwe Klauwier, Blauwborst, Groene en Zwarte Specht. Tapuiten en Beflijsters tijdelijk op voorjaarstrek. De Klapekster in de wintermaanden. Zilveren Maan.
  • Gevlekte orchis, moeraskartelblad (halfparasiet), moerasviooltje (waardplant van de Zilveren Maan) en Slangewortel.
We passeren een kleine zandvlakte: met zonnig weer een uitermate geschikte plek voor wilde bijen. Ook groeien hier in dit arme milieu Muizenoor (het blad lijkt ook op een muizenoortje) en Biggenkruid. Er komt ook Heidespurrie voor. Aangekomen bij het Meeuwenveen, wat tot nu is doorgegaan voor een pingoruïne, vertelt Joop dat dit ven geen pingoruïne blijkt te zijn. Door
onderzoek (grondboringen) is vast komen te staan dat het gaat om een stuifkom. Ook op het water is op dit moment niet zo veel te beleven. Wel zien we een paartje dodaars.

Verder vanochtend gehoord/gezien:
Vogels: Kuifeenden, Boomkruiper, Goudhaantje, Grote Bonte Specht, Buizerd en de nodige meesjes.

Planten: Kleine wolfsklauw, Slangenwortel, Biggenkruid en Muizenoor. We hebben ook een 'schuimbekkende' eik gezien. Lees het leuke verhaal op boswachtersblog.nl

Paddenstoelen: Gordijnzwam, Meststrovaria (blauwe plaatjes), Parelamaniet, Slanke Bruine Amaniet, Vaalhoed, Grote Parasolzwam, Zwavelkopjes, Waaierbuisjeszwam, Roestvlekkenzwam, Stinkzwam, Krulzwam.

Joop vertelt dat je paddenstoelen kunt onderverdelen in aanvallers, afbrekers en de mycorrhiza-soorten, die samenwerken met bomen via de wortels. De Aardappelbovist behoort tot de laatste. Het is een allemansvriend en werkt zowel samen met loof- als naaldbomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de vliegenzwam die in symbiose leeft met de berk.
Verder zien we nog een moerassprinkhaan (met rode dijen), een Kleine Vuurvlinder en een prachtige wespspin.


Verslag: Boukje Toussaint

donderdag 7 september 2017

Lesverslag cursusavond 6 september: Vogels

De les begint met een welkomstgroet (na de zomervakantie) en mededelingen.
Daarna volgt het Natuurmoment. Bakjes, manden en dienbladen gaan rond, gevuld met gelig gekleurde paddenstoelen van een soort. De paddenstoelen worden bekeken, aangeraakt en er wordt aan geroken, vanwege de vraag: "Waar doet de geur je aan denken?" Het zou namelijk naar abrikozen kunnen ruiken, maar dat is niet echt duidelijk. Op de dienbladen blijkt iets eetbaars te liggen, namelijk toastjes met diezelfde paddenstoel. Het blijkt cantharel te zijn. Andere namen zijn hanekam en dooierzwam (vanwege de kleur). Eetbaar, maar alleen na verhitten.

Cantharel is populair vanwege de smaak en de lange houdbaarheid. Er volgt een uitleg over de vorm en het uiterlijk. Cantharel groeit in de grond, nooit op dood hout. Het zoeken naar de paddenstoelen kan lastig zijn, omdat anderen ze al geplukt kunnen hebben langs de paden. Cantharel staat in Nederland op de rode lijst. De paddenstoel is niet wettelijk beschermd, maar "rood" heeft wel een signaalfunctie. Ze komen steeds minder vaak voor. (Logisch, als iedereen ze loopt te plukken...... gedachtekronkel van de notulist). In Zweden gelden geen regels. De natuur is er voor vrij gebruik, mits iedereen er bewust en verstandig mee omgaat. De cantharel kan verward worden met valse hanekam, die niet giftig is, maar deze soort is niet lekker van smaak.



In het feedback moment worden tips en tops gegeven, met name door een persoon. Voorbeeld van een top: Gebruikte materialen en lekkernijen om te proeven. Wel was er veel gespreksstof, waardoor het geheel meer weg had van een 5 - minutenpraatje, maar daar werd een reden voor aangegeven. Een tip die voor iedereen van belang zou kunnen zijn: Regelmatig informatie uitwisselen met de groep kan ontspannend werken (beter dan dat je in je eentje een voordracht staat te houden).

Dan volgt de presentatie met beeldmateriaal over vogels door vogelkenner Jörgen de Bruin, IVN medewerker in het noorden van het land (werkterrein Lauwersmeer en de Alde Feanen in Friesland). Presentatie in vogelvlucht, want de tijd is beperkt.



Uitgelegd waarom vogels interessant zijn: Ze zijn overal, goed waar te nemen, vertonen bewegelijk gedrag, de meesten vliegen. Daarna gaat het over de bouw. Ze hebben holle botten, maar wel stevig. De snavel is van hoorn (lichter dan bot). Ze zijn gestroomlijnd en hebben vederlichte vleugels met stevige pennen. Dan info over de rui. Dat vindt meestal twee keer per jaar plaats, wat nodig is vanwege slijtage en winter/zomerkleed. Bij veel vogels gaat het geleidelijk aan waardoor ze kunnen blijven vliegen. Bij eenden en ganzen verloopt de rui in een keer, waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Voor deze vogels zijn schuilplekken dan van groot belang, omdat ze dan niet kunnen vluchten bij gevaar. Een rommelig, kaal verenpak wordt eclipskleed genoemd. Ze vallen zo niet zo op, wat beter/veiliger is in deze periode.

Daarna gaat het over voedsel. De onderverdeling bestaat uit planten/graseters, zaadeters, besseneters, insecteneters, vleeseters en viseters. Er is een relatie tussen voedsel en de snavelvorm. Planteneters hebben een grote dikke snavel, zoals bijv. ganzen. Zaadeters hebben stevige, puntige snavels, zoals vink, geelgors, groenling, putter (distelvink). Besseneters hebben een spits snaveltje, zoals kramsvogel en koperwiek. (opm: Latere bessen gaan gisten, waardoor de vogels wat "dronken" kunnen lijken bij het eten ervan). Insecteneters hebben een fijn snaveltje, zoals de bonte vliegenvanger en de specht. De specht heeft wel een langere snavel (en tong), omdat deze insecten uit boomschors moet halen. Vleeseters hebben een haaksnavel (en speciale poten), zoals de torenvalk, en de kerkuil. Bij viseters zie je variatie in snavelvormen, zoals bijv. haaksnavels en de aparte snavel van de lepelaar.

Er wordt extra info gegeven over de aalscholver. Deze vogel heeft geen vet verenkleed, omdat dit het duiken naar voedsel zou bemoeilijken. Vandaar dat je ze vaak aantreft in de speciale houding, waarbij ze hun verenpak laten drogen, met de vleugels wijd uiteen. Wat zang en geluid betreft gaat het om territorium en voortplanting, contactroepjes en de alarmroep.

Bij het onderwerp voortplanting worden een aantal dingen genoemd, namelijk zang, een mooi verenpak, baltsgedrag, nestbouw, aantal eieren, of het om nestblijvers of nestvlieders gaat en het aantal nesten per jaar. Op afbeeldingen is baltsgedrag/uiterlijk vertoon te zien van watersnip, kemphaan en fuut. De fuuten maken samen een mooie dans en bieden elkaar nestmateriaal aan. Bij kemphanen is het een ingewikkeld gebeuren, waarbij de zwakkere mannetjes zich voor kunnen doen als vrouwtjes. (De kemphaan is als broedvogel verdwenen, maar het baltsgedrag begint al wel in Nederland, op doortrek naar Skandinavië en de Baltische Staten.)

Op afbeeldingen zien we verschillende nesten, bijv. van de buizerd en de gangen in wanden van de oeverzwaluwen. Ook zien we de uiterlijke verschillen tussen nestvlieders (die al stevig op de pootjes staan) en nestblijvers (de kwetsbare, kale jongen). Roofvogels beginnen na het leggen van het eerste ei meteen met broeden, zodat er leeftijdverschil ontstaat tussen de jongen. Wanneer de eerste jongen uit het ei zijn, kan er bijv. ook nog een zijn die nog niet uitgekomen is. Aanbod van voedsel kan het aantal jongen bepalen. Er is sprake van enige planning wat dat betreft.

Dan vogeltrek op een kaart in beeld. Trekvogels volgen met name de kustlijnen voor oriëntatie en veiligheid. Er komen veel vogels uit Alaska en Siberië terecht in het Waddenzeegebied. Velen trekken ook langs de kusten van Afrika. Bij het onderwerp trekvogel of standvogel wordt een onderverdeling gemaakt. De standvogels zie je het hele jaar door in ons land (bijv. koolmezen, mussen). Zomergasten komen vanuit het zuiden (vaak insecteneters zoals grauwe klauwier).. Wintergasten komen vanuit het noorden (bijv. ganzen, keep en klapekster en de pestvogel als er in het noorden niet voldoende bessen zijn). Doortrekkers zijn hier tijdelijk om bij te tanken (zoals de groenpootruiter en de Noordse stern, de "grootste reiziger", die enorm lange afstanden aflegt). En zo nu en dan kun je een dwaalgast tegenkomen die hier per ongeluk verzeild raakt.

Voor het leren herkennen van vogels worden tips gegeven: Beginnen in februari. Dan zijn er nog niet veel soorten en is er nog geen blad aan de bomen; Gebruik van vogelgidsen, verrekijker/telescoop, vogel apps (incl. geluiden); Meegaan met vogelexcursies; Lid worden van een vogelwerkgroep.  
Zo af en toe worden er vragen beantwoord tussendoor.


Twee 5 - minutenpraatjes. Bij de eerste presentatie kunnen we vleugels zien van een eend. Daarna wordt een verhaal voorgelezen over vogeltrek, waarbij verschillende vogels de revue passeren, van Jac Thijsse. Tevens feedback met tips en tops. Bij de tweede presentatie wordt ook voorgelezen uit een boek en het gaat over een favoriet "dier". Waar niemand echter aan dacht... het bleek over de mens te gaan, met al zijn grillen en kuren. En daarna feedback met tips en tops.
In groepjes van drie moeten we een aantal opgezette vogels benoemen en we mogen ook zelf een naam bedenken voor die vogels. Daarna volgt de bespreking en wordt er ook nog wat extra info gegeven.



Er volgt nog een opdracht. Joop laat vogelgeluiden horen. Op een stencil met kolommen kunnen we invullen wat we denken te horen. Daarna zien we de afbeelding van de vogel en dus het antwoord, wat in de tweede kolom ingevuld kan worden. Vogels die aan de orde zijn zijn goudvink, zwaluwen, havik, bosuil, steenuil, slobeend, wulp, scholekster, geelgors, koolmees, en tjiftjaf.
De cursusavond wordt afgesloten met mededelingen over komende excursieochtend za 9 september. De ontmoetingsplek is bij de parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, t.h.v. huisnr 26, gebied Takkenhoogte, ten zuiden van Zuidwolde.

We krijgen ook al wat info over de naderende mini-excursies (eind sept) die in de adoptieterreinen plaats zullen vinden. We worden ingedeeld in drie groepen. Elke groep bezoekt per keer drie adoptieterreinen, waarbij degene(n) die erover gaan een presentatie houden van een half uur op meerdere plekken. Dit vraagt om enig organisatietalent, want de cursisten zelf moeten met elkaar afspraken maken, telefonisch of via de mail etc., en ook zorgen voor de uitnodigingen. Meer info hierover tijdens de volgende cursusavond.

Verslag: Wilma