zaterdag 16 december 2017

Ecologie en mens

Guido heet ons welkom. Heeft een mededeling over het opleidingsteam.
Het natuurmoment gaat niet door deze keer. Vorige keer hebben we het gehad over de natuur zonder de mens, nu over de natuur én de mens.

Inleiding


Wat is de mens? Je kunt hier verschillend naar kijken: De mens is deel van de natuur, maar tevens vernietiger en ook rentmeester. Ieder heeft hier zijn eigen visie op.

Mens tot 6000 voor heden: natuur, landbouw en veeteelt 

De natuur ondergaat grote veranderingen onder invloed van de mens. Grote dieren die verdwijnen, bomen die juist oprukken door branden door de mens geïnitieerd. Het ecosysteem verandert daar waar de mens komt. In Europa hebben we minder soorten dan in Amerika doordat de gebergten hier van oost naar west liggen en in Amerika van noord naar zuid. Soorten kunnen zich daar makkelijker verspreiden naar het noorden. Mens ging langzaam over op de landbouw, grond raakte uitgeput, bos werd begraasd en gekapt. De natuur past zich aan, vooral bij langdurig hetzelfde beheer door de mens. Sommige soorten gaan vooruit, andere achteruit. Grasland was erg soortenrijk. Bomen werden soms gebruikt voor vee wanneer het grasland te schraal was. Dan werden ze geknot. Sinds 1800 wordt kunstmest gebruikt. Ook ontwatering en gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet. Veel planten kunnen daar niet tegen en verdwijnen uit het landschap.

Huiswerk

Gebruik map blok 4. Zelf lezen, een gedeelte is al eerder behandeld. Volgende keer behandelen we kringlopen. Bestudeer deze zelf en kom met vragen. Mondiale voetafdruk is huiswerk voor de volgende keer. Bereken je voetafdruk op www.voetafdruk.eu 

Denk aan het inleveren van de stageverslagen en het verslag van het natuurgebied (liefst voor 31 december 2017, maar uiterlijk 15 januari 2018) en een opzet van je educatieve eindproduct (opzet inleveren voor 31 januari 2018, concept resultaat inleveren voor 1 mei 2018, presentaties op 26 mei, 2, 9 en 16 juni). Vanaf 5 april 2018 zijn er geen cursusavonden meer, maar kun je zelf aan je educatieve eindwerkstuk werken. Geen aan voor welke doelgroep, wat je gaat maken en met wie je het educatieve werkstuk gaat maken. Je natuurgebiedverslag mag maximaal 15 pagina's bevatten. Guido stimuleert om samen te werken bij het educatieve eindwerkstuk. Er is eventueel geld beschikbaar als je een mooi product wilt maken waar je een investering bij moet doen voor je educatieve eindwerkstuk. Vraag om hulp als je vastloopt of als je feedback wilt.

Na de pauze


Vijf minutenpraatje door Angelique over de relatie tussen de mens en de natuur. Geïnspireerd door 'Deep Ecology' van Arne Naess., 'Moeder natuur naakt' geschreven door Jan Desmet.
Vervolgens gingen we in groepen uiteen met actuele onderwerpen om over door te spreken: afname aantal insecten, sparrenbos, wolf in NL, etc.

Verslag Jacobien Dijkstra

zondag 3 december 2017

Ecologie

Woensdag 29 november 2017

We beginnen de avond met het Natuurmoment van Hennie Kroes

Zij vroeg zich onlangs tijdens het wateren van de planten af, of praten tegen planten invloed op hen heeft. Dit wordt in de volksmond nogal eens beweerd en ze was hier nieuwsgierig naar. Met humor vertelt ze dat haar eigen proef met 2 vergelijkbare tongvarens heeft uitgewezen dat degene waartegen ze praatte, groter is/langere bladeren heeft. Om dat te bewijzen heeft ze de 2 proef”konijnen” meegenomen.

Daarnaast is dit fenomeen ook wetenschappelijk onderzocht. De conclusie is  dat geluid erinderdaad voor zorgt dat planten beter groeien!
  • Het maakt niet uit wat je zegt…
  • Er is verschil tussen mannenstemmen en vrouwenstemmen. Een vrouwenstem zorgt voor een hogere opbrengst en meer groei 
  • Ook muziek is van invloed. Blijkbaar hebben planten een duidelijke voorkeur voor klassieke (rustigere) muziek dan voor rock en rap.

Ecologie

Hierna start Guido met zijn presentatie over Ecologie: de wetenschap die relaties tussen levende wezens en hun omgeving bestudeert.

Historie:
Het is een wetenschap die nog erg jong is. De eerste ecoloog Alexander Humbolt (1769 - 1859) wist, op dat moment, eigenlijk alles wat er te weten viel over de wereld qua ecologie (laatste homo universalis). Hij heeft zeer veel gereisd om alle kennis te vergaren en e.e.a. in praktijk te testen. Tevens heeft hij op papier gezet hoe de wereld in elkaar zit, o.a. de klimaatzones:

Tropisch klimaat
Het hele jaar door warm. Het hele jaar door valt er regen, of er is jaarlijks een korte droge tijd of de winters zijn droog.
Woestijnklimaat:
’s Zomers is het heet; in sommige gebieden met woestijnklimaat is het ’s winters koud; weinig regen.
Middellands-Zeeklimaat:
Warme en droge zomers, zachte en natte winters
Zeeklimaat:
Koele zomers, zachte winters. Het hele jaar door valt er regen of de winters zijn droog.
Landklimaat:
Hete zomers, koude winters. Het hele jaar door valt er regen.
Pool- of bergklimaat:
Lange koude winters, koele zomers. Het hele jaar door valt er neerslag, vaak als sneeuw.

Van groot naar klein:

  • Wij zijn totaal afhankelijk van de zon. Zonder haar geen leven op aarde.
  • Plaattectoniek bepaalt het klimaat en hoe de bodem zich ontwikkelt.
Grondwetten:
  • In de abiotische natuur wordt altijd gestreefd om alles wat gevormd is weer af te breken. Dit kan lang duren maar het streven is gelijkmaken.
  • Bij levende organismen zie je dat het omgekeerde het streven is, als dit binnen de randvoorwaarden mogelijk is. Het streven is naar steeds ingewikkelder en blijvende gemeenschappen.
Na de pauze houdt Frits Witmer zijn 5-minuten praatje over de kraanvogel:
Frits raakte geïnteresseerd in de kraanvogel toen hij in Dwingeloo kwam wonen. Op de akker naast zijn huis hoorde hij een typisch geluid. Dit 'getrompetter' bleek van de kraanvogel te komen. Deze vogel heeft de volgende kenmerken:
  • Prachtig rood kruintje
  • Grijs/Zwart
  • Prachtige lange verenstaart

Ze hebben veel rust en ruimte nodig en om te broeden bouwen ze een nest midden in een plas/moerasgebied. Ze leggen over het algemeen 1 a 2 eieren. De broedtijd is 30 dagen. De jongen zijn rood bruin en gaan direct mee voedsel zoeken (zgn nestvlieders). Eerst dichtbij en vervolgens in steeds grotere cirkels rond het nest. Kraanvogels kunnen makkelijk worden verstoord, bij nadering vanaf 150 meter tot het nest verlaten ze deze al. Indien dit een aantal keren gebeurd, zullen ze er niet terugkeren! Normaal gesproken overwintert deze vogel in Spanje en Noord-Afrika (trekvogel). Tegenwoordig zijn de omstandigheden in Nederland in o.a. Drenthe dermate gunstig voor hen dat ze ook hier overwinteren (standvogel).

Als afsluiting gaan we in groepjes van 5 uiteen om in 20 minuten te bediscussiëren wat de invloed is van de wolf op een door de groep gekozen dier in het Yellowstone National Park. Deze conclusie wordt na 20 minuten door één van de groepsleden verwoord. Vervolgens vat Guido in het kort samen wat daadwerkelijk de invloed is geweest op de coyote, fluithaas, gaffelbok en beer.



Eindconclusie is dat de komst van de wolf in Yellowstone alleen maar voordelen heeft gehad en geen nadelen. Er is een compleet, natuurlijk en evenwichtig ecosysteem ontstaan.
Verslag Desiree Frederiks

zaterdag 2 december 2017

Jeugd en natuur


De avond op 15 november begint met een tweetal mededelingen waarna Bart de presentatie verzorgt. De vraag 'Waarom is natuur zo belangrijk voor jongeren? staat centraal. Antwoorden als ontwikkeling, het voorkomen van depressiviteit, leren verwonderen, horizon verbreden, schoonheid van de natuur zien, contact maken, fysieke voordelen maar ook het contact met jezelf kunnen maken, zijn allemaal positieve bijkomstigheden van het in de natuur zijn voor kinderen en jongeren.
'Wat willen kinderen' : vooral niets moeten maar ontdekken, bewegen, spelen...zintuigen gebruiken, springen, klimmen, uitdaging... Mooi is te zien in het natuurwerk voor kinderen en jongeren hoe ze zich ontwikkelen. Er is duidelijk verschil met kinderen die nooit in de natuur komen. Het aanwezig zijn in de natuur en in contact zijn met jezelf zijn waarden die belangrijk zijn.Je wilt graag dat kinderen iets mee krijgen. De ontwikkeling van de natuur door het zelf mee te maken; kinderen het zelf laten ervaren is waar het omgaat. Ervaren is het sleutelwerk in jeugdnatuurwerk!
Ter sprake komt ook de toegankelijkheid van het gebied, 'waar wel/ waar niet ', hoever mogen ze op zichzelf de natuur in en hoever worden ze begrensd door externe regelgeving. Er is wel verandering in de zienswijze van natuurorganisaties wat de toegankelijkheid betreft; de beleving staat meer centraal zo lijkt het. Daarnaast hangt het ook erg af van wie je treft bij zo'n organisatie. Je kan niet '1 op 1' je eigen ervaringen projecteren op de kinderen nu; de belevingswereld is veranderd maar ook de wereld waarin we leven is drastisch veranderd.
Wat jij als natuurgids aanbiedt moet aansluiten bij diegene die het ontvangt.Het gaat bij kinderen dan niet zozeer om kennis overbrengen, voorkauwen, maar juist het samen ontdekken; ze zelf de ervaring op laten doen.

Afwisseling in een natuuractiviteit is belangrijk: 'Hoofd Hart Hand' is de gouden stelregel die Bart hanteert; De aandachtspanne is kort, beetje balanceren met de aanwezige kinderen en geen moeilijke woorden gebruiken. ls kinderen afhaken, dan door naar het volgende onderdeel is de stelregel.
Tips van Bart:
  • Loop altijd voor met kinderen.
  • Natuurkennis van gebied is wel belangrijk zodat je kan anticiperen; loop eerst eens alleen door het gebied zodat je wat ideeen en ingevingen kan krijgen, interessante invalshoeken tegenkomt die je mogelijk in een natuuractiviteit kan omzetten.
  • Afwisseling van activiteiten en rust/ eten-drinken, waterbeestjes vinden kinderen altijd leuk;
  • Hapklare brokjes uitleg geven en vooral niet te lang.
Er zijn veel regels in welzijnswerk; er mag niets meer fout gaan, vult Guido aan. Terwijl het juist zo leuk is als er wel iets fout gaat. Er mag weinig meer aan het toeval overgelaten worden tegenwoordig terwijl de dynamiek het juist zo leuk maakt...ook binnen het pedagogische werk is dat zo: Bart geeft een voorbeeld van een kind dat in een boom wilde klimmen..wat de onderliggende vraag oproept: Is het goed voor kinderen om te vallen?' wat natuurlijk leidt tot enige discussie in de zaal..
Voorbeelden van activiteiten met kinderen kunnen zijn ' geschiedenis naspelen' ; werken met wat er is; sporen zoeken en maken met bijv. gips
Een ander voorbeeld is laat kinderen 10 verschillende dingen uit de natuur zoeken cq 10 dode dingen. Bijkomstigheid is dat je de aanwezige ouders ook interesseert.. Dat is dus dubbel winst natuurlijk. Kortom het is de kunst een uitdagende excursie op te zetten en datgene over te brengen waar je zelf ook enthousiast van wordt.
Denk in mogelijkheden; daar gaan we zelf ook mee oefenen 2 december. Samenwerken met welzijnswerk, scouting...kan helpen om elkaar te versterken en het succes van je excursie te vergroten. Bart vertelt dat hij zelf een jeugdnatuurclub heeft georganiseerd wat tegen verwachting van anderen in heel veel aanmeldingen gaf, wat aantoont dat natuur bij jeugd echt wel leeft. De kinderen van de upper class worden wel uit zichzelf lid. De kinderen, uit de zogenaamde achterstandwijken zie je niet snel. Dat blijft een punt van aandacht...echter bestaat er wel zo'n strikte tweedeling? vraag ik me af...
Het is belangrijk om verenigingen of scholen te benaderen, zodat ook die kinderen (uit de achterstandswijken) met natuur in aanraking  komen. Observeer ook eens hoe kinderen in de natuur zich gedragen.De groep neemt jouw energie over is belangrijk om je bewust van je te zijn, zodat je je kan afstemmen, en kan 'levellen'. Ander voorbeeld is rotzooi opruimen uit de natuur en daar iets van maken, is ook goed voor samenwerking en de contacten onderling. Houd het eenvoudig, inspelen op wat er is en laat een kind zelf met vragen komen in plaats van doceren!
Workshops als vuur maken voor kinderen zijn ook super en/of zelf een potje laten koken. Voorbeeld van een droge sloot of juist over een grote sloot over laten steken. Het is wel belangrijk dat je in de gaten houdt wat er gebeurt, en veiligheid creeert met gereedschap.
Rekening houden met wat ze gewend zijn.

Presentatie van Bart over jeugdnatuurwerk sluit af met een vragenronde. Er zijn geen vragen.
Er is pauze.

Het natuurmoment van Adri.

natuur en muziek een welklinkende combinatie

 wat betekent een dierengeluid in de muziek?

Adri vertelt over zijn zangoefeningen in de natuur en merkte hierbij op dat dieren hierop reageerden hij vertelt over zijn werk als theoloog, waaronder zijn vakantie-kerkdiensten in de openlucht. het triggerde hem als in de stilte tussen de liederen vogels te horen waren.
Hij geeft een kader van de perioden in de klassieke muziek en vertelt ons dat vooral de Romantiek belangrijk was voor de natuurbeleving.
Overeenkomst tussen natuur en muziek is dat je ze beiden moet beleven. Voor veel componisten is de natuur een belangrijke bron van inspiratie Ook laat hij ons een aantal geluidsfragementen horen van muziekstukken die geinspireerd zijn door o.a de geelgors en de nachtegaal.
Een heel inspirerende presentatie!

Daarna gaan we in groepjes uiteen die elk een leeftijdscategorie uitwerken; resp.2-4 jaar, 4-6 jaar, 8 -10 jaar, 10-12 en 12+ Wat heb je nodig als je met deze groepen werkt? Op 2 december gaan deze groepjes ook een activiteit organiseren met deze leeftijdsgroepen in hun achterhoofd. Bart geeft aan dat het organisatorisch te lastig zou worden om echt met kinderen te gaan werken dus gaan we 'droog' oefenen in het Spaarbankbos. Wat zijn kenmerken die de betreffende groep onderscheidt van de andere groepen is de vraag om in de eigen groep uit te werken en te presenteren aan de hele groep nadien.
  • De groep olv Mandy begint (2-4 jaar). Liedjes zingen is een belangrijke motiveerder! De groep bij elkaar houden is ook belangrijk en zowel verzorgend als empatisch aanwezig zijn, zijn belangrijke kwaliteiten die je als begeleider moet hebben bij deze groep.
  • Daarna de groep van 4-6 jaar olv Marie-Jose. Dingen als fantasie, gekke ideeen (het pippi langkous effect'), luisteren maar ook ruimte geven aan het kind, zijn belangrijk. Het kind laat je de activiteit doen. Wees wat minder verzorgend dan bij de jongste groep en sluit aan bij de beleving van het kind.. Een kader aangeven zoals bijv. de vraag 'Wat weet je al over bijen|?' kan sturend zijn. De kinderen laat je verder aan het woord. Je hoeft niet alles van te voren in te vullen..
  • De groep van 6-8 jaar olv Joke heeft als belangrijkste kenmerken dat deze kinderen niet meer volledig op zichzelf zijn aangewezen, de motoriek al aardig ontwikkeld is, ze zelf willen ontdekken door te doen vooral, ook kunnen ze al een beetje samenwerken. Ze hebben een zeer korte aandachtspanne.
  • De groep van 8 tot 10 jaar olv Geert: goed luisteren, afstemmen, met humor, sportief . Deze groep heeft ook mogelijk meer interesse voor hun mobiel etc.. groen denken, creatief, empatisch vermogen. Moderne communicatie kun je ook inzetten zoals bijv. geo-cache..dan krijg je ze wel mee.
  • De groep van 10 tot 12 jaar olv Menno: ze kunnen zelf al heel veel, terwijl ze nog niet zo opstandig zijn als pubers, ze zijn competitief, ontdekkend, ze zijn zich veel bewuster van groepsprocessen, groepsdynamiek wordt wel belangrijk! Ze worden veel meer een individu. Zintuigen inzetten, ruiken en voelen. Ze zijn de oudste op school en voelen zich al heel groot en wijs. Inspireren, aandacht voor groepsdynamiek wat juist op deze leeftijd onstaat, ruimte en vertrouwen geven. Samen spelen en rollen verdelen. Veel minder 'oppasser' spelen. Laat ze experimenteren en uitvinden. Map vult aan dat vervelende kinderen juist een speciale rol in de groep krijgen zodat ze zich minder vervelend gaan gedragen.
    Freek Vonk als symbolisch persoon, een bioloog die veel met kinderen werkt, werd als voorbeeld aangedragen.
  • Als laatste de groep van 12+ olv Jacobien. Kenmerken bij deze groep zijn het competitieve; ze zoeken spanning, willen meedenken, ze hebben al wat voorkennis, met elkaar meelopen en erkenning krijgen zijn belangrijk in deze groep. Soms moet je ze een handje helpen om weer echt kind te zijn..zelfreflectie is voldoende aanwezig dus speel daar ook op in. Belangrijk voor de begeleider is vriendelijk en benaderbaar zijn, maar wel consequent en zelfverzekerd. Een beetje gedoseerd te werk gaan qua energie; zowel geloofwaardig blijven en betrokken, maar ook persoonlijk. Zelf meedoen met een activiteit werkt heel goed; zelf doe- en belevingsactiviteiten organiseren. Ze laten meedenken over de activiteiten.


Bart vult aan dat deze laatste groep de lastigste is. Verbondenheid met de groep krijgen is bij deze leeftijdsgroep juist heel belangrijk. Bij de oudere groepen is het sowieso belangrijk om ze zelf verantwoordelijkheid te geven.
De Superbegeleider bestaat niet. Zelfreflectie is van belang, geeft Bart aan. 'Blijf bij jezelf en durf ook fouten te maken..'Immers, je kan je eigen grenzen pas te weten komen als je soms zelf ook een grens overgaat! Er is bovendien ook nog eens verschil tussen groepen en binnen die groepen weer tussen mensen onderling, ook daar dien je natuurlijk rekening mee te houden! We sluiten af met een mededeling met betrekking tot de excursie a.s zaterdag.

Verslag: Angelique Quak