dinsdag 24 oktober 2017

Miniexcursies Helveen (Lhee), Kokse bargies (Vledder) en Wapserveense petgaten

Verslag excursies 7 oktober 2017.

Het Helveen in Lhee

We starten onze excursie-dag in het prachtige en zo historierijke dorpje of buurtschap Lhee waar we door Hennie gastvrij werden ontvangen in haar in aanbouw zijnde nieuwe huis. Lhee is een heel oud dorpje dat is ontstaan tussen 400 en 600 na Chr. En gekenmerkt wordt door de prachtige rietgedekte boerderijen. Vanaf de woning van Hennie rijden we naar haar adoptieterrein. Opvallend is het hoogteverschil in Lhee.  Het adoptieterrein van Hennie is het Helveen dat het laagste punt is in Lhee en een laagveenmoerasgebied is. Het Helveen heeft een duistere naam. Vroeger al was het een gebiedje waar je niet mocht komen en dus ook niet kwam, want je komt er niet meer uit zo was de gedachte. Je wordt vastgezogen in het moeras. Het is een gebied waar “de bullebak” woont en die wil je natuurlijk niet tegenkomen. Hennie vertelde dat ze aan een aantal ouderen gevraagd heeft of die weleens in het Helveen zijn geweest, maar niemand lijkt er ooit in te zijn geweest. Wel zijn er de verhalen waaruit blijkt dat het een spannend gebied is waarmee ook wel gedreigd werd als kinderen zich niet zo netjes gedroegen. Een bijzonder gebied dus dat Helveen dat eigendom is van drie particulieren en ook Staatsbosbeheer heeft eigendomsrechten op een deeltje van het gebied. Volgens Hennie is de naam Helveen een verbastering van L-veen. L heeft dan te maken met de maat van een turf.
 
Hennie legt ons aan de hand van oude kaarten de ligging en geschiedenis van het gebiedje uit.

Het is een bosje met moeras waarvan de bomen gebruikt werden als hakhout. Er staan voornamelijk elzen die het immers heel goed doen in een nat gebied maar ook zijn er welk berken. De ontwatering van het gebiedje gebeurd door een sloot die rond het gebied loopt.

Hennie legt ons uit waarom het gebied zo nat is. Dat heeft alles te maken met de keileem laag die er is en die niet waterdoorlatend is. Het water blijft hier dus op staan. Daarnaast is er kwel dat zorgt voor de vernatting. Oorspronkelijk waren het kleine perceeltjes en werd hier in dit laagveengebied turf gestoken.  Na de uitleg ging Hennie even naar haar auto en haalde daar een flink stuk touw uit.

Voorzichtig en in ganzenpas liepen we vervolgens achter onze gids aan het voor haar zo bekende gebied in. Ze heeft ons gewaarschuwd dicht bij elkaar te blijven en te zorgen dat je steeds een boom kunt vastpakken. Die waarschuwing is niet ten onrechte gegeven merk ik als ik vast zit en het mij dan wel heel veel moeite kost om weer los te komen en verder te lopen. 

Onze gids neemt ons wat verder mee haar adoptieterrein in en we ervaren het moerasachtige van dit terrein letterlijk aan den lijve. Het is goed dat Hennie ons op een wat hoger deel nog wat meer informatie geeft over de bomen en planten van het gebied.


In het adoptieterrein van Hennie krijgen we ook een mini-les paddenstoelen van Joop. Zo leren we onder andere de Bietengordijnzwam kennen (die ruikt echt naar rode bieten), maar worden ook andere paddenstoelen gevonden en besproken en daarmee sloten we weer aan op de lessen die we eerder in de week gekregen hadden.
 

Bij paddenstoelen is kijken belangrijk, maar ook ruiken en soms proeven.

     




   
Langzaam en heel voorzichtig gingen we weer terug.
In de evaluatie bleek dat we het een heel leerzame en leuke en ook een beetje spannende excursie gevonden hadden en werd Hennie gecomplimenteerd met haar kennis en de wijze waarop ze ons bij haar adoptieterrein betrok. We waren ook blij met haar als gids die haar adoptieterrein goed kent

We begrepen nu ook dat ze het touw meegenomen had als voorzorgsmaatregel voor het geval een van de deelnemers aan deze excursie zo vast was komen te zitten dat het onmogelijk was er op eigen kracht uit te komen.
Geruststellend was het feit dat, nadat het terrein door ons was verlaten, de hele groep weer compleet was. De bullebak had gelukkig hier in het Helveen geen slachtoffers gemaakt.
In colonne reden we daarna naar het adoptieterrein van Menno in Vledder.


Bos aan de Vledderlanden (in de volksmond Kokse Bosje genoemd) Vledder

Op de parkeerplaats in Vledder ontmoetten we ook Menno’s vrouw, zijn moeder en dochter die met ons deze excursie onder leiding van Menno gaan meedoen. Leuk dat ook zij met onze groep meegingen om door hem geïnformeerd te worden over zijn adoptieterrein en kennismaakten met de gidsvaardigheden. Leuk was ook om te merken dat ze van de tocht genoten en dingen zagen en hoorden die ook nieuw voor hen waren.


Van de parkeerplaats liepen we naar het bosgebied waar Menno ons officieel welkom heette bij de excursie. 
Hij vertelde ons iets over de geschiedenis van het gebied terwijl we op de rand van de gletsjerkom stonden die hier in de ijstijd (Saalien 370.000 – 130.000 jaar geleden) is gevormd. Het gebied in de kom waar we tijdens onze excursie naar het adoptieterrein van Menno waren, was eerst een heidegebied dat na 1900 ontgonnen is en in gebruik genomen voor de akkerbouw. Later is het een vergeten gebied geworden dat is dicht gegroeid en weer een bos-heidegebied  is geworden.


Menno geeft uitleg en vertelt over de natuurwaarden in het gebied.

Het Kokse bosje was ooit dè bestemming voor de schoolreisjes. Kinderen konden er heerlijk spelen en ravotten en het was een redelijk overzichtelijk geheel. Het was (en is) ook wel het gebruiksbos van het dorp Vledder. Nu erdoor heen lopende valt op dat er erg veel bramen en ook brandnetels zijn maar ook valt de grote hoeveelheid Amerikaanse vogelkers op. Duidelijk is ook dat het bos door veel hondenbezitters van Vledder gezien wordt als de hondenuitlaat-plek. Het is een mooi en zeer afwisselend natuurgebied dat heuvelachtig is. Delen zijn geplagd om de natuur weer zijn gang te kunnen laten gaan. We zien dan ook kraaiheide en dopheide in het terrein. Tegelijkertijd zien we dat ondanks het plaggen het gras toch ook weer terugkomt.
De gemeente Westerveld is bezig met het opstellen van een beheersplan voor dit natuurgebied. Het beheer is ook in handen van de gemeente de uitvoering uitbesteedt aan Landschapsbeheer Drenthe.
 .
Menno geeft uitleg en beantwoordt de vragen van de groep.

Tijdens de wandeling worden veel vragen gesteld over het terrein en de ontwikkelingen in het gebied terwijl er ook nu weer aandacht is voor de veelheid en verscheidenheid aan paddenstoelen die in dit gebied te vinden is.

Terwijl de groep onder leiding van de gids langzaam verder loopt blijft Joop nog even geïnteresseerd staan bij wat paddenstoelen

Het mooie van het gebied is ook dat het gaat om een stukje natuur dat zichzelf heeft gemaakt en zichzelf steeds weer vernieuwd heeft na ingrijpen door de mens. In de afgelopen periode is er inmiddels wel veel gekapt en ook is er een poel aangelegd. In het terrein is ook goed te zien welke delen inmiddels goed worden beheerd en welke delen nog aangepakt moeten gaan worden.
Het deel van het terrein dat nog moet worden aangepakt is inmiddels vrijwel helemaal dichtgegroeid. Menno gaf aan dat het terrein misschien wel helemaal niet zo’n bijzonder terrein is vanwege de aanwezigheid van planten en dieren maar voor hem is het een geweldig plek om te komen en te genieten van de natuur zo dicht bij huis. De natuur als een plek waar mensen weer kunnen opademen.

Tijdens de evaluatie werd Menno bedankt voor de zeer informatieve en boeiende excursie en gecomplimenteerd met de manier waarop hij die uitvoerde. Aangegeven werd ook dat het dapper was om je familie uit te nodigen voor zo’n “proeve van bekwaamheid”.

Vervolgens reden we van het adoptieterrein van Menno in Vledder naar het naar het terrein dat Adri van der Weyde heeft geadopteerd.

Excursie Wapserveense Petgaten.

We starten de excursie op de plaats waar we de auto’s parkeerden met een korte uitleg over het gebied waarin het adoptieterrein ligt.

Adri vertelde dat het hele gebied een zogenoemd laagveenmoerasland is van ruim 54 ha. waarin de Wapserveense Petgaten liggen die hij als adoptieterrein en daarmee als speciaal aandachtsgebied heeft gekozen. Om daar te komen liepen we, vanaf onze parkeerplek, langs de Polder ten Cate, een oud landbouwgebied dat sinds een tiental jaren in bezit is van Staatsbosbeheer. Deze terreinbeheerder is eigenaar van het hele gebied en heeft heel veel zorg voor het gebied. Het is dan ook een belangrijk vogelrust en broedgebied is waar in april 2005 voor het eerst in Nederland een broedende wilde zwaan werd aangetroffen. Helaas bleef dit broedgeval zonder succes ook al werden er wel vier donsjongen gezien maar die waren na 21 dagen niet meer aanwezig. In 2006 werd er opnieuw een stel broedende zwanen gezien. Dit broedgeval was wel succesvol en er werden twee jongen vliegvlug.

Voor Adri is de wandeling naar het adoptieterrein over de zandweg een belangrijk onderdeel van de excursie vanwege de kennismaking met de schoonheid en wijdheid van het gebied, maar ook vanwege de mogelijkheid om heel veel vogels te zien en vaak ook te horen en op die manier te merken dat het teruggeven van dit landbouwgebied aan de natuur een enorm positief effect heeft op die natuur. Dat geldt de geweldige vogelrijkdom maar ook een enorme variëteit aan planten en andere dieren. Adri vroeg nog aandacht voor de Wapserveense Aa, een beek die vooral ook belangrijke functie heeft in de afwatering van dit gebied. Het is een gekanaliseerde beek waardoor water sneller kan worden afgevoerd. Aan de hand van kaarten van het gebied uit verschillende tijden werd de waterhuishouding van het gebied verduidelijkt en ook zichtbaar dat de eens meanderende beek later werd gekanaliseerd om water sneller te kunnen afvoeren. Hierbij hebben we stilgestaan bij de controverse tussen ecologie en economie of misschien moet je wat minder hard zeggen dat het gaat om de spannende relatie tussen cultuur en natuur.



De Wapserveense Aa links en polder Ten Cate rechts.

Na een stevige wandeling van een klein kwartier kwamen we aan bij een van de Wapserveense petgaten, het adoptieterrein van Adri. Hier werd uitleg gegeven over het ontstaan van petgaten en ook over de motivatie om juist voor een petgat als adoptieterrein te kiezen.


Duidelijk werd dat voor Adri in de naam `pet- gat` een deel van die motivatie zit. Want als iets `pet` is dan is het uitdagend genoeg om te onderzoeken wat er dan zo `pet` aan is. Een ander deel van de motivatie heeft te maken met het feit dat hij vanuit zijn woonkamer over de weilanden kijkend de petgaten als horizon heeft. Interessant is dan om te kijken wat er achter die bomenrij zit.

Ook werden op de iPad foto’s getoond van verschillende stadia van begroeiing.


Direct al bij de ingang van het petgat werden drollen gezien vlak naast een ca. 15 centimeter diep taps toelopend putje dat misschien wel gemaakt is door een das.

Niet eerder werden door Adri sporen van een das gevonden in dit adoptieterrein.   
Adri nam de drollen mee om ze verder te bestuderen en op te zoeken of ze van een das zijn.
Dat laatste blijkt het geval te zijn. Eerder werden wel al keutels gezien van vossen, van reeën, hazen en ook zijn er sporen van een otter gezien.

We liepen vervolgens naar het petgat onderweg getrakteerd op de doordringende geur van nog bloeiende watermunt.

Een petgat blijkt een langgerekte strook te zijn waar het veen is uitgebaggerd. Dat veen werd vervolgens op de naastgelegen smalle stroken, de zogenoemde legakkers, te drogen gelegd werd om na droging als turf te worden vervoerd.  In de loop van de tijd groeien deze petgaten weer dicht met allerlei waterplanten waardoor er weer opnieuw veen ontstaan kan.
De vervening, het uitbaggeren van het veen, gebeurde in dit laagveengebied ook al in de dertiende en veertiende eeuw door Friezen en avontuurlijke Drenten. Ook in de negentiende eeuw vond vervening plaats. Het uitbaggeren gebeurde met de hand en Adri liet bij het verhaal over vervening en verlanding ook een afbeelding zien van een baggerbeugel die werd gebruikt om het veen op de kant te krijgen. Aan die beugel zit een stok van acht meter en met de scherpe kant over de bodem werd het veen in het net geschept.


Door het uitgraven en het ontstaan van de petgaten ontstaat een botanisch interessant gebied met dieren voor wie juist deze leefomgeving zo belangrijk is.
Het adoptieterrein van Adri wordt ook gekenmerkt als een elzen-broekland. Dat werd een stukje verderop nog duidelijker zichtbaar vanwege de elzen die rond en in het (kwel-) water staan.
Het is een gebied waar bijvoorbeeld veel sijzen te horen en zien zijn, maar waar ook de blauwborst zich laat horen evenals bijvoorbeeld de snor. Terwijl we ter plaatse waren werd duidelijk dat er ook raven zijn. Adri vertelde dat hij bijna twee maanden niet in het gebied kon komen vanwege het feit dat er een sperwernest is waarin gebroed werd.
Tijdens de wandeling zagen we verschillende planten waaronder een bloeiende kale jonker.

 

Deze laatbloeiende kale jonker, een vederdistel die zo kenmerkend is voor vochtige tot zeer vochtige graslanden en het hier goed doet troffen we ook aan.


We sloten de excursie ook nu weer af met een korte evaluatie waarin een positieve waardering van de gids werd uitgesproken. Enkele leden van de groep verlieten vanwege het late tijdstip vervolgens de groep en enkele anderen bleven nog, buiten de officiële excursietijd, om wat langer te kunnen genieten van dit bijzondere gebied.



Verslag:
Adri van der Weyde





woensdag 18 oktober 2017

Planten en hun relaties

Cursusavond 4 oktober 2017

Het was aan Jan en Joop om deze avond grotendeels te vullen met presentaties over planten en hun relaties en gezwam over zwammen. Voordat Jan echter van start gaat deelt Guido mede dat de verslagen van de adoptieterreinen uiterlijk 31 jan 2018 bij Grietje binnen moeten zijn. Het verslag bedraagt maximaal 15 pagina’s.

Planten krijgen vaak een plaats onderin de voedselpiramide toegeschreven als het gaat om functie van planten in de natuur. De werkelijkheid is vaak vele malen complexer. Beter kan men uitgaan van een complex voedselweb waarin relaties kris kras door elkaar lopen.


Na deze intro stipt Jan in een razend tempo (dat menigeen doet duizelen) een groot scala aan relaties tussen planten en organismen aan. Er kan sprake zijn van symbiose; predatie; parasitisme; mutualisme en zaadverspreiders. Een plant kan in een dergelijke relatie leven met bijvoorbeeld insecten; aaltjes; duizendpoten; mijten; schimmels; bacteriën of virussen.

Aaltjes prikken bijvoorbeeld in de wortel van de plant en teren vervolgens op het sap dat ze uit de plant halen. Er is dan sprake van een planten parasitair aaltje. Er bestaan echter ook schimmel etende en insecten etende aaltjes. Wanneer dit soort informatie tot mij komt ben ik altijd onder de indruk van de grootsheid en veelkleurigheid van de natuur. Zo had ik moeite om ook tijdens deze presentatie mijn onderkaak niet tot op mijn borstbeen te laten zakken.

Plantweerbaarheid komt ook aan de orde. Hoe blijven planten in leven ondanks predatie en parasitisme? Planten kunnen verschillende afweersystemen hebben. Gifstoffen; ondoordringbaarheid of geurstoffen. Ook kunnen planten reageren door bijvoorbeeld stoffen af te geven of planteigen cellen af te sluiten. Zo kan een plant exudaten (suikers) afscheiden om zodoende het bodemleven te stimuleren. Iets wat de plant zelf weer ten goede kan komen.

Net als Jan heeft Joop er de gang goed in vanavond. Hij start te vertellen over kenmerken van schimmels (via sporen verspreid); slijmzwammen (op de grens van plant en dier, kennen een animale fase en een vegetatieve fase) en paddenstoelen (hebben plaatjes).


Een van de deelnemers merkt tussendoor op dat beweerd wordt dat alleen het aanraken van zwammen al vergiftigen kan. Joop doet dit af met de bewering dat dit ‘jan met de korte achternaam-koek’ is.

Een van de kernonderwerpen van de avond is het leven in de bodem en de relaties die planten hier aangaan met organismen. Zo gaan leven planten ook in relatie met zwammen. Zogenaamde mycorhiza ‘breien’ sokken om de wortels van bomen en heesters en helpt zodoende de boom te voeden met water en mineralen.

Paddenstoelen hadden voorheen niet mijn interesse. Na deze avond en zeker na het horen van het soortspecifieke bestaan van sommige paddenstoelen is deze zeer zeker gewekt. Bijzonder dat op bijvoorbeeld elk deel van een eikenboom een andere paddenstoel leeft (eikentak; eikenblad; eikenbladnerf; eikel; eikelhoedje…) Alleen in Drenthe al zijn er grofweg 2500 soorten bekend.

Aan Menno vervolgens de schone taak om zijn 5-minutenpraatje te houden. Menno vertelt ons over shinrin yoku. Een Japanse term die in het engels als ‘forest bathing’ vertaald wordt. Het gaat erom je volledig onder te dompelen in een bos en hierbij alle zintuigen open te zetten. Japans onderzoek heeft aangetoond dat het stress vermindert; zorgt voor meer energie en het humeur verbeterd. Zelfs na 1 maand zou het nog meetbaar zijn. Menno wordt geprezen om zijn enthousiasme en rustige manier van presenteren.

Michiel houdt aansluitend zijn 5-minutenpraatje. Schapen staan op het program. Michiel verteld vanuit zijn kennis en kunde over het hoeden van een schaapskudde. 11 maanden per jaar worden de schapen gehoed en beheren ze het landschap. De resterende maand is lammertijd. De tijd dat de schapen in de kooi blijven. Het hoofddoel van de schaapskudde is het begrazen van het gebied. Daarnaast levert het grove wol en een beetje vlees. Michiel krijgt als feedback dat hij erg goed gebruik gemaakt heeft van powerpoint. Ook viel zijn humor goed bij de toehoorders.

Afsluitend (en daarmee sluit ik ook dit verslag af) mochten we in 3-tallen nog even brainstormen over verschillende relaties tussen planten en dieren. Dit om na een avond boordevol informatie na te denken over de complexiteit van de natuur. Al met al weer een zeer boeiende cursusavond!

Harmen van der Wal

dinsdag 17 oktober 2017

Mini-excursies 14 oktober 2017

Emmen, zuidwestzijde Grote rietplas, door Boukje.

Het thema van Baukjes excursie is herfst.
We worden verwelkomd en krijgen een boekje uitgereikt met dieren en planten die in dit gebied voorkomen.
Het ziet er allemaal wat doods uit nu bijna alles is uitgebloeid, maar als je goed kijkt zie je bij verschillende bomen al weer nieuwe knoppen ontstaan. We pulken een knopje open en zien en voelen een wit pluizig katje.
Toch nog een paar mooi bloeiende bomen, de kardinaalsmuts en de gelderse roos.
We komen langs verschillende waters. De kleur van het water is verschillend.



De grote Rietplas is een uitgebaggerde plas, het water is er wat troebel, dit komt doordat ze zo diep gegraven hebben, dat ze ook de leemlaag hebben aangetast. De kleine leemdeeltjes dwarrelen door het water. De opgeloste leem is zo klein dat het niet neerslaat, waardoor er een grijzige zweem over het water ligt.
Bij het adoptieterrein aangekomen, vertelt Boukje enthousiast over haar terrein en waarom ze hiervoor gekozen heeft.
Het zijn twee stukken aaneengesloten land tussen de Rietplas en een ander gegraven water. Het ene stukje land wordt begraasd door koeien en schapen het andere stukje wordt ongemoeid gelaten. Wat is het effect van de begrazing? Met name op het begraasde deel wordt al het riet opgegeten door de koeien.
Het gebied kan Boukje zelf vanaf haar huis meet een bootje bereiken.
Bijzondere waarnemingen: visdiefje, ijsvogel, orchidee, slijmalg en waterzakmosdiertje.




Hardenberg, Oude Rheezerweg 3, door Jacobien.

We staan in de achtertuin waar Jacobien als meisje opgegroeid is. Het is een stuk trilveen.
Jacobien verteld over de historie van dit gebied. Lang geleden is hier veen afgegraven. Je kunt in het landschap nog de weren en ribben zien liggen. Door de afgraving ontstond er een meer waar vervolgens weer veen aan het vormen is.
Heel mooi zie je door de kleur van de vegetatie, de nattere en drogere stukken.
We mogen het gebied in om te ervaren wat trilveen is. We worden gewaarschuwd want niet overal is het trilveen even hoog, het gevaar is dat je er dan doorheen zakt.
Wat een beleving om zo te veren in de weren.


Als we erop veren borrelt de lucht uit de grond en ruiken we een vleugje zoetigheid. Het lucht uit de grond opborrelt is methaangas, dat vrijkomt bij het rotten van de plantenresten.
Er staan ook veel russen, we kennen allemaal wel pitrus, en daar lijkt het ook op, maar bij het voelen blijkt deze hol te zijn met tussenschotjes, het is veldrus. Ook zien we holpijp, waternavel en drietand. In de zomer zijn hier ook orchideeën te bewonderen.
Er zijn allerlei plannen om het gebied te veranderen.
Jacobien houdt dit goed in de gaten.



Rheeze, Rheezerweg 81a, door Tinus.

Het adoptieterrein van Tinus  bevat een zandweg, met schouwsloot een boszoom een oud hakhoutbosje en een mooi ingesloten water de Kalmoeskolk geheten.
Tinus deelt ons een formulier uit waar allemaal punten op staan die we in het gebied tegenkomen die door de mens zijn aangebracht.
Van ons wil hij weten wat wij de voor en nadelen vinden van deze punten.


Ieder schrijft het voor zich op. Op de terugreis zullen we de punten bespreken en bediscussiëren.
Aan het eind van alle punten staat een picknicktafel.
We gaan meteen zitten en genieten hier van het mooie uitzicht over het Vechtdal. Geholpen door het zonnetje weten we Tienes te overtuigen dat we de punten hier terplekke gaan bespreken.
Op de terug weg schieten we nog even een zijpad in om een blik te werpen op de Kalmoeskolk, die vroeger gebruikt is als drinkplaats voor het vee.

Wederom 3 totaal verschillende excursies. Veel gezien, veel geleerd.

Ter afsluiting  van de mini-excursies gaan we naar de Beerzer Bulten om te genieten van een lekkere pannenkoek. Leuk om te horen hoe iedereen de excursies ervaren heeft.
Weetje: Jacobien en Tinus geven hier al excursies voor de camping en hotelgasten.

Verslag Henny Hauschild

Mini-excursies 23 september

Op een stralende zaterdag start de mini excursie van Ronny op Industrieweg 20 met een presentatie binnen. Voor Henny en mij, op de fiets lastig te vinden, waardoor we de aftrap gemist hebben. Door omstandigheden waren we allebei niet mobiel bereikbaar, maar werden dankzij Grietje op de juiste plek binnengeloodst. Na een heerlijk plakje zelfgebakken cake, gefeliciteerd Joke M.!, gingen we naar buiten, op weg naar de Ekelenberg, althans wat daarvan over is. Uit Ronnies verhaal blijkt, dat het, na het opheffen van de camping, een prachtig verwilderd terrein was. Echter, bulldozers hebben dit grondig veranderd. Via een grafheuvel bekeken we zijn terrein van een afstandje. Duidelijk werd door vegetatie zichtbaar, dat dit rechthoekig deel een zeer vochtig gebied is, ook al ligt het op een zekere hoogte. Voorheen werd hier groen afval gedumpt door de gemeente, de bodem zakt nog steeds in. Wel jammer dat we geen voet op het terrein zelf gezet hebben……….. Of misschien wel beter, als er toch iets anders gedumpt was? 

Vanuit hier liepen we terug naar de auto’s. Stomverbaasd constateren Henny en ik, dat al deze natuurliefhebbers de auto hadden gepakt. Zeker vijf van de anderen wonen in Zuidwolde, Hoogeveen of directe omgeving. Foei!

Bas legt zeer nadrukkelijk uit dat we vanaf hier, waar al die auto’s staan, met twee auto’s naar zijn verzamelplek gaan rijden. “Volg mij!”, maar zelfs met toeteren krijgt hij de derde auto(………) niet de goede kant op. Blijkt in die derde auto de begeleiding te zitten, die de excursies moet evalueren. Daar het wachten toch wat langer duurt, besluit Bas een koffiepauze in te lassen op de verzamelplek. “Met de fiets waren we veel sneller geweest”, denk ik nog.

Lopend over het ecoduct krijgen we uitleg waarom en hoe dit nieuwe stuk natuur is ingevuld. Een platgetrapte paardenbijter(libel) mag ik van Bart in mijn Petri schaaltje bewaren, gelukkig heb ik die altijd bij me op excursies, evenals loep en verrekijker. Leuk dat ook op weg naar het terrein, het Steenberger Oosterveld, allerlei sporen te vinden zijn. Zo hangt in het prikkeldraad een wit pluisje haar, duidelijk van een das. Wanneer Bas zijn uitleg begint op het terrein zelf, moet ik met spijt bekennen dat ik recentelijk op het fietspad vlakbij een slang (waarschijnlijk een gladde) heb overreden. Hij legt uit dat ze sinds kort wat meer voorkomen………..Ai!

We gaan op zoek naar sporen van dassen en gaan ook een dassenburcht bezoeken. We hebben goedkeuring om zelfs buiten de paden te lopen. Al op het pad vlakbij de ingang vinden we een uitwerpsel, dat qua vorm en inhoud van een das lijkt te zijn. Kort daarna zien we een maiskolf, waar duidelijk aan gepeuzeld is. Even verderop een latrine in aanleg, enkele kuilen in een rondje, nog niet gevuld. We staan even stil bij een afwijkend klein paadje, door de dassen zelf “aangelegd” dat naar de burcht leidt en volgen dit. Een korte instructie over hoe we ons horen te gedragen in de oren geknoopt. Maar de belofte op veel pootafdrukken van de das, kan Bas niet waarmaken. Helaas hebben de Schotse Hooglanders op de burcht rondgebanjerd en hun verse, ook riekende, sporen achtergelaten. “Gisteravond waren ze er nog!”……..Jaja

Joke neemt het verhaal vanaf hier over en leidt ons naar een Hoornaarnest. Met gepaste afstand, stom dat ik mijn allergie pilletjes niet ingenomen heb, volg ik het verhaal over deze reusachtige wespen. Een stukje honingraat trekt mij iets dichterbij. Een prachtig bouwsel, licht als papier. In een bosje doorkruisen we een groepje Hooglanders, die een powernap doen, waarbij ik me lichtelijk bezwaard voel. Tussen imposante hoorns verschuilen ogen, die ik niet durf aan te kijken, zich achter een gordijn van haar. “Wanneer zijn we er?”, vraagt ook Grietje zich af, die op tijd bij een volgende afspraak moet zijn. Mijn voeten beginnen al aardig te protesteren, die zijn geen wandelaars, vooral niet in laarzen. Bij een maisveld wordt een toelichting gegeven over de gespannen voet, waarop boeren en natuurliefhebbers leven. Dankzij Bart krijgen we ook oog voor de “ravage” die dassen aanrichten, als ze eten zoeken. Op een venig terrein, waar we een prachtig vennetje gepasseerd zijn, eindigt de presentatie. Kilometers en minstens een half uur lopen verwijderd van de auto’s. De begeleiders zijn al niet meer aanwezig. Evaluatie volgt op schrift.

\Dan de terugweg nog. Met zo’n groep natuurminners duurt het nog wel even voor we bij de auto’s zijn. Nu komen allerlei plantjes geen aandacht te kort. Gelukkig dat mijn knorrende maag op de parkeerplek een tompouce mag ontvangen, die Bart heeft achtergelaten voor ons, gefeliciteerd Bart! Samen met Henny fiets ik naar een bijzonder restaurantje in de buurt, waar we, onder het genot van een uitgebreide lunch, onze voeten even rust kunnen geven. Wij hoeven vanavond niet meer te koken!
Ja, het is afzien zo’n excursie, maar we hebben genoten!

Verslag Marian Brouwer