woensdag 24 januari 2018

Geologie en morfologie

Verslag 24 januari,

19.30 uur: De avond begint met het natuurmoment van Harmen over geuren.
Zijn presentatie illustreert zijn passie voor hout. Hij geeft 4 soorten hout
door aan de groep, en nodigt de groep uit de takjes te breken en eraan te
ruiken. De geur van pas gezaagd hout is bij twee soorten duidelijker dan bij de
andere twee. Harmen heeft ons vogelkers, dennenhout, beuk en eik ter
identificatie gegeven.


19.40 uur: Guido neemt ons mee naar de verschillende ijstijden. Hij laat een
tabel zien van de laatste 3 miljoen jaar van de aarde (Kwartair:
ijstijden en tussenijstijden). Hoe is de aarde in die tijd gevormd, en wat zie
je daarvan aan de bovenkant, in het landschap terug.

De wetenschap die hieraan ten grondslag ligt, is nog steeds volop in
ontwikkeling. Pas 100 jaar geleden ontdekte men aan de hand van krassen in
gesteente bij Berlijn dat gletsjers in de voorlaatste ijstijd tot diep in Europa
zijn gekomen.

Verplaatsing van massa’s ijs nam grond en gesteente mee (morene), aan de
onderkant van gletsjers werden deze stenen fijner gemalen en vermengd met klei:
afzetting keileem. Dwarsdoorsnede van gletsjers laten jaarringen zien: in de
zomer stagneert de verplaatsing, smelt het ijs oppervlakkig en komt er een laag
aarde overheen.

In het Elsterien bedekte de gletsjers alleen Noord-Nederland: hier
afzetting potklei. In het Saalien bedekte het landijs half Nederland. er
ontstonden stuwwallen: in Noord Nederland bij Havelte, Gaasterland, Zuidwolde.

Stenen uit Scandinavië vind je overal terug waar het landijs heeft gelegen, maar
ook rivieren als de Rijn en de Maas namen heel veel stenen (kleinere, grind) mee
uit hun brongebied en werden in brede rivierdalen gedeponeerd. Het ijs lag op
diverse momenten stil, later schoof daar dan een nieuwe laag ijs overheen, en
nam stenen vanuit noordelijker streken in Scandinavië mee.

IJstongen graven zich in in het rivierdal, duwen de grond en het grind opzij. Je
ziet in het IJsseldal dat de Veluwe van laag naar hoog gaat: de grond wordt door
de gletsjertong opgedrukt. Later zal deze hoogte door erosie weer lager worden.

Door het smelten van ijs ontstonden meren en ijsrivieren, die westwaarts stromen
richting een gebied met onderdruk, onder druk van het afkalvend ijs. Deze
ijsstroom veroorzaakt ruggen en dalen. Door rivieren die weer gingen stromen
werden stuwwallen “onthoofd” .  Aan het eind van de ijstijd ontstaat het
Dwingeldermeer, gevuld met morene, keileem etc. Het meer breekt later door
richting zuidwesten: Dwingelderstroom.


In de tussenijstijd (het Eemien) wordt het weer warmer en breiden planten
en bomen zich noordwaarts uit, en komen zo weer terug in Nederland.

In het Weichselien had Nederland een toendraklimaat (permafrost). Men
spreekt van een arctische woestijn. De Noordzee lag op dat moment droog. Het
waaide er behoorlijk en het kale land werd bedolven onder een dikke laag
dekzand. Op vochtige plaatsen (beekdalen) hoopte het zand zich op en ontstonden
dekzandruggen. Er liepen mammoeten en mammoetjagers door Nederland.
Er ontstonden pingo’s, ijsheuvels die tot 100 meter hoog en 500 meter doorsnede konden worden. (Een zwakke plek in de keileemlaag liet kwelwater naar boven komen dat onmiddellijk bevroor, maar de aanvoer van water ging door).


Het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden):

  • de Noordzee vult zich
  • vorming van veengebieden
  • afzetting beekgronden                                                                                    

Door overexploitatie van gronden door de mens ontstaat stuifzand. Uit het feit dat sommige grafheuvels óp stuifzand liggen kun je concluderen dat dit stuifzand al vóór de bronstijd ontstaat. Je ziet het verschil met dekzand, doordat stuifzand witter van kleur is. Op heidevelden zie je reliëf komen, door verstuiving ontstaan dalen, en vennetjes op keileemlaag blijven hoger en vervenen. (waardoor nattere gebieden hoger kunnen liggen dan drogere).

21.15 uur: Tienes houdt 5 minutenpraatje over het Vechtdalgebied. Dit sluit mooi aan op de lesstof die Guido behandelde: het Vechtdalgebied en het Reestdal liggen samen in wat vroeger een oerstroomdal was. Hij laat kaarten van het gebied zien, en vertelt over het zandbeekje de Reest en de afwateringsrivier de Vecht.


21.20 uur: Guido heeft tassen vol geologische en fysisch-geografische kaarten meegenomen die we mogen bekijken.



21.55 uur: sluiting.

Verslag: Marie José Blans

Geen opmerkingen:

Een reactie posten