dinsdag 24 oktober 2017

Miniexcursies Helveen (Lhee), Kokse bargies (Vledder) en Wapserveense petgaten

Verslag excursies 7 oktober 2017.

Het Helveen in Lhee

We starten onze excursie-dag in het prachtige en zo historierijke dorpje of buurtschap Lhee waar we door Hennie gastvrij werden ontvangen in haar in aanbouw zijnde nieuwe huis. Lhee is een heel oud dorpje dat is ontstaan tussen 400 en 600 na Chr. En gekenmerkt wordt door de prachtige rietgedekte boerderijen. Vanaf de woning van Hennie rijden we naar haar adoptieterrein. Opvallend is het hoogteverschil in Lhee.  Het adoptieterrein van Hennie is het Helveen dat het laagste punt is in Lhee en een laagveenmoerasgebied is. Het Helveen heeft een duistere naam. Vroeger al was het een gebiedje waar je niet mocht komen en dus ook niet kwam, want je komt er niet meer uit zo was de gedachte. Je wordt vastgezogen in het moeras. Het is een gebied waar “de bullebak” woont en die wil je natuurlijk niet tegenkomen. Hennie vertelde dat ze aan een aantal ouderen gevraagd heeft of die weleens in het Helveen zijn geweest, maar niemand lijkt er ooit in te zijn geweest. Wel zijn er de verhalen waaruit blijkt dat het een spannend gebied is waarmee ook wel gedreigd werd als kinderen zich niet zo netjes gedroegen. Een bijzonder gebied dus dat Helveen dat eigendom is van drie particulieren en ook Staatsbosbeheer heeft eigendomsrechten op een deeltje van het gebied. Volgens Hennie is de naam Helveen een verbastering van L-veen. L heeft dan te maken met de maat van een turf.
 
Hennie legt ons aan de hand van oude kaarten de ligging en geschiedenis van het gebiedje uit.

Het is een bosje met moeras waarvan de bomen gebruikt werden als hakhout. Er staan voornamelijk elzen die het immers heel goed doen in een nat gebied maar ook zijn er welk berken. De ontwatering van het gebiedje gebeurd door een sloot die rond het gebied loopt.

Hennie legt ons uit waarom het gebied zo nat is. Dat heeft alles te maken met de keileem laag die er is en die niet waterdoorlatend is. Het water blijft hier dus op staan. Daarnaast is er kwel dat zorgt voor de vernatting. Oorspronkelijk waren het kleine perceeltjes en werd hier in dit laagveengebied turf gestoken.  Na de uitleg ging Hennie even naar haar auto en haalde daar een flink stuk touw uit.

Voorzichtig en in ganzenpas liepen we vervolgens achter onze gids aan het voor haar zo bekende gebied in. Ze heeft ons gewaarschuwd dicht bij elkaar te blijven en te zorgen dat je steeds een boom kunt vastpakken. Die waarschuwing is niet ten onrechte gegeven merk ik als ik vast zit en het mij dan wel heel veel moeite kost om weer los te komen en verder te lopen. 

Onze gids neemt ons wat verder mee haar adoptieterrein in en we ervaren het moerasachtige van dit terrein letterlijk aan den lijve. Het is goed dat Hennie ons op een wat hoger deel nog wat meer informatie geeft over de bomen en planten van het gebied.


In het adoptieterrein van Hennie krijgen we ook een mini-les paddenstoelen van Joop. Zo leren we onder andere de Bietengordijnzwam kennen (die ruikt echt naar rode bieten), maar worden ook andere paddenstoelen gevonden en besproken en daarmee sloten we weer aan op de lessen die we eerder in de week gekregen hadden.
 

Bij paddenstoelen is kijken belangrijk, maar ook ruiken en soms proeven.

     




   
Langzaam en heel voorzichtig gingen we weer terug.
In de evaluatie bleek dat we het een heel leerzame en leuke en ook een beetje spannende excursie gevonden hadden en werd Hennie gecomplimenteerd met haar kennis en de wijze waarop ze ons bij haar adoptieterrein betrok. We waren ook blij met haar als gids die haar adoptieterrein goed kent

We begrepen nu ook dat ze het touw meegenomen had als voorzorgsmaatregel voor het geval een van de deelnemers aan deze excursie zo vast was komen te zitten dat het onmogelijk was er op eigen kracht uit te komen.
Geruststellend was het feit dat, nadat het terrein door ons was verlaten, de hele groep weer compleet was. De bullebak had gelukkig hier in het Helveen geen slachtoffers gemaakt.
In colonne reden we daarna naar het adoptieterrein van Menno in Vledder.


Bos aan de Vledderlanden (in de volksmond Kokse Bosje genoemd) Vledder

Op de parkeerplaats in Vledder ontmoetten we ook Menno’s vrouw, zijn moeder en dochter die met ons deze excursie onder leiding van Menno gaan meedoen. Leuk dat ook zij met onze groep meegingen om door hem geïnformeerd te worden over zijn adoptieterrein en kennismaakten met de gidsvaardigheden. Leuk was ook om te merken dat ze van de tocht genoten en dingen zagen en hoorden die ook nieuw voor hen waren.


Van de parkeerplaats liepen we naar het bosgebied waar Menno ons officieel welkom heette bij de excursie. 
Hij vertelde ons iets over de geschiedenis van het gebied terwijl we op de rand van de gletsjerkom stonden die hier in de ijstijd (Saalien 370.000 – 130.000 jaar geleden) is gevormd. Het gebied in de kom waar we tijdens onze excursie naar het adoptieterrein van Menno waren, was eerst een heidegebied dat na 1900 ontgonnen is en in gebruik genomen voor de akkerbouw. Later is het een vergeten gebied geworden dat is dicht gegroeid en weer een bos-heidegebied  is geworden.


Menno geeft uitleg en vertelt over de natuurwaarden in het gebied.

Het Kokse bosje was ooit dè bestemming voor de schoolreisjes. Kinderen konden er heerlijk spelen en ravotten en het was een redelijk overzichtelijk geheel. Het was (en is) ook wel het gebruiksbos van het dorp Vledder. Nu erdoor heen lopende valt op dat er erg veel bramen en ook brandnetels zijn maar ook valt de grote hoeveelheid Amerikaanse vogelkers op. Duidelijk is ook dat het bos door veel hondenbezitters van Vledder gezien wordt als de hondenuitlaat-plek. Het is een mooi en zeer afwisselend natuurgebied dat heuvelachtig is. Delen zijn geplagd om de natuur weer zijn gang te kunnen laten gaan. We zien dan ook kraaiheide en dopheide in het terrein. Tegelijkertijd zien we dat ondanks het plaggen het gras toch ook weer terugkomt.
De gemeente Westerveld is bezig met het opstellen van een beheersplan voor dit natuurgebied. Het beheer is ook in handen van de gemeente de uitvoering uitbesteedt aan Landschapsbeheer Drenthe.
 .
Menno geeft uitleg en beantwoordt de vragen van de groep.

Tijdens de wandeling worden veel vragen gesteld over het terrein en de ontwikkelingen in het gebied terwijl er ook nu weer aandacht is voor de veelheid en verscheidenheid aan paddenstoelen die in dit gebied te vinden is.

Terwijl de groep onder leiding van de gids langzaam verder loopt blijft Joop nog even geïnteresseerd staan bij wat paddenstoelen

Het mooie van het gebied is ook dat het gaat om een stukje natuur dat zichzelf heeft gemaakt en zichzelf steeds weer vernieuwd heeft na ingrijpen door de mens. In de afgelopen periode is er inmiddels wel veel gekapt en ook is er een poel aangelegd. In het terrein is ook goed te zien welke delen inmiddels goed worden beheerd en welke delen nog aangepakt moeten gaan worden.
Het deel van het terrein dat nog moet worden aangepakt is inmiddels vrijwel helemaal dichtgegroeid. Menno gaf aan dat het terrein misschien wel helemaal niet zo’n bijzonder terrein is vanwege de aanwezigheid van planten en dieren maar voor hem is het een geweldig plek om te komen en te genieten van de natuur zo dicht bij huis. De natuur als een plek waar mensen weer kunnen opademen.

Tijdens de evaluatie werd Menno bedankt voor de zeer informatieve en boeiende excursie en gecomplimenteerd met de manier waarop hij die uitvoerde. Aangegeven werd ook dat het dapper was om je familie uit te nodigen voor zo’n “proeve van bekwaamheid”.

Vervolgens reden we van het adoptieterrein van Menno in Vledder naar het naar het terrein dat Adri van der Weyde heeft geadopteerd.

Excursie Wapserveense Petgaten.

We starten de excursie op de plaats waar we de auto’s parkeerden met een korte uitleg over het gebied waarin het adoptieterrein ligt.

Adri vertelde dat het hele gebied een zogenoemd laagveenmoerasland is van ruim 54 ha. waarin de Wapserveense Petgaten liggen die hij als adoptieterrein en daarmee als speciaal aandachtsgebied heeft gekozen. Om daar te komen liepen we, vanaf onze parkeerplek, langs de Polder ten Cate, een oud landbouwgebied dat sinds een tiental jaren in bezit is van Staatsbosbeheer. Deze terreinbeheerder is eigenaar van het hele gebied en heeft heel veel zorg voor het gebied. Het is dan ook een belangrijk vogelrust en broedgebied is waar in april 2005 voor het eerst in Nederland een broedende wilde zwaan werd aangetroffen. Helaas bleef dit broedgeval zonder succes ook al werden er wel vier donsjongen gezien maar die waren na 21 dagen niet meer aanwezig. In 2006 werd er opnieuw een stel broedende zwanen gezien. Dit broedgeval was wel succesvol en er werden twee jongen vliegvlug.

Voor Adri is de wandeling naar het adoptieterrein over de zandweg een belangrijk onderdeel van de excursie vanwege de kennismaking met de schoonheid en wijdheid van het gebied, maar ook vanwege de mogelijkheid om heel veel vogels te zien en vaak ook te horen en op die manier te merken dat het teruggeven van dit landbouwgebied aan de natuur een enorm positief effect heeft op die natuur. Dat geldt de geweldige vogelrijkdom maar ook een enorme variëteit aan planten en andere dieren. Adri vroeg nog aandacht voor de Wapserveense Aa, een beek die vooral ook belangrijke functie heeft in de afwatering van dit gebied. Het is een gekanaliseerde beek waardoor water sneller kan worden afgevoerd. Aan de hand van kaarten van het gebied uit verschillende tijden werd de waterhuishouding van het gebied verduidelijkt en ook zichtbaar dat de eens meanderende beek later werd gekanaliseerd om water sneller te kunnen afvoeren. Hierbij hebben we stilgestaan bij de controverse tussen ecologie en economie of misschien moet je wat minder hard zeggen dat het gaat om de spannende relatie tussen cultuur en natuur.



De Wapserveense Aa links en polder Ten Cate rechts.

Na een stevige wandeling van een klein kwartier kwamen we aan bij een van de Wapserveense petgaten, het adoptieterrein van Adri. Hier werd uitleg gegeven over het ontstaan van petgaten en ook over de motivatie om juist voor een petgat als adoptieterrein te kiezen.


Duidelijk werd dat voor Adri in de naam `pet- gat` een deel van die motivatie zit. Want als iets `pet` is dan is het uitdagend genoeg om te onderzoeken wat er dan zo `pet` aan is. Een ander deel van de motivatie heeft te maken met het feit dat hij vanuit zijn woonkamer over de weilanden kijkend de petgaten als horizon heeft. Interessant is dan om te kijken wat er achter die bomenrij zit.

Ook werden op de iPad foto’s getoond van verschillende stadia van begroeiing.


Direct al bij de ingang van het petgat werden drollen gezien vlak naast een ca. 15 centimeter diep taps toelopend putje dat misschien wel gemaakt is door een das.

Niet eerder werden door Adri sporen van een das gevonden in dit adoptieterrein.   
Adri nam de drollen mee om ze verder te bestuderen en op te zoeken of ze van een das zijn.
Dat laatste blijkt het geval te zijn. Eerder werden wel al keutels gezien van vossen, van reeën, hazen en ook zijn er sporen van een otter gezien.

We liepen vervolgens naar het petgat onderweg getrakteerd op de doordringende geur van nog bloeiende watermunt.

Een petgat blijkt een langgerekte strook te zijn waar het veen is uitgebaggerd. Dat veen werd vervolgens op de naastgelegen smalle stroken, de zogenoemde legakkers, te drogen gelegd werd om na droging als turf te worden vervoerd.  In de loop van de tijd groeien deze petgaten weer dicht met allerlei waterplanten waardoor er weer opnieuw veen ontstaan kan.
De vervening, het uitbaggeren van het veen, gebeurde in dit laagveengebied ook al in de dertiende en veertiende eeuw door Friezen en avontuurlijke Drenten. Ook in de negentiende eeuw vond vervening plaats. Het uitbaggeren gebeurde met de hand en Adri liet bij het verhaal over vervening en verlanding ook een afbeelding zien van een baggerbeugel die werd gebruikt om het veen op de kant te krijgen. Aan die beugel zit een stok van acht meter en met de scherpe kant over de bodem werd het veen in het net geschept.


Door het uitgraven en het ontstaan van de petgaten ontstaat een botanisch interessant gebied met dieren voor wie juist deze leefomgeving zo belangrijk is.
Het adoptieterrein van Adri wordt ook gekenmerkt als een elzen-broekland. Dat werd een stukje verderop nog duidelijker zichtbaar vanwege de elzen die rond en in het (kwel-) water staan.
Het is een gebied waar bijvoorbeeld veel sijzen te horen en zien zijn, maar waar ook de blauwborst zich laat horen evenals bijvoorbeeld de snor. Terwijl we ter plaatse waren werd duidelijk dat er ook raven zijn. Adri vertelde dat hij bijna twee maanden niet in het gebied kon komen vanwege het feit dat er een sperwernest is waarin gebroed werd.
Tijdens de wandeling zagen we verschillende planten waaronder een bloeiende kale jonker.

 

Deze laatbloeiende kale jonker, een vederdistel die zo kenmerkend is voor vochtige tot zeer vochtige graslanden en het hier goed doet troffen we ook aan.


We sloten de excursie ook nu weer af met een korte evaluatie waarin een positieve waardering van de gids werd uitgesproken. Enkele leden van de groep verlieten vanwege het late tijdstip vervolgens de groep en enkele anderen bleven nog, buiten de officiële excursietijd, om wat langer te kunnen genieten van dit bijzondere gebied.



Verslag:
Adri van der Weyde





Geen opmerkingen:

Een reactie posten