donderdag 7 september 2017

Lesverslag cursusavond 6 september: Vogels

De les begint met een welkomstgroet (na de zomervakantie) en mededelingen.
Daarna volgt het Natuurmoment. Bakjes, manden en dienbladen gaan rond, gevuld met gelig gekleurde paddenstoelen van een soort. De paddenstoelen worden bekeken, aangeraakt en er wordt aan geroken, vanwege de vraag: "Waar doet de geur je aan denken?" Het zou namelijk naar abrikozen kunnen ruiken, maar dat is niet echt duidelijk. Op de dienbladen blijkt iets eetbaars te liggen, namelijk toastjes met diezelfde paddenstoel. Het blijkt cantharel te zijn. Andere namen zijn hanekam en dooierzwam (vanwege de kleur). Eetbaar, maar alleen na verhitten.

Cantharel is populair vanwege de smaak en de lange houdbaarheid. Er volgt een uitleg over de vorm en het uiterlijk. Cantharel groeit in de grond, nooit op dood hout. Het zoeken naar de paddenstoelen kan lastig zijn, omdat anderen ze al geplukt kunnen hebben langs de paden. Cantharel staat in Nederland op de rode lijst. De paddenstoel is niet wettelijk beschermd, maar "rood" heeft wel een signaalfunctie. Ze komen steeds minder vaak voor. (Logisch, als iedereen ze loopt te plukken...... gedachtekronkel van de notulist). In Zweden gelden geen regels. De natuur is er voor vrij gebruik, mits iedereen er bewust en verstandig mee omgaat. De cantharel kan verward worden met valse hanekam, die niet giftig is, maar deze soort is niet lekker van smaak.



In het feedback moment worden tips en tops gegeven, met name door een persoon. Voorbeeld van een top: Gebruikte materialen en lekkernijen om te proeven. Wel was er veel gespreksstof, waardoor het geheel meer weg had van een 5 - minutenpraatje, maar daar werd een reden voor aangegeven. Een tip die voor iedereen van belang zou kunnen zijn: Regelmatig informatie uitwisselen met de groep kan ontspannend werken (beter dan dat je in je eentje een voordracht staat te houden).

Dan volgt de presentatie met beeldmateriaal over vogels door vogelkenner Jörgen de Bruin, IVN medewerker in het noorden van het land (werkterrein Lauwersmeer en de Alde Feanen in Friesland). Presentatie in vogelvlucht, want de tijd is beperkt.



Uitgelegd waarom vogels interessant zijn: Ze zijn overal, goed waar te nemen, vertonen bewegelijk gedrag, de meesten vliegen. Daarna gaat het over de bouw. Ze hebben holle botten, maar wel stevig. De snavel is van hoorn (lichter dan bot). Ze zijn gestroomlijnd en hebben vederlichte vleugels met stevige pennen. Dan info over de rui. Dat vindt meestal twee keer per jaar plaats, wat nodig is vanwege slijtage en winter/zomerkleed. Bij veel vogels gaat het geleidelijk aan waardoor ze kunnen blijven vliegen. Bij eenden en ganzen verloopt de rui in een keer, waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Voor deze vogels zijn schuilplekken dan van groot belang, omdat ze dan niet kunnen vluchten bij gevaar. Een rommelig, kaal verenpak wordt eclipskleed genoemd. Ze vallen zo niet zo op, wat beter/veiliger is in deze periode.

Daarna gaat het over voedsel. De onderverdeling bestaat uit planten/graseters, zaadeters, besseneters, insecteneters, vleeseters en viseters. Er is een relatie tussen voedsel en de snavelvorm. Planteneters hebben een grote dikke snavel, zoals bijv. ganzen. Zaadeters hebben stevige, puntige snavels, zoals vink, geelgors, groenling, putter (distelvink). Besseneters hebben een spits snaveltje, zoals kramsvogel en koperwiek. (opm: Latere bessen gaan gisten, waardoor de vogels wat "dronken" kunnen lijken bij het eten ervan). Insecteneters hebben een fijn snaveltje, zoals de bonte vliegenvanger en de specht. De specht heeft wel een langere snavel (en tong), omdat deze insecten uit boomschors moet halen. Vleeseters hebben een haaksnavel (en speciale poten), zoals de torenvalk, en de kerkuil. Bij viseters zie je variatie in snavelvormen, zoals bijv. haaksnavels en de aparte snavel van de lepelaar.

Er wordt extra info gegeven over de aalscholver. Deze vogel heeft geen vet verenkleed, omdat dit het duiken naar voedsel zou bemoeilijken. Vandaar dat je ze vaak aantreft in de speciale houding, waarbij ze hun verenpak laten drogen, met de vleugels wijd uiteen. Wat zang en geluid betreft gaat het om territorium en voortplanting, contactroepjes en de alarmroep.

Bij het onderwerp voortplanting worden een aantal dingen genoemd, namelijk zang, een mooi verenpak, baltsgedrag, nestbouw, aantal eieren, of het om nestblijvers of nestvlieders gaat en het aantal nesten per jaar. Op afbeeldingen is baltsgedrag/uiterlijk vertoon te zien van watersnip, kemphaan en fuut. De fuuten maken samen een mooie dans en bieden elkaar nestmateriaal aan. Bij kemphanen is het een ingewikkeld gebeuren, waarbij de zwakkere mannetjes zich voor kunnen doen als vrouwtjes. (De kemphaan is als broedvogel verdwenen, maar het baltsgedrag begint al wel in Nederland, op doortrek naar Skandinavië en de Baltische Staten.)

Op afbeeldingen zien we verschillende nesten, bijv. van de buizerd en de gangen in wanden van de oeverzwaluwen. Ook zien we de uiterlijke verschillen tussen nestvlieders (die al stevig op de pootjes staan) en nestblijvers (de kwetsbare, kale jongen). Roofvogels beginnen na het leggen van het eerste ei meteen met broeden, zodat er leeftijdverschil ontstaat tussen de jongen. Wanneer de eerste jongen uit het ei zijn, kan er bijv. ook nog een zijn die nog niet uitgekomen is. Aanbod van voedsel kan het aantal jongen bepalen. Er is sprake van enige planning wat dat betreft.

Dan vogeltrek op een kaart in beeld. Trekvogels volgen met name de kustlijnen voor oriëntatie en veiligheid. Er komen veel vogels uit Alaska en Siberië terecht in het Waddenzeegebied. Velen trekken ook langs de kusten van Afrika. Bij het onderwerp trekvogel of standvogel wordt een onderverdeling gemaakt. De standvogels zie je het hele jaar door in ons land (bijv. koolmezen, mussen). Zomergasten komen vanuit het zuiden (vaak insecteneters zoals grauwe klauwier).. Wintergasten komen vanuit het noorden (bijv. ganzen, keep en klapekster en de pestvogel als er in het noorden niet voldoende bessen zijn). Doortrekkers zijn hier tijdelijk om bij te tanken (zoals de groenpootruiter en de Noordse stern, de "grootste reiziger", die enorm lange afstanden aflegt). En zo nu en dan kun je een dwaalgast tegenkomen die hier per ongeluk verzeild raakt.

Voor het leren herkennen van vogels worden tips gegeven: Beginnen in februari. Dan zijn er nog niet veel soorten en is er nog geen blad aan de bomen; Gebruik van vogelgidsen, verrekijker/telescoop, vogel apps (incl. geluiden); Meegaan met vogelexcursies; Lid worden van een vogelwerkgroep.  
Zo af en toe worden er vragen beantwoord tussendoor.


Twee 5 - minutenpraatjes. Bij de eerste presentatie kunnen we vleugels zien van een eend. Daarna wordt een verhaal voorgelezen over vogeltrek, waarbij verschillende vogels de revue passeren, van Jac Thijsse. Tevens feedback met tips en tops. Bij de tweede presentatie wordt ook voorgelezen uit een boek en het gaat over een favoriet "dier". Waar niemand echter aan dacht... het bleek over de mens te gaan, met al zijn grillen en kuren. En daarna feedback met tips en tops.
In groepjes van drie moeten we een aantal opgezette vogels benoemen en we mogen ook zelf een naam bedenken voor die vogels. Daarna volgt de bespreking en wordt er ook nog wat extra info gegeven.



Er volgt nog een opdracht. Joop laat vogelgeluiden horen. Op een stencil met kolommen kunnen we invullen wat we denken te horen. Daarna zien we de afbeelding van de vogel en dus het antwoord, wat in de tweede kolom ingevuld kan worden. Vogels die aan de orde zijn zijn goudvink, zwaluwen, havik, bosuil, steenuil, slobeend, wulp, scholekster, geelgors, koolmees, en tjiftjaf.
De cursusavond wordt afgesloten met mededelingen over komende excursieochtend za 9 september. De ontmoetingsplek is bij de parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, t.h.v. huisnr 26, gebied Takkenhoogte, ten zuiden van Zuidwolde.

We krijgen ook al wat info over de naderende mini-excursies (eind sept) die in de adoptieterreinen plaats zullen vinden. We worden ingedeeld in drie groepen. Elke groep bezoekt per keer drie adoptieterreinen, waarbij degene(n) die erover gaan een presentatie houden van een half uur op meerdere plekken. Dit vraagt om enig organisatietalent, want de cursisten zelf moeten met elkaar afspraken maken, telefonisch of via de mail etc., en ook zorgen voor de uitnodigingen. Meer info hierover tijdens de volgende cursusavond.

Verslag: Wilma

   



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen