zaterdag 10 februari 2018

Cultuurhistorie in Lhee

Verslag excursie zaterdag 10 februari 2018. Verzamelen bij parkeerplaats bij Astron.
De rondleidingen worden gegeven door Annemarie Blom en Janny van Meurs.

De groep werd gesplitst. Een groep liep richting Lhee en de andere groep onder leiding van Janny van Meurs ging richting Astron en de heide. De groep richting Lhee werd geleid door Annemarie Blom en reeds op het eerste stukje van de parkeerplaats richting Lhee zagen we heuveltjes in het bos. Deze zijn ontstaan als gevolg van het houden van schapen, waar de heide afgeplagd is en de plaggen gebruikt voor in de stallen. Als gevolg van afplagging kwam er weer stuifzand en ook doordat de schapen bepaalde, vaste paden liepen kreeg je uitholling en stuifzand.

Vervolgens kwamen we op de ZuidLheeder es. Hier waren volgens een kaart van 1832,  2 grafheuvels. Deze zijn niet meer te zien. Annemarie heeft met Guido grondboringen gedaan en hierbij vonden ze onder een dunne esdeklaag van 30 cm een cultuurlaag die volgens Guido gemengd was met plaggen. Er onder vonden ze een holtpotsellaag. De plaggen wijzen op een grafheuvel. Deze werden meestal gebouwd met plaggen. Op hoogtekaarten wordt aangegeven dat de Loobarg, de grafheuvel, 3,5 meter hoog zou zijn geweest. Later is de grond van de heuvel gebruikt om de weg die in de laagte ligt op te hogen. Op de kaart van 1900 is nog maar één grafheuvel te zien.

Annemarie vertelde dat er 5000 jaar geleden al geboerd werd op deze es. Deze ligt, ook zonder dat er potstalmest opgebracht was, hoger. Dus droger. En bij deze hoge akkers werd gewoond. Ook moet er water in de buurt zijn. De boeren hadden geen vaste behuizing maar verhuizen van tijd tot tijd. Op de plaats waar men eerst dan woonde was er vruchtbare grond achtergebleven en deze gebruikte men dan weer als akker. De wende akkers zijn de akkers of het gedeelte van de akker waar men draaide met het paard en of wagen.

Bij opgravingen vlakbij de es vond men 2 trechterbekers van ongeveer 5000 jaar oud.
2000 Tot 1000 jaar geleden begon men met proto-es. Men had dan vierkante grote stukken land met het huis midden op de akker. Men maakte omheiningen van takken, gevlochten hagen.
Na een tijd van oorlog kwam Karel de Grote aan de macht. Hij verordende dat men niet meer mocht verhuizen. Vanaf dat moment kozen de bewoners van Lhee een vast woonplaats. Men kreeg een stuk land en binnen dat stuk mocht men wel verhuizen. Dit was omdat men dan te vinden was voor de belasting. Verder moest men Christen worden, en mocht men geen grafgiften meer meegeven met de doden. Dit leverde een grotere welvaart op.





Er waren 11 boeren in Lhee die een boerderij met erf startten. Ongeveer 900 jaar na Christus.
We lopen verder het dorp in en bij de Thiesakker laat Annemarie een Franse kaart zien uit 1811.
Hierop is te zien dat er verschillende boerderijen staan, langs de rand van de Zuid- en Noord Lheeder es. Vanaf de Dwingelderstroom tot aan Lhee, was het stroomdal wat heel vruchtbaar was. En wat men door middel van een schut kon laten bevloeien met water. Verderop ligt het helveen.  Hierkomt kalkrijk kwelwater naar boven en op de huidige brink in Lhee heeft ooit een boortorentje gestaan. Echter zonder succes.




We lopen verder naar de graanspieker. Dit een een opslag voor graan en boter ten behoeve van de belasting of pacht voor de bisschop. Er is alleen nog een soort kelder gemaakt van veldkeien te zien. De ingang zit noord-west. Er boven moet een soort opslagruimte gebouwd geweest zijn, waarbij het graan muisvrij bewaard kon worden.

Het tweede gedeelte van de excursie met Janny van Meurs gaat richting de heide. Via een pad door het bos komen we aan de rand van de heide ter hoogte van de radiotelescoop. Bij de telescoop is een adderwal. Deze ligt gericht op het zuiden en warmt dus snel op. Hier zijn in het voorjaar vaak zonnende adders te vinden.

In de verte zien we de Davidsplassen. Deze liggen ten opzichte van het pad waar wij op staan, hoger.
Het water blijft hierop staan doordat er een vrijwel ondoordringbare keileem laag onder zit.
We lopen door een gebied waar jeneverbesbossen groeien. Dit zijn pioniersplanten, die er zijn gaan groeien na dat men de schapen niet meer vrij op de heide liet grazen. We komen bij het Smitsveen langs. Dit is een pingo-ruïne.

Vervolgens komen wij bij twee grafheuvels. Deze zijn ontstaan in de bronstijd. 2000 voor tot 800 na christus. In de grafheuvel heeft van Griffen, dé archeoloog in Drenthe, 2 boomkisten en een bronzen naald gevonden. Hij heeft de grafheuvels onderzocht via de kwadrant uitgraving, waarbij niet de hele grafheuvel overhoop wordt gehaald. Om deze grafheuvels werden meestal een palissade omheining geplaatst.  De grafheuvels waren meestal van een familie.

In deze tijd ging men in grotere boerderijen wonen waarbij het vee onderdak kwam. De mest van de koeien ging men gebruiken op de akkers. Men vermoed dat er een volk uit de Oekraïne richting ons gebied is getrokken en dat onze taal daar ook vanaf stamt. De indo-europese taal. Het gebruik van melk en melkprodukten stamt ook van deze tijd.

Hierop volgend kwam de ijzertijd. Het werd veel gestructureerder. De boerderijen werden weer kleiner met meer bijgebouwen. Men maakte akkers van 30 bij 30 meter met walletjes. Raatakkers. Men hield naast koeien ook varkens.  Men begroef de doden niet maar cremeerde. En plaatste daarna de urn in een grafheuvel. Deze heuvels zijn veel kleiner dan de grafheuvels uit de bronstijd.
De tijd is om, de geschiedenis is nog lang niet klaar. Immers elke dag weer nieuwe.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten